DOSSIERS
Alle dossiers

E-Commerce  

IT 5589

Zestienjarige krijgt handlichting voor het starten van een e-commerceonderneming

Rechtbank Noord-Nederland 21 sep 2026, IT 5589; ECLI:NL:RBNNE:2026:4015 (Handlichting minderjarige e-commerceondernemer), https://www.itenrecht.nl/artikelen/zestienjarige-krijgt-handlichting-voor-het-starten-van-een-e-commerceonderneming

Rb. Noord-Nederland 21 september 2026, IT 5589; ECLI:NL:RBNNE:2026:4015 (Handlichting minderjarige e-commerceondernemer). Een zestienjarige verzoekt de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland om handlichting op grond van artikel 1:235 BW, zodat hij zelfstandig een e-commerceonderneming volgens het dropshippingmodel kan starten. Bij dit bedrijfsmodel worden producten via een webshop verkocht zonder dat de ondernemer zelf voorraad aanhoudt. De minderjarige heeft zich aangemeld bij de Kamer van Koophandel en volgt ter voorbereiding op zijn onderneming een professioneel coachingtraject. Hij verzoekt onder meer om bevoegdheden voor het openen en beheren van een zakelijke bankrekening, het sluiten van zakelijke overeenkomsten, het verrichten en ontvangen van zakelijke betalingen, het afsluiten van software en abonnementen en het zelfstandig beheren van de onderneming. Zijn ouders hebben schriftelijk met het verzoek ingestemd. De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 1:235 BW handlichting kan worden verleend aan een minderjarige die ten minste zestien jaar oud is. Daarbij moet worden beoordeeld of de handlichting in het belang van de minderjarige is en verantwoord kan worden geacht. De kantonrechter neemt in aanmerking dat de minderjarige zich bewust is van de ondernemersrisico's, de aanvangskosten beperkt zijn en maatregelen zijn getroffen om het debiteurenrisico te beperken, onder meer doordat klanten niet achteraf kunnen betalen.

IT 5575

Beëindiging samenwerking door Booking wegens onbetaalde facturen voorshands gerechtvaardigd

Gerechtshof Amsterdam 29 sep 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA), https://www.itenrecht.nl/artikelen/beeindiging-samenwerking-door-booking-wegens-onbetaalde-facturen-voorshands-gerechtvaardigd

Hof Amsterdam 29 september 2026, IT 5575; ECLI:NL:GHAMS:2026:2767 (Booking tegen SHA). Het hof oordeelt in kort geding over de beëindiging door Booking.com van haar overeenkomst met Swiss Hotel Apartments SA (SHA), een exploitant van ruim zeventig appartementen in Zwitserland. Booking had de overeenkomst in maart 2025 met onmiddellijke ingang beëindigd en SHA van haar platform verwijderd wegens vermeende betrokkenheid bij creditcardfraude. Volgens Booking wezen onder meer een groot aantal chargebacks, snelle incassering van betalingen en een reservering onder een fictieve naam met een daaropvolgende review op frauduleus handelen. Het hof acht echter onvoldoende aannemelijk dat een bodemrechter de beëindiging wegens fraude gerechtvaardigd zal achten. De door Booking gebruikte statistische fraudedetectiegegevens bieden onvoldoende inzicht in de wijze waarop reserveringen als frauduleus worden aangemerkt. Bovendien kunnen chargebacks ook andere oorzaken hebben dan fraude en is onvoldoende onderbouwd dat SHA bij creditcardfraude betrokken was. Ook de eenmalige reservering onder een fictieve naam, die volgens SHA bedoeld was om een nieuw betalingsmodel te testen, rechtvaardigt voorshands geen beëindiging wegens fraude. Ten aanzien van de daaropvolgende review oordeelt het hof dat, voor zover deze een contractuele beëindigingsgrond oplevert, een beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij weegt het hof onder meer de langdurige samenwerking, het belang van SHA bij toegang tot het platform en de beschikbaarheid van minder vergaande maatregelen mee.

IT 5501

Betalingsverplichting consument met 20% verminderd wegens schending informatieplichten; incassobeding Riverty vernietigd

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 aug 2026, IT 5501; ECLI:NL:RBZWB:2026:7598 (Riverty tegen [gedaagde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/betalingsverplichting-consument-met-20-verminderd-wegens-schending-informatieplichten-incassobeding-riverty-vernietigd

Rb. Zeeland-West-Brabant 12 augustus 2026, IT 5501; ECLI:NL:RBZWB:2026:7598 (Riverty tegen [gedaagde]). Riverty vordert € 149,99 van een consument voor een bestelling bij Decathlon die via achteraf betalen is afgerekend. De consument voert aan dat hij de bestelling heeft geannuleerd en daarom niets verschuldigd is. De kantonrechter volgt dit verweer niet. Uit het door Riverty overgelegde betaaloverzicht blijkt dat op naam en adres van de consument een bestelling is geplaatst, terwijl hij de juistheid daarvan onvoldoende concreet heeft betwist. Uit de door de consument overgelegde screenshot van een annuleringsmail kan bovendien niet worden afgeleid dat deze betrekking heeft op de specifieke bestelling waarvoor Riverty betaling vordert. Daarbij weegt mee dat de consument pas in december 2025 voor het eerst heeft aangevoerd dat de bestelling was geannuleerd, terwijl Riverty hem al in 2023 en 2024 over de openstaande vordering had aangeschreven. De kantonrechter concludeert daarom dat de consument in beginsel gehouden is het aankoopbedrag te betalen.

IT 5365

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

HvJ EU 16 jul 2026, IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, IEF 23858; RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

IT 5366

Dynamisch streamingaanbod kwalificeert als digitale dienst

HvJ EU 9 jul 2026, IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich Fernsehen GmbH tegen Verein für Konsumenteninformation), https://www.itenrecht.nl/artikelen/dynamisch-streamingaanbod-kwalificeert-als-digitale-dienst

HvJ EU 9 juli 2026, RB 4061; IT 5366; ECLI:EU:C:2026:556 (Sky Österreich tegen Verein für Konsumenteninformation). Sky Österreich biedt streamingabonnementen aan waarmee consumenten via een hyperlink of applicatie televisieprogramma’s live, op aanvraag en in bepaalde gevallen na download offline kunnen bekijken. Bij het online afsluiten van een abonnement moeten consumenten ermee instemmen dat Sky al tijdens de herroepingstermijn met de uitvoering begint en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verliezen. De Oostenrijkse consumentenorganisatie VKI bestrijdt dit beding. Volgens VKI is het streamingabonnement geen levering van digitale inhoud, maar een digitale dienst. De uitzondering op het herroepingsrecht voor niet op een materiële drager geleverde digitale inhoud uit artikel 16, eerste alinea, onder m), van Richtlijn 2011/83 zou daarom niet van toepassing zijn.

IT 5370

CBOX mocht overeenkomst niet op grond van opt-outregeling beëindigen

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026, IT 5370; ECLI:NL:RBAMS:2026:6649 (DNZ tegen CBOX), https://www.itenrecht.nl/artikelen/cbox-mocht-overeenkomst-niet-op-grond-van-opt-outregeling-beeindigen

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5370; ECLI:NL:RBAMS:2026:6649 (DNZ tegen CBOX). De Nieuwe Zaak Ecommerce (DNZ) en CBOX sluiten een overeenkomst van opdracht voor de implementatie van een BigCommerce-platform. De offerte vermeldt een totale projectinvestering van € 144.500 exclusief btw. Op verzoek van CBOX nemen partijen een opt-outregeling op. Wanneer tijdens de Discoveryfase blijkt dat de investering voor de realisatiefase meer dan 20% afwijkt van het voorstel, moeten partijen overleggen over het vervolg. Alleen wanneer zij geen passende oplossing vinden, behoort beëindiging van de samenwerking tot de mogelijkheden. Na de Discoveryfase presenteert DNZ een geraamde projectinvestering van € 162.500. CBOX deelt vervolgens mee de samenwerking niet te willen voortzetten. DNZ stelt dat CBOX daardoor tekortschiet, ontbindt de overeenkomst buitengerechtelijk en vordert schadevergoeding. CBOX betoogt dat partijen na de Discoveryfase een algemeen go/no-go-moment waren overeengekomen en vordert in reconventie vergoeding van haar eigen schade.

IT 5359

Kantonrechter toetst ambtshalve bestelknop, informatieplichten en mogelijk oneerlijke ontbindingsbedingen bij fietslease

Rechtbank Noord-Holland 2 jul 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/kantonrechter-toetst-ambtshalve-bestelknop-informatieplichten-en-mogelijk-oneerlijke-ontbindingsbedingen-bij-fietslease

Rb. Noord-Holland 2 juli 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]). Friesland Lease vordert in een verstekprocedure betaling van € 3.626,39 van een consument, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, op grond van een op afstand gesloten leaseovereenkomst. Ook wanneer de consument niet verschijnt, moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de handelaar heeft voldaan aan de consumentenrechtelijke informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW. Uit de stukken blijkt niet of de consument de overeenkomst heeft gesloten via een bestelknop of een soortgelijke functie en, zo ja, welke tekst daarop stond. Voor de beoordeling of aan artikel 6:230v lid 3 BW is voldaan, mag uitsluitend worden gekeken naar de woorden op de knop waarmee het bestelproces wordt afgerond. Uit die woorden moet ondubbelzinnig blijken dat het aanklikken een betalingsverplichting meebrengt. Friesland Lease krijgt daarom de gelegenheid hierover nadere informatie te verstrekken. Daarnaast heeft zij onvoldoende aangetoond dat de consument vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk en begrijpelijk is geïnformeerd over de wijze van levering, het herroepingsrecht en de verplichting om bij uitoefening daarvan redelijke kosten te vergoeden. Het opnemen van die informatie in de algemene voorwaarden is onvoldoende wanneer de consument er vooraf niet ten minste uitdrukkelijk op is gewezen dat de informatie daarin staat. Ook het na het sluiten van de overeenkomst verstrekte contractuele afschrift bevatte deze informatie niet volledig. De kantonrechter kondigt aan dat aan deze schendingen een sanctie zal worden verbonden, maar bepaalt in dit tussenvonnis nog niet welke sanctie dat zal zijn.

IT 5361

Kantonrechter kondigt spoorwissel en verwijzing aan bij AVG-inzageverzoek

Rechtbank Gelderland 3 jul 2026, IT 5361; ECLI:NL:RBGEL:2026:5268 ([de eiser] tegen Thuiswinkel), https://www.itenrecht.nl/artikelen/kantonrechter-kondigt-spoorwissel-en-verwijzing-aan-bij-avg-inzageverzoek

Rb. Gelderland 3 juni 2026, IT 5361; ECLI:NL:RBGEL:2026:5268 ([de eiser] tegen Thuiswinkel). Een betrokkene vordert van Thuiswinkel.org volledige inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG, op straffe van een dwangsom, en € 500 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten. Hij stelt dat Thuiswinkel.org ondanks herhaalde verzoeken geen volledige inzage heeft verstrekt en dat hij daardoor onder meer onzekerheid, verlies van controle over zijn persoonsgegevens, stress en machteloosheid ervaart. Thuiswinkel.org voert aan dat de dagvaarding nietig is omdat niet alle voornamen van de eiser zijn vermeld en betwist onder meer zijn identiteit, de positie van zijn gemachtigde en de integriteit van zijn handelen. Ook stelt zij dat de eiser misbruik maakt van zijn inzagerecht en procesrecht. De kantonrechter passeert het beroep op nietigheid in dit stadium, omdat Thuiswinkel.org in de procedure is verschenen en niet aannemelijk is geworden dat zij door het ontbreken van de tweede voornaam onredelijk is benadeeld als bedoeld in artikel 66 Rv. Het griffierecht is weliswaar te laat betaald, maar uit de administratie blijkt dat de factuur naar een onjuist adres was verzonden. Omdat de te late betaling niet aan de eiser is te wijten, wordt Thuiswinkel.org niet op grond van artikel 127a lid 2 Rv van de instantie ontslagen.

IT 5339

HvJ EU: consumentenbescherming bij online CFD‑platforms blijft gelden voor uitvoeringsbedingen

HvJ EU 6 jul 2026, IT 5339; ECLI:EU:C:2026:500 (FIBO Markets tegen J.P.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-consumentenbescherming-bij-online-cfd-platforms-blijft-gelden-voor-uitvoeringsbedingen

HvJ EU 18 juni 2026, IT 5339; ECLI:EU:C:2026:500 (FIBO Markets tegen J.P.). In deze zaak tussen FIBO Markets en J.P. staat de vraag centraal of bedingen in een raamovereenkomst over het aannemen, verwerken en uitvoeren van een order voor een contract for differences (CFD) vallen onder de uitzondering voor financiële instrumenten in artikel 6, lid 4, onder d, van de Rome I-verordening. Het Hof van Justitie oordeelt dat alleen de rechten en verplichtingen die het financiële instrument zelf vormen onder die uitzondering vallen. Contractuele bedingen over de technische verwerking en uitvoering van een order, zoals bedingen die de aanbieder de mogelijkheid geven een order niet of onder andere voorwaarden uit te voeren, blijven daarbuiten en kunnen daarom onder de consumentenbescherming van artikel 6 van de Rome I-verordening vallen. J.P., een consument uit Tsjechië, sloot online een raamovereenkomst met de Cypriotische beleggingsonderneming FIBO Markets om via een handelsplatform in CFD's te handelen. In de overeenkomst was bepaald dat FIBO bij technische problemen een order niet hoefde uit te voeren of deze tegen een andere koers mocht uitvoeren. Nadat een kooporder met een vertraging van zestien seconden was uitgevoerd, stelde J.P. winst te zijn misgelopen en vorderde zij schadevergoeding. Voor de verwijzende rechter stond centraal of het Cypriotische recht (op basis van het rechtskeuzebeding) of het Tsjechische consumentenrecht toepasselijk was op de raamovereenkomst en de CFD‑transactie. Het Hof stelt voorop dat artikel 6 van de Rome I-verordening consumenten beschermt door in beginsel het recht van hun gewone verblijfplaats van toepassing te verklaren zodra een professionele partij haar activiteiten op die lidstaat richt. De uitzondering voor rechten en verplichtingen die een financieel instrument vormen moet daarom strikt worden uitgelegd.

IT 5316

Rb. Amsterdam: tussenpersoon niet aansprakelijk voor foutief reserveringstarief

Rechtbank Amsterdam 11 mei 2026, IT 5316; ECLI:NL:RBAMS:2026:5686 (([verzoeker] tegen Booking)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rb-amsterdam-tussenpersoon-niet-aansprakelijk-voor-foutief-reserveringstarief

Rb. Amsterdam 11 mei 2026, IT 5316; ECLI:NL:RBAMS:2026:5686 ([verzoeker] tegen Booking). In deze zaak staat de vraag centraal of Booking aansprakelijk is voor schade die [verzoeker] stelt te hebben geleden nadat een via het platform geboekte accommodatie is geannuleerd wegens een onjuist, te laag reserveringstarief. [verzoeker] had via Booking een accommodatie in Frankrijk geboekt voor de periode van 27 december 2025 tot 3 januari 2026. Enkele maanden later laat Booking weten dat de aanbieder een foutief reserveringstarief heeft doorgegeven. [verzoeker] weigert akkoord te gaan met de hogere prijs, waarna de aanbieder de reservering annuleert. De procedure wordt gevoerd in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV). Booking exploiteert een online reserveringsplatform waarop accommodaties van derden worden aangeboden. In de algemene voorwaarden staat onder meer dat Booking geen partij is bij de overeenkomst tussen de klant en de aanbieder, dat de aanbieder verantwoordelijk is voor de reiservaring en dat prijzen, beschikbaarheid en annuleringsvoorwaarden afkomstig zijn van de aanbieder. Ook is opgenomen dat duidelijke fouten of drukfouten niet bindend zijn en dat een boeking in dat geval kan worden geannuleerd. De rechtbank stelt eerst vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Omdat Booking in Amsterdam is gevestigd, volgt die bevoegdheid uit artikel 4 van de Brussel I-bis Verordening. Vervolgens beoordeelt de rechtbank welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 6 Rome I geldt in beginsel Nederlands recht, omdat partijen daarvoor in de algemene voorwaarden hebben gekozen en de consument daardoor niet de bescherming verliest die hij aan het dwingende Belgische consumentenrecht kan ontlenen. Volgens de rechtbank is deze rechtskeuze dan ook niet oneerlijk. Vervolgens gaat de rechtbank in op de vraag of Booking aansprakelijk is voor de onjuiste prijsinformatie.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 1 - 10 van 29