Game law, game over
Met dank aan Thomas van Essen, SOLV
In Nederland zijn gewelddadige computergames altijd al een onderwerp van gesprek geweest. Eens in de zoveel tijd doet een politieke partij een oproep om gewelddadige games te verbieden of althans de verkoop ervan aan banden te leggen. Zo ver is het nog niet gekomen.
In California is dit anders. De staat California heeft in 2005 een wet aangenomen die de verkoop en verhuur van gewelddadige videogames aan minderjarigen verbiedt. Sindsdien is deze wet het onderwerp van een lang juridisch gevecht waaraan met de uitspraak van het Supreme Court (het hoogste rechtscollege in de VS) nu een einde lijkt te zijn gekomen. Het Supreme Court acht de wet in strijd met de in het First Amendment neergelegde vrijheid van meningsuiting.
De gewraakte wet heeft, kort gezegd, betrekking op games waarin de speler de mogelijkheid heeft om op mensen gelijkende afbeeldingen te vermoorden, te verminken, van ledematen te ontdoen of seksueel te belagen op een manier die in strijd is met wat in de samenleving als geschikt voor minderjarigen wordt aangemerkt.
De rechtsvraag die speelt, is of deze wet een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting zoals neergelegd in het First Amendment betekent. Het Supreme Court kijkt daarbij eerst of videogames onder de vrijheid van meningsuiting vallen, oftewel of er sprake is van protected speech. Indien dit inderdaad het geval is, wordt bekeken of er een gegronde reden bestaat om de vrijheid van meningsuiting te beperken, oftewel of er een compelling government interest bestaat.
Protected speech
Over de vraag of videogames onder de bescherming van de First Amendment vallen, bestaat volgens het Supreme Court geen twijfel. Evenals boeken, toneelstukken en films communiceren games ideeën en zelfs sociale boodschappen. De overheid mag hierop geen censuur toepassen.“[A]s a general matter,… government has no power to restrict expression because of its message, its ideas, its subject matter, or its content”. Het Supreme Court geeft daarbij tevens aan dat het basis principe van vrijheid van meningsuiting niet verandert wanneer er een nieuw en ander medium voor communicatie verschijnt.
Op deze hoofdregel bestaan uitzonderingen. Het gaat hier om uitingen die obscenity, incitment en fighting words betreffen. Beperking van de vrijheid van meningsuiting is alleen voor wat betreft deze beperkte categorieën toegestaan. Het Supreme Court oordeelt dat het niet mogelijk is om nieuwe categorieën van uprotected speech te creëren door een afweging van belangen toe te passen. In de Verenigde Staten bestaat geen traditie waarin specifiek de toegang tot gewelddadige afbeeldingen voor kinderen wordt beperkt. Zo geeft het Supreme Court aan dat de sprookjes van de gebroeders Grimm het nodige geweld bevatten evenals de Odyssey van Homerus waarin de cycloop Polyphemus zijn oog wordt uitgestoken met een brandende stok.
Tot slot voert Califonia nog aan dat videogames een speciaal probleem vormen omdat ze interactief zijn en de speler zo meedoet aan het geweld en de uitkomst ervan bepaalt. Volgens het Supreme Court wordt dit door de staat California echter niet voldoende aangetoond.
Compelling government interest
Omdat de wet de vrijheid van meningsuiting beperkt, is deze ongeldig tenzij California kan aantonen dat “it is justified by a compelling government interest and is narrowly drawn to serve that interest”. Met andere woorden, er moet een specifiek geïdentificeerd probleem zijn dat een oplossing vereist en waarbij de beperking van de vrijheid van meningsuiting daadwerkelijk noodzakelijk is voor die oplossing. California slaagt er niet in dit aan te tonen.
Califonia kan geen directe link aantonen tussen gewelddadige videogames en geweld jegens minderjarigen. Volgens California is dit bewijs niet nodig en kan het Supreme Court op basis van psychologische onderzoeken bepalen dat een dergelijke band bestaat. Het Supreme Court verwerpt deze stelling. De psychologische onderzoeken waarop California zich beroept tonen niet aan dat gewelddadige videogames de oorzaak zijn van agressief handelen van minderjarigen. Ze tonen hoogstens aan dat er een correlatie is tussen het blootstellen aan geweld en minuscule effecten in de real-world. Deze effecten zijn klein en verschillen niet van de effecten die worden veroorzaakt door andere media.
Deze conclusie houdt in dat California, om het door haar opgeworpen probleem op te lossen, niet alleen videogames zou moeten verbieden maar bijvoorbeeld ook het uitzenden van cartoons waarin geweld voorkomt aan banden zou moeten leggen. Doordat Califonria dit niet doet, streeft zij niet zozeer een gerechtvaardigd doel na, maar benadeelt ze slechts één specifiek medium.
Tot slot stelt California dat de wet ouders helpt om te garanderen dat zij kunnen bepalen welke games goed zijn voor hun kinderen. Ook dit argument wordt door het Supreme Court gepasseerd. De aanbieders van videogames hebben al een (vrijwillig) systeem ingevoerd waarbij elke videogame in een categorie wordt ingedeeld (bijvoorbeeld EC: early childhood en AO: Adult only – older than 18). Een wet die de verkoop van videogames aan minderjarigen verbiedt, voegt hier niet veel aan toe. Bovendien is de wet te vergaand omdat er ook ouders zijn die het niet erg vinden wanneer hun kind gewelddadige videogames speelt.
Conclusie
Op grond van het bovenstaande komt het Supreme Court tot de conclusie dat de wet die de verkoop van gewelddadige videogames aan minderjarigen verbiedt, een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van meningsuiting vormt.
Overigens was de uitspraak niet unaniem. Twee van de negen rechters waren een andere mening toegedaan. Deze zogenaamde dissenting opinion zijn ook gepubliceerd. Vooral die van Judge Breyer is de moeite waard. Zo verzucht hij dat het toch vreemd is dat een dertienjarige geen magazine mag kopen waarop een naakte vrouw is afgebeeld maar dat hij wel een videogame mag spelen waarin hij dezelfde vrouw vastbindt, martelt en vervolgens vermoordt zolang ze maar niet naakt is. De uitspraak en de dissenting opinions geven zo een mooi inkijkje in de Amerikaanse samenleving.
Lees hier de uitspraak en de concurring en dissenting opinions.
E-Commerce, koop op afstand. Verkoper kan geen bewijs leveren door pakbonnen en verzendlijsten in te brengen. Proceskosten nihil.
In citaten Consumentenbescherming Daarnaast verplicht het wetsvoorstel de vergunninghouders te zorgen voor een evenwichtig beleid op het gebied van werving en reclame. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid hierover nadere regels – bij Amvb - te stellen. Tijdens de tweede termijn van het algemeen overleg heb ik de kamer toegezegd hiertoe over te gaan; een nadere uitwerking vindt op dit moment plaats. De Ksa [ red. Kansspelautoriteit] zal gaan toezien op de naleving van deze regels en kan bij overtreding daarvan zonodig sancties opleggen. Op dit moment zijn de regels over werving en reclame vervat in de Gedrags- en reclamecode kansspelen. Daarbij is sprake van zelfregulering door vergunninghouders, terwijl de Reclame Code Commissie toeziet op de naleving. De RCC heeft echter weinig mogelijkheden om sancties op te leggen.
Donderdag 30 juni 2011 15:00 - 18:30,
Donderdag 29 september 14:30 - 19:00, 
Chris Fonteijn wordt per 1 juli 2011 benoemd als voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Dat heeft de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie meegedeeld in de ministerraad. De NMa ziet er onder meer op toe dat bedrijven op de vrije markt met elkaar concurreren, en bijvoorbeeld geen afspraken met elkaar maken over prijzen die schadelijk zijn voor consumenten.
Na enige tijd bij De Gier | Stam & Advocaten als paralegal te hebben gewerkt, is Joost Kuhlmann recentelijk bij ons als advocaat in dienst getreden. Joost is niet alleen meester in de rechten, hij is ook afgestudeerd IT-er. Joost ruilt zijn carrière als freelance programmeur en websitebouwer in voor een loopbaan in een toga. Zijn IT-kennis zal hij blijven inzetten, want bij DGS zal hij zich als advocaat toeleggen op het IT-recht. Winnaar
Eigendomsrechtvraagstuk inzake virtuele 'goederen', literatuurtip:
Verkoop van contactgegevens door KvK zorgt voor ongevraagde reclamezendingen. De minister antwoord dat men kan opteren voor Non Mailing. Van de nieuwe inschrijvingen kiest 40% daar ook voor. Rond de zomer verwacht de Minister "een meer principiële afweging [te] maken in de openbaarheid, beschikbaarheid en het mogen gebruiken van de gegevens in het handelsregister."