Buitenplaats Amerongen onderbouwt onvoldoende dat SLA mondeling is opgezegd
Rechtbank Midden-Nederland 26 augustus 2015, IT 1869; ECLI:NL:RBMNE:2015:6852 (eiser tegen Buitenplaats Amerongen)Opzegging overeenkomst. Eiser is een Service Level Agreement (SLA) aangegaan met buitenplaats Amerongen. Op basis van deze overeenkomst verricht eiser schoonmaakwerkzaamheden bij Buitenplaats Amerongen. De kern van het geschil tussen partijen is de vraag of Buitenplaats Amerongen de SLA rechtsgeldig heeft opgezegd. Een voor bepaalde tijd gesloten overeenkomst kan in beginsel niet eenzijdig tussentijds door opzegging worden beëindigd. Het voorgaande betekent dat de SLA alleen tegen het einde van de overeengekomen duur kan worden opgezegd. Rechtbank is ook van oordeel dat Buitenplaats Amerongen onvoldoende heeft onderbouwd dat zij de SLA mondeling heeft opgezegd. Ze is dus verplicht om tot het eind van de overeenkomst haar verplichtingen uit de SLA te voldoen.
4.1. De kern van het geschil tussen partijen is de vraag of Buitenplaats Amerongen de SLA rechtsgeldig heeft opgezegd. Om die vraag te kunnen beantwoorden is van belang wat partijen zijn overeengekomen over de duur van de SLA en over de mogelijkheden om de SLA op te zeggen.
4.9. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat Buitenplaats Amerongen de stelling dat zij de SLA mondeling heeft opgezegd, in het licht van de gemotiveerde betwisting door [eiseres] , onvoldoende heeft onderbouwd, zodat aan bewijslevering niet wordt toegekomen. Dit heeft tot gevolg dat niet is komen vast te staan dat Buitenplaats Amerongen de SLA rechtsgeldig heeft opgezegd tegen 28 februari 2015. Dat betekent dat de SLA met ingang van 28 februari 2015 is verlengd met nogmaals 2 jaar en wel tot 28 februari 2017. Tot die tijd dient Buitenplaats Amerongen dan ook aan haar verplichtingen uit de SLA te voldoen.
4.11. De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel de SLA onderscheid maakt in de verschillende typen werkzaamheden, dat wil zeggen vaste en variabele werkzaamheden, volgt noch uit de SLA noch anderszins dat sprake zou zijn van twee aparte overeenkomsten. De rechtbank volgt Buitenplaats Amerongen daarom niet in haar stelling dat de SLA bestaat uit twee delen, maar gaat ervan uit dat sprake is van één overeenkomst.
4.13. Het voorgaande brengt met zich dat Buitenplaats Amerongen verplicht is om (in elk geval) tot 28 februari 2017 aan haar verplichtingen uit de SLA te voldoen. Dit betekent dat zij zowel verplicht is om de vaste werkzaamheden (waarvan de hoogte € 1.644,09 bedraagt), als de variabele werkzaamheden (waarvan de gemiddelde hoogte in de maanden maart, april en mei € 8.336,84 bedroeg) af te nemen.
Arbitraal vonnis ingezonden door Heleen van Beugen,
Oneerlijke marktpraktijk. Verzoekster is een beroepsvereniging van taxichauffeurs in Barcelona. Zij vraagt in oktober 2014 om verweerster Uber Systems Spain te veroordelen op grond van oneerlijke mededinging en staken van haar (oneerlijke) activiteiten. De verwijzende Spaanse rechter (Handelsrechter Barcelona) moet er rekening mee houden dat verweerster verbonden is met Uber Technologies Inc, een internationaal platform dat zich zowel binnen als buiten de EU voornamelijk richt op het leveren van technische, organisatorische en om het even welke andere middelen om het gebruikers en eigenaars van motorvoertuigen (auto’s) mogelijk en eenvoudiger te maken om voor stedelijke verplaatsingen met elkaar in contact te komen. Zowel de autobezitter als het platform krijgt voor het verlenen van deze dienst een vergoeding. De pijn zit in het feit dat verweerster voor de diensten die zij in Spanje verricht niet over de nodige vergunningen beschikt zoals voorgeschreven in het stadsreglement van Barcelona. Ditzelfde geldt voor de uitvoerders van de diensten. De vraag is dan ook of het niet-beschikken over de voorgeschreven vergunningen moet worden beschouwd als een oneerlijke marktpraktijk. Verweerster stelt echter dat de door haar geleverde diensten vallen onder Richtlijn 98/34 en dus niet aan voorafgaande vergunningen onderworpen mogen worden. De verwijzende rechter zal dus moeten beslissen welke diensten het hier betreft: vervoersdiensten, diensten van de informatiemaatschappij dan wel een combinatie van beide. Hij legt het HvJEU de volgende prejudiciële vragen voor:
Vervolg op
Bijdrage van Axel Arnbak,
Civiel recht. Website. Licentievergoeding. Danone is bij dagvaarding van 21 juni 2012 in hoger beroep gekomen van de onder bovenvermeld zaak-/rolnummer uitgesproken vonnissen van 8 juni 2011 (hierna ook: het tussenvonnis) en 20 juni 2012 (het eindvonnis) van de rechtbank Amsterdam, sector civiel recht, in deze zaak gewezen tussen Globalocity als eiseres en Danone als gedaagde. Het Hof vernietigt het eindvonnis van de rechtbank. In deze zaak gaat het over overeenkomsten over ontwerp en ontwikkeling van internet en website, onderhoud, beheer, support en licentierechten. De leverancier vordert 1,8 miljoen, de rechtbank wijst 1,3 miljoen toe en het Hof een half miljoen. Er is een cassatieberoep ingesteld.
Kort geding. Semafoniediensten. KPN heeft een overeenkomst gesloten ten aanzien van de aankoop van diverse activa, een klantenbestand, licenties en intellectuele eigendomsrechten ten behoeve van de uitbreiding van haar klantenbestand ten aanzien semafoniediensten. Eisers stellen dat deze overeenkomst betrekking heeft op vermogensbestanddelen die door contractspartij van KPN onrechtmatig aan eisers zijn ontnomen. Anders dan eisers betogen heeft KPN bij het aangaan van de overeenkomst te goeder trouw gehandeld en de voorzieningenrechter gaat uit van de rechtsgeldigheid van de overeenkomst. Diverse vorderingen van eisers, die -kort gezegd- (uiteindelijk) beogen te bereiken dat eisers wederom een semafonienetwerk kunnen exploiteren met de activa die aan KPN zijn overgedragen, worden afgewezen.
Concentratiebesluit. RCPT Beheer, onderdeel van Egeria Group, mag Imtech T&I Group overnemen. De activiteiten van partijen overlappen niet noemenswaardig. Eerder op 
