Criteria .eu domeinnaamregistratie te kwader trouw
De uitspraak HvJ 3 juni 2010, zaak C-569/08 (Internetportal und Marketing GmbH/Schlicht) geeft helderheid over de criteria voor de vraag of een domeinnaam onder het .eu TLD te kwader trouw is geregistreerd.
Artikel 21, lid 3, EG-verordening 874/2004 geeft hiervoor vijf criteria die - zegt het Hof - niet limitatief zijn. Voor kwade trouw in de zin van art. 21 lid 3 sub b moet rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden van merkregistratie en domeinnaamdepot. Het Hof verduidelijkt dit:
Wat de omstandigheden betreft waarin de inschrijving van het merk is verkregen, dient de nationale rechter in het bijzonder rekening te houden met:
– het oogmerk om het merk niet te gebruiken op de markt waarvoor de bescherming is aangevraagd;
– de presentatie van het merk;
– het feit dat een groot aantal andere met soortnamen overeenstemmende merken is geregistreerd, en
– het feit dat het merk is ingeschreven kort vóór het begin van de stapsgewijze registratie van .eu-topniveaudomeinnamen.
Wat de omstandigheden betreft waarin de .eu-topniveaudomeinnaam is geregistreerd, dient de nationale rechter in het bijzonder rekening te houden met:
– het onrechtmatige gebruik van speciale tekens of leestekens in de zin van artikel 11 van verordening nr. 874/2004 met het oog op de toepassing van de in dat artikel vastgestelde transcriptieregels;
– de registratie tijdens het eerste deel van de in die verordening vastgestelde stapsgewijze registratie op basis van een merk dat in omstandigheden als die van het hoofdgeding is verkregen, en
– het feit dat een groot aantal aanvragen tot registratie van met soortnamen overeenstemmende domeinnamen is ingediend.
Gerechtshof 's-Gravenhage, 19 januari 2010, HA ZA 071438, Noorderpoortcollege tegen Randstad (met dank aan Polo G. van der Putt ,
Met ingang van 1 juni 2010 gelden de nieuwe groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten,
In een gezamenlijke Opinie geven de Europese privacytoezichthouders (verenigd in de zogeheten Artikel 29-werkgroep) aan hoe de nieuwe EU-regels voor elektronische privacy moeten worden toegepast op ‘online behavioural advertising’.
Rb Amsterdam 7 april 2004, H.02 2480, Masalco tegen PinkRoccade (met dank aan: Polo G. van der Putt ,
De juridische werkgroep van Platform Outsourcing Nederland (
Rb Utrecht 18 juni 2003, HAZA 02-1767, Winwork tegen Capgemini (met dank aan Polo van der Putt,