DOSSIERS
Alle dossiers

Privacy  

IT 3542

Poging tot verzekeringsfraude rechtvaardigt registratie persoonsgegevens

Hof 1 jun 2021, IT 3542; ECLI:NL:GHAMS:2021:1716 (Appellant tegen Nationale Nederlanden), https://www.itenrecht.nl/artikelen/poging-tot-verzekeringsfraude-rechtvaardigt-registratie-persoonsgegevens

Hof Amsterdam 1 juni 2021, IT 3542; ECLI:NL:GHAMS:2021:1716 (Appellant tegen Nationale Nederlanden) Appellant is in 2015 slachtoffer geweest van een aanrijding, waarbij zijn kleding is beschadigd. Hiertoe heeft hij een claim ingediend bij zijn verzekeraar, de rechtsvoorganger van Nationale Nederlanden (NN). Vervolgens is geconstateerd dat het nep designerkleding betrof en dat de voor vergoeding in aanmerking komende schade aanzienlijk lager was dan het bedrag dat appellant bij de verzekeraar heeft ingediend. Om deze reden zijn de persoonsgegevens van appellant opgenomen in het incidentenregister van de afdeling integriteitszaken vanwege vermeende oplichting. Appellant vordert in dit hoger beroep vernietiging van die gegevens. Het hof oordeelt dat appellant zich bewust was van het feit dat het om neppe kleding ging en dat het oogmerk om NN te misleiden is vast komen te staan. Dit rechtvaardigt de registratie van zijn persoonsgegevens, omdat dit tot doel heeft toekomstige fraude te voorkomen. 

IT 3539

Geen spoedeisend belang door niet tijdig aanhangig maken verzoekschriftprocedure

Hof 25 mei 2021, IT 3539; ECLI:NL:GHAMS:2021:1465 (Reaal tegen geïntimeerde), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-spoedeisend-belang-door-niet-tijdig-aanhangig-maken-verzoekschriftprocedure

Hof Amsterdam 25 mei 2021, IT 3539; ECLI:NL:GHAMS:2021:1465 (Reaal tegen geïntimeerde)  Vervolg op [IT 3405]. In dit kort geding komt de vraag aan de orde of Reaal dient te worden bevolen de registratie van de persoonsgegevens van geïntimeerde in het Extern Verwijzingsregister (EVR) van Stichting Centraal Informatie Systeem (CIS) te verwijderen. De voorzieningenrechter heeft deze vraag bevestigend beantwoord met de motivering dat de door Reaal gestelde verzekeringsfraude of misleiding onvoldoende is komen vast te staan. Geïntimeerde is van mening dat de registratie inbreuk maakt op zijn eer en goede naam en op zijn persoonlijke levenssfeer. Volgens hem impliceert dit tevens het spoedeisend belang in deze zaak. Het hof oordeelt dat er geen sprake kan zijn van een spoedeisend belang, nu de auto al sinds december 2019 verzekerd is en hij niet tijdig een verzoekschriftprocedure op grond van artikel 35 UAVG aanhangig heeft gemaakt.

IT 3538

Maatschappelijk belang BKR-registratie prevaleert boven belang verzoeker

Rechtbank 28 mei 2021, IT 3538; ECLI:NL:RBOVE:2021:2147 (Verzoeker tegen ABN Amro), https://www.itenrecht.nl/artikelen/maatschappelijk-belang-bkr-registratie-prevaleert-boven-belang-verzoeker

Rechtbank Overijssel 28 mei 2021, IT 3538; ECLI:NL:RBOVE:2021:2147 (Verzoeker tegen ABN Amro) Het verzoek om een negatieve BKR-registratie te verwijderen is door ABN Amro afgewezen. Verzoeker vraagt nu de rechtbank om verwijdering te bevelen op grond van artikel 35 lid 1 Uitvoeringswet AVG. Verzoeker voert aan dat hij graag een hypotheek wil en dat dit zwaarwegende belang verwijdering van de registratie rechtvaardigt. ABN Amro heeft gewezen op het maatschappelijke belang van accurate, correcte en waarheidsgetrouwe informatie voor kredietverleners. De rechtbank weegt deze belangen af en komt tot de conclusie dat het maatschappelijk belang zwaarder weegt. Los van de vraag of er sprake is van een noodzaak om een hypotheek te verkijgen, speelt mee dat verzoeker niet eerlijk is geweest over zijn financiële situatie. Het BKR-systeem heeft volgens de rechtbank juist het doel om kredietverstrekkers te behoeden voor "kredietnemers met een betalingsmoraal als die [verzoeker] aan de dag heeft gelegd." 

IT 3537

Uitspraak ingezonden door Marc de Boer, Boekx Advocaten

Zwaarder belang gehecht aan de vrijheid van meningsuiting

Rechtbank 21 mei 2021, IT 3537; (Eiseres tegen Talpa), https://www.itenrecht.nl/artikelen/zwaarder-belang-gehecht-aan-de-vrijheid-van-meningsuiting

Rechtbank Midden-Nederland 21 mei 2021, IEF 20004, IT 3537; KL ZA 21-122 (Eiseres tegen Talpa) Eiseres vordert in dit kort geding een verbod op de uitzending van een aflevering van het programma Gestalkt. De rechter maakt in deze zaak een afweging tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting van Talpa en anderzijds het recht op eerbiediging van de eer en goede naam van eiseres, waarbij het belang van Talpa zwaarder weegt. Talpa heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van stalking en de rechter acht het niet aannemelijk dat er ook aan de zijde van de ex-partner van eiseres sprake is geweest van stalking. Ook is Talpa ter zitting aan de wensen van eiseres tegemoet te komen door de belofte het gezicht van eiseres te vervagen. De vorderingen van eiseres worden afgewezen. 

IT 3535

Alle gegevens reeds in handen van eiser leidt tot onvoldoende procesbelang

Rechtbank 4 mei 2021, IT 3535; ECLI:NL:RBDHA:2021:4631 (Eiser tegen AP), https://www.itenrecht.nl/artikelen/alle-gegevens-reeds-in-handen-van-eiser-leidt-tot-onvoldoende-procesbelang

Rechtbank Den Haag 4 mei 2021, IT 3535; ECLI:NL:RBDHA:2021:4631 (Eiser tegen AP)  Eiser meent dat hij slachtoffer is geworden van vastgoedfraude en heeft op grond van de AVG bij Fortis ASR (de derde partij in deze zaak) inzage verzocht in bepaalde persoonsgegevens. Aan dit verzoek is vervolgens voldaan, maar eiser meent dat er nog stukken ontbreken. Hierop heeft eiser een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP heeft vervolgens opgemerkt, dat het niet ongeloofwaardig is dat de derde partij de betreffende gegevens niet meer verwerkt, gezien het tijdsverloop. De rechtbank gaat niet mee in het argument van de derde partij dat eiser misbruik van zijn recht maakt, maar constateert wel dat eiser geen belang bij het proces heeft nu ook is aangetoond dat de ontbrekende stukken in het bezit van eiser zijn. Eiser wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. 

IT 3534

Jaarverslag EDPB

In het jaarverslag van het Europees Comité voor Gegevensbescherming (European Data Protection Board) zijn de activiteiten uit 2020 samengevat en komen de volgende onderwerpen aan de orde:

- de praktische toepassing van de richtsnoeren;
- verslagen van de aanbevelingen en best practices;
- bindende besluiten;
- het niveau van de bescherming van de persoonsgegevens van mensen in de EU en, waar passend, in derde landen en bij internationale organisaties.

IT 3532

Online proctoring UvA ook in hoger beroep toegestaan

Hof 1 jun 2021, IT 3532; ECLI:NL:GHAMS:2021:1560 (CSR c.s. tegen UvA), https://www.itenrecht.nl/artikelen/online-proctoring-uva-ook-in-hoger-beroep-toegestaan

Hof Amsterdam 1 juni 2021, IT 3532; ECLI:NL:GHAMS:2021:1560 (CSR c.s. tegen UvA) Het gebruik van Proctorio - een online proctoring systeem waarmee op afstand gesurveilleerd kan worden gedurende het maken van een tentamen - is ook in hoger beroep niet onrechtmatig bevonden. Hiermee bevestigt het hof de uitspraak van de voorzieningenrechter in eerste aanleg [IT 3167]. Ook hebben de studentenraden geen instemmingsrecht wat betreft een wijziging van de onderwijs- en examenregeling, omdat deze niet gewijzigd hoeft te worden. De huidige pandemie kan volgens het hof worden aangemerkt als een "bijzonder geval" waarin "de examencommissie anders kan bepalen". Verder oordeelt het hof, dat proctoring weliswaar inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer, maar dat aan de voorwaarden voor een uitzondering op die inbreuk is voldaan.

IT 3527

Gemeente past de wet onjuist toe en moet gegevens vernietigen

Rechtbank 21 mei 2021, IT 3527; ECLI:NL:RBNHO:2021:4235 (Verzoekers tegen gemeente Langedijk), https://www.itenrecht.nl/artikelen/gemeente-past-de-wet-onjuist-toe-en-moet-gegevens-vernietigen

Rechtbank Noord-Holland 21 mei 2021, IT 3527; ECLI:NL:RBNHO:2021:4235 (Verzoekers tegen gemeente Langedijk)  Een moeder heeft de gemeente verzocht de gegevens van haar zoon uit het jeugdhulpdossier te vernietigen op grond van artikel 17 AVG. De moeder acht alle informatie die bekend is bij de gemeente over haar en haar minderjarige zoon als een disproportionele inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer, omdat de gemeente niet terughoudend is wat betreft de dataminimalisatie. De gemeente is van mening dat op grond van artikel 7.3.8 lid 3 Jeugdwet de jeugdhulpverlener verplicht is het dossier van de betrokkene gedurende twintig jaar te bewaren. De rechtbank oordeelt, dat er geen sprake is van een aanmerkelijk belang voor anderen om de gegevens nog langer te bewaren en draagt de gemeente op de gegevens uit het jeugdhulpdossier te vernietigen. 

IT 3526

Gemeente heeft ten onrechte bezwaarschrift niet in behandeling genomen

Rechtbank 22 apr 2021, IT 3526; ECLI:NL:RBDHA:2021:4427 (Eiser tegen gemeente Gouda), https://www.itenrecht.nl/artikelen/gemeente-heeft-ten-onrechte-bezwaarschrift-niet-in-behandeling-genomen

Rechtbank Den Haag 22 april 2021, IT 3526; ECLI:NL:RBDHA:2021:4427 (Eiser tegen gemeente Gouda) Eiser heeft geweigerd om naar het gemeentehuis te komen om zijn identiteitsbewijs te laten zien in het kader van zijn inzageverzoek (artikel 15 AVG). Hij was van mening dat het opsturen van een digitale scan genoeg was om zijn identiteit vast te stellen. De gemeente heeft hierop zijn verzoek afgewezen en het bezwaar van eiser niet in behandeling genomen, omdat ze van mening was dat alleen rechtstreeks beroep tegen het primaire besluit mogelijk was. Hier is de rechtbank het niet mee eens. De gemeente moet weliswaar eiser informeren over de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de AP en beroep bij de rechter in te stellen, maar dat betekent niet dat de bezwaarfase overgeslagen kan worden. Het beroep van eiser is gegrond en de gemeente moet eerst zijn bezwaarschrift in behandeling nemen.

IT 3520

AP hoeft niet handhavend op te treden

Rechtbank 15 okt 2018, IT 3520; ECLI:NL:RBLIM:2018:9834 (Eiser tegen AP en het College gemeente Nederweert), https://www.itenrecht.nl/artikelen/ap-hoeft-niet-handhavend-op-te-treden

Rechtbank Limburg 15 oktober 2018, IT 3520; ECLI:NL:RBLIM:2018:9834 (Eiser tegen AP en gemeente Nederweert) De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft het bezwaar tegen de weigering van het handhavingsverzoek van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank is het eens met de stelling van de AP, dat het niet nodig was om eiser te informeren over de verwerking van zijn persoonsgegevens. Het college heeft zich beperkt tot het verwerken van de persoonsgegevens die eiser zelf aan het college ter beschikking heeft gesteld. Er was geen sprake van een overtreding in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp, oud), waardoor de AP ook niet handhavend hoefde op te treden.