Vervolg op 'Bewijsrisico realiseert zich door niet te verschijnen'
In navolging van IT 962.
2.1 In het arrest van 27 november 2012 heeft het hof geoordeeld (rechtsoverweging 9.9) dat op [appellant] de bewijslast rust van zijn stelling dat partijen op 18 augustus 2009 hebben afgesproken dat de (ICT Dienstverlenings)overeenkomst is beëindigd en dat de factuur van Linkit over 2009 is komen te vervallen, nu hij zich op de rechtsgevolgen van die afspraken beroept.
2.2 Het verzet van [appellant] richt zich tegen de toewijzing van de door Linkit gevorderde jaarlijkse vergoeding over 2009 en 2010. [appellant] handhaaft zijn stelling dat partijen op 18 augustus 2009 hebben afgesproken dat de overeenkomst is beëindigd en dat de factuur over 2009 zou komen te vervallen en heeft thans aangeboden deze afspraken te bewijzen. Het hof zal dit bewijsaanbod honoreren en [appellant] in de gelegenheid stellen bewijs te leveren van die afspraken.
3. De beslissing
Het gerechtshof:draagt [appellant] op te bewijzen dat partijen op 18 augustus 2009 hebben afgesproken dat de overeenkomst is beëindigd en dat de factuur over 2009 zou komen te vervallen;
bepaalt dat, indien [appellant] dat bewijs (ook) door middel van getuigen wenst te leveren, het verhoor van deze getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. R.A. van der Pol, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;
bepaalt dat [appellant] het aantal voor te brengen getuigen alsmede de verhinderdagen van beide partijen, van hun advocaten en van de getuigen zal opgeven op de roldatum van dinsdag 18 juni 2013, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) vaststelt;
bepaalt dat [appellant] overeenkomstig artikel 170 Rv de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste een week voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof dient op te geven;
verstaat dat de advocaat van [appellant] uiterlijk twee weken voor de verschijning zal plaatsvinden een kopie van het volledige procesdossier ter griffie van het hof doet bezorgen, bij gebreke waarvan de advocaat van Linkit alsnog de gelegenheid heeft uiterlijk één week voor de vastgestelde datum een kopie van de processtukken over te leggen;
houdt iedere verdere uitspraak aan.
Artikel 843A Rv, gewichtige redenen, het recht op bescherming van persoonsgegevens betreft geen absoluut recht zodat niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de geheimhoudingsplicht ex artikel 12 Wpb een gewichtige reden oplevert.
Overeenkomst van opdracht. Redelijke vergoeding aan opdrachtnemer toegekend op basis van artikel 7:405 BW.

Als randvermelding. Zie eerder
Uit de samenvatting: Voor de pers bieden user generated content (UGC) en gebruikersparticipatie kansen in een tijd waarin ze ‘meer met minder’ moeten doen omdat zowel reclame- als abonnementsinkomsten dalen en redacties krimpen. Alle vijftien Nederlandse nieuwsaanbieders die in het kader van deze studie zijn geanalyseerd bleken dan ook lage tot middelmatige participatievormen, zoals het geven van reacties, te faciliteren. Bij ongeveer de helft van de aanbieders was het mogelijk om een artikelen en video’s te uploaden en bij tien aanbieders kan men ook foto’s aanleveren. De waarde die aan UGC en gebruikersparticipatie wordt toegekend, kent drie kernelementen: 1) het levert content op van nieuwsgebeurtenissen die de redactie zelf niet, of niet zo snel had kunnen produceren of verkrijgen, 2) het
Strafrecht. Webwinkel. E-commerce. Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer 8 maanden webshops voor aanzienlijke bedragen opgelicht door met valse identiteitsgegevens en e-mailadressen bestellingen te plaatsen en te laten bezorgen op adressen van willekeurige derden. Hierbij is verdachte zo uitgekookt te werk gegaan dat vaak niet viel te traceren waar en door wie de bestellingen waren gedaan.