Internet

IT 2908

Aantasting eer en goede naam influencer door vlogger

Rechtbank 14 okt 2019, IT 2908; ECLI:NL:RBNHO:2019:8457 (Influencer tegen vlogger), http://www.itenrecht.nl/artikelen/aantasting-eer-en-goede-naam-influencer-door-vlogger

Vzr. Rechtbank Noord-Holland 14 oktober 2019, IT 2908; ECLI:NL:RBNHO:2019:8457 (Influencer tegen vlogger) Eiser is influencer, gedaagde is vlogger. Gedaagde heeft op Instagram en Youtube diverse publicaties geplaatst die betrekking hebben op eiser, de personen rondom eiser dan wel producten van eiser. Eiser vordert verwijdering van geplaatste publicaties. Gedaagde heeft de grenzen van het toelaatbare overschreden. De publicaties hebben de eer en goede naam van eiser aangetast. Gedaagde wordt daarom op straffe van een dwangsom veroordeeld tot het verwijderen en verwijderd houden van alle door hem omtrent eiser geplaatste publicaties. Eveneens op straffe van een dwangsom wordt het hem verboden om (nadere) negatieve uitlatingen te doen over eiser en wordt hij veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie. De vordering tot betaling van schadevergoeding wordt afgewezen bij gebrek aan voldoende onderbouwing van die vordering.

IT 2893

Prejudiciële vragen over rol hostingdienstverlener

, IT 2893; http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-rol-hostingdienstverlener

Oberster Gerichtshof 28 mei 2019, IEF 18739, IT 2893, IEFbe 2962 (Puls 4 TV tegen YouTube) Via MinBuza. Puls 4 TV exploiteert een Oostenrijkse televisiezender. YouTube is exploitant van het videoplatform www.youtube.com als hostingdienstverlener. YouTube maakt gebruik van “monetarisatie“ (het voorzien van geüploade videos van reclame), indien de gebruiker toestemming geeft. In het onderhavige geschil heeft YouTube de door Puls 4 TV gewraakte video’s steeds onmiddellijk verwijderd nadat zij per aanmaning in kennis was gesteld van de auteursrechtelijke bevoegdheden van Puls 4 TV. Puls 4 TV had YouTube verzocht om staking van het ter beschikking stellen van video’s die door Puls 4 TV geproduceerde audiovisuele werken bevatten. Volgens haar worden inbreuken op haar auteursrecht technisch gefaciliteerd door de monetarisatie van YouTube.

IT 2887

HvJ EU: hostingprovider kan gelast worden informatie te verwijderen

HvJ EU 3 okt 2019, IT 2887; ECLI:EU:V:2019:821 (Glawischnig-Piesczek tegen Facebook), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-hostingprovider-kan-gelast-worden-informatie-te-verwijderen
Facebook

HvJ EU 3 oktober 2019, IT 2887, IEFbe 2959; ECLI:EU:V:2019:821 (Glawischnig-Piesczek tegen Facebook) Naar aanleiding van een artikel van een Oostenrijks online-magazine, dat via een persoonlijk Facebook-account door een gebruiker is gedeeld en waarin het beleid van “die Grünen“ werd afgekeurd, vordert Glawschig-Piesczek (fractievoorzitter voor “die Grünen“ in de Oostenrijkse Nationalrat) verwijdering van het commentaar en daarmee overeenstemmende uitlatingen door Facebook, omdat het haar eer aantast. Overeenkomstig de richtlijn inzake elektronische handel is het verboden om de hostingprovider een algemene verplichting op te leggen om toezicht te houden op door hen opgeslagen informatie of actief naar aanwijzingen voor onwettige activiteiten te zoeken. Niet verboden is het om een hostingprovider te gelasten informatie te verwijderen dan wel de toegang daartoe onmogelijk te maken, die: (i)  identiek is aan eerder onwettig verklaarde informatie, (ii) inhoudelijk overeenstemt met eerder onwettig verklaarde informatie, mits het toezicht op en het onderzoek van de informatie op grond van een dergelijk bevel is beperkt tot boodschap overbrengende informatie waarvan de inhoud in wezen gelijk blijft aan de onwettig verklaarde inhoud, (iii) wereldwijd toegankelijk is, behoudens de grenzen van het relevante internationale recht waarmee de lidstaten rekening moeten houden.

IT 2885

HvJ EU: voor plaatsen cookies is actieve toestemming van internetgebruikers vereist

HvJ EU 1 okt 2019, IT 2885; (Verbraucherzentrale tegen Planet49), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-voor-plaatsen-cookies-is-actieve-toestemming-van-internetgebruikers-vereist

HvJ EU 1 oktober 2019, RB 3344, IT 2885, IEFbe 2958; C-673/17 (Verbraucherzentrale tegen Planet49) De Duitse federale vereniging van consumentenbeschermingsorganisaties betwist het gebruik dat Planet49 maakt van een standaard aangevinkt selectievakje waarmee internetgebruikers die aan onlinereclameloterijen willen deelnemen, toestemming verlenen voor het plaatsen van cookies. Met deze cookies wordt informatie verzameld om reclame te kunnen maken voor producten van partners van Planet49. Het Bundesgerichtshof verzoekt om uitlegging van het Unierecht over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij elektronische communicatie. Geoordeeld wordt dat de toestemming van de gebruiker van een website voor het plaatsen en raadplegen van cookies op zijn apparatuur, niet rechtsgeldig is verleend wanneer hiertoe gebruik is gemaakt van een standaard aangevinkt selectievakje dat deze gebruiker moet uitvinken indien hij weigert zijn toestemming te verlenen.
Het is hierbij niet van belang of de informatie die is opgeslagen op de apparatuur van de gebruiker of daaruit is opgevraagd, al dan niet bestaat in persoonsgegevens. Het Unierecht beoogt de gebruiker namelijk te beschermen tegen iedere inmenging in zijn privéleven en met name tegen het risico dat verborgen identificatoren en andere soortgelijke software zonder zijn medeweten zijn apparatuur binnenkomen. Het Hof benadrukt dat de toestemming in die zin 'specifiek' moet zijn dat de gebruiker niet door het enkele feit dat hij op de knop voor deelname aan de reclameloterij heeft gedrukt, al geacht kan worden rechtsgeldig toestemming te hebben gegeven voor het plaatsen van cookies. Bovendien moet volgens het Hof de aanbieder van diensten de gebruiker onder meer informeren over de vraag hoelang de cookies actief blijven en of derden al dan niet toegang tot de cookies kunnen hebben. Zie ook [IT 2730].

IT 2883

Cassatieberoep Ryanair verworpen

Hoge Raad 27 sep 2019, IT 2883; (Ryanair tegen PR Aviation), http://www.itenrecht.nl/artikelen/cassatieberoep-ryanair-verworpen

HR 27 september 2019, IEF 18718, IT 2883; 18/01667 (Ryanair tegen PR Aviation) Langlopende zaak. Het gaat om de vraag of PR Aviation de gebruiksvoorwaarden op de site van Ryanair heeft geaccepteerd. Het Haagse hof [IEF 17459] oordeelde eerder dat de gebruiksvoorwaarden naar het toepasselijke Ierse recht niet zijn overeengekomen. Het enkel doorklikken op de website is onvoldoende voor de conclusie dat een redelijk persoon de voorwaarden wilde aanvaarden. In deze tweede cassatie betoogt Ryanair dat dit oordeel in strijd is met art. 9 van de Richtlijn elektronische handel. De AG concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep [IEF 18557]. De advocaat van Ryanair heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. Het beroep wordt verworpen. Ryanair wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

IT 2882

Marktplaats hoeft geen persoonsgegevens van andere gebruiker te verstrekken

Rechtbank 20 sep 2019, IT 2882; (Verkoper tegen Marktplaats), http://www.itenrecht.nl/artikelen/marktplaats-hoeft-geen-persoonsgegevens-van-andere-gebruiker-te-verstrekken

Rechtbank Amsterdam 20 september 2019, IT 2882; (Verkoper tegen Marktplaats) Marktplaats expoiteert een website waarop goederen en diensten te koop worden aangeboden in advertenties. Eiser heeft een advertentie op Marktplaats geplaatst tot verkoop van een verzameling postzegels. In augustus 2018 ontvangt eiser een bericht van een zekere X die 6.000,00 biedt. Eiser reageert met bod is akkoord en geaccepteerd. X geeft later te kennen de verzameling toch niet te willen kopen. Eiser heeft Marktplaats tevergeefs om de persoonsgegevens van X verzocht. Geoordeeld wordt dat Marktplaats, als internettussenpersoon, aan eiser geen persoonsgegevens van een andere gebruiker hoeft te verstrekken omdat eiser geen gerechtvaardigd belang heeft in de zin van art. 6(1)(f) AVG. Marktplaats wijkt in haar algemene gebruiksvoorwaarden op rechtsgeldige wijze af van het wettelijk regime voor de totstandkoming van overeenkomsten, meer specifiek voor aanbod en aanvaarding (§ 4.2). Deze voorwaarden binden de gebruikers.

IT 2879

HvJ EU: geen recht op verwijdering links op alle versies zoekmachine

HvJ EU 24 sep 2019, IT 2879; (Google tegen CNIL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-geen-recht-op-verwijdering-links-op-alle-versies-zoekmachine

HvJ EU 24 september 2019, IEF 18705, IT 2879, IEFbe 2954; C-136/17 (Google tegen CNIL) Google werd door de CNIL aangemaand om over te gaan tot verwijdering van links naar webpagina’s uit de resultatenlijst die wordt weergegeven na een zoekopdracht op de naam van de betrokken persoon. Google was gelast tot verwijdering van die links naar aanleiding van een prejudiciële uitspraak [IEF 18704] (HvJ EU 24 september 2019, ECLI:EU:C:2019:773, Verzoekers tegen CNIL).
De exploitant van een zoekmachine is verplicht om de door derden gepubliceerde links naar websites, inhoudende informatie over een persoon, te verwijderen uit de resultatenlijst die wordt weergegeven na een op naam uitgevoerde zoekopdracht. Bij inwilliging tot verwijdering is hij niet verplicht de links op alle versies van zijn zoekmachine. Het recht op bescherming kent geen absolute gelding, maar moet altijd worden afgewogen tegen andere grondrechten. De exploitant van een zoekmachine krijgt op grond van unierecht wel de verplichting opgelegd om die links te verwijderen voor alle lidstaatspecifieke versies van zijn zoekmachine en maatregelen te treffen teneinde de effectieve bescherming van de grondrechten van de betrokkene te garanderen.

IT 2878

HvJ EU: verbod op verwerking persoonsgegevens eist belangenafweging door exploitanten van zoekmachines

HvJ EU 24 sep 2019, IT 2878; ECLI:EU:C:2019:773 (Verzoekers tegen CNIL), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-verbod-op-verwerking-persoonsgegevens-eist-belangenafweging-door-exploitanten-van-zoekmachine

HvJ EU 24 september 2019, IEF 18704, IT 2878, IEFbe 2953; ECLI:EU:C:2019:773 (Verzoekers tegen CNIL) Eisers hebben elk een verzoek bij Google ingediend tot verwijdering van links naar webpagina’s van derden. Die links worden in de resultatenlijst van de Google-zoekmachine weergegeven wanneer een zoekopdracht op de respectievelijke namen van eisers wordt verricht. Google heeft dit geweigerd en ook het CNIL heeft vervolgens de vorderingen om Google op grond hiervan aan te manen, afgewezen.
De exploitant is in beginsel verplicht tot inwilliging van verzoeken tot verwijdering van links naar webpagina’s die onder de genoemde categorieën vallende persoonsgegevens bevatten. In gevallen die zijn uitgezonderd in de richtlijn 95/46, kan de inwilliging van een dergelijk verzoek wel worden geweigerd, mits er is voldaan aan alle andere rechtmatigheidsvoorwaarden uit de richtlijn, behoudens bijzondere situaties waarin de betrokkene in verzet mag gaan. Er moet worden nagegaan of de opname van een link in de resultatenlijst, weergegeven na een zoekopdracht op de naam van deze betrokken, strikt noodzakelijk blijkt met het oog op de bescherming van het recht op vrijheid van informatie van de mogelijk geïnteresseerde internetgebruikers.
Wanneer informatie inzake gerechtelijke procedures niet langer overeenkomt met de actuele situatie, is de exploitant verplicht tot verwijdering van de links in kwestie. Mits vaststaat dat de gewaarborgde grondrechten van de betrokkene zwaarder wegen dan het recht op informatie van geïnteresseerde internetgebruikers.