Contracten

IT 2519

HR: Het hof heeft een ontbindingsgrond in raamovereenkomst gelezen, zonder het verweer dat het een opzeggingsmogelijkheid was, te beoordelen

Hoge Raad 23 mrt 2018, IT 2519; ECLI:NL:HR:2018:426 (Alert Life Sciences tegen Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hr-het-hof-heeft-een-ontbindingsgrond-in-raamovereenkomst-gelezen-zonder-het-verweer-dat-het-een-opz

HR 23 maart 2018, IT ; ECLI:NL:HR:2018:426 (Alert Life Sciences tegen Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis) Contractenrecht. Opdracht m.b.t. digitaliseringsproject zorgprocessen ziekenhuis. Ontbindingsbeding.  Project ondervindt vertraging. Aanpassing overeenkomst. Het Hof ontbond de raamovereenkomst [IT 2111]. Fatale termijn gehandhaafd voor het geval de nieuwe deadline niet gehaald wordt? Beroep op beperkende werking redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW) onderzocht? Ontbinding of opzegging raamovereenkomst; grond voor schadevergoeding?

Uit de conclusie AG: Deze zaak betreft in hoofdzaak de vraag of JBZ terecht de tussen haar en Alert c.s. gesloten overeenkomsten heeft ontbonden. In cassatie komt achtereenvolgens aan de orde of en in hoeverre partijen met een latere overeenkomst hebben bedoeld van de oorspronkelijke overeenkomst af te wijken (onderdeel 1), of tussen partijen een fatale termijn is overeengekomen (onderdeel 2), of het hof een beroep van Alert c.s. op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid over het hoofd heeft gezien (onderdeel 3) en of er voor JBZ een ontbindingsbevoegdheid bestond en Alert c.s. schadevergoeding verschuldigd zijn (onderdeel 4). De conclusie strekt tot vernietiging en verwijzing; de Hoge Raad volgt.  Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat art. 23.8 van de raamovereenkomst een ontbindingsgrond behelst, zonder het essentiële verweer van Alert c.s. te beoordelen, dat slechts sprake was van een mogelijkheid tot opzegging.

IT 2518

Geen tekortkoming inrichting digitale 3D-leeromgeving gebaseerd op OpenSims

Rechtbank 10 jan 2018, IT 2518; ECLI:NL:RBOVE:2018:881 (Stichting Ouders van Waarde tegen Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-tekortkoming-inrichting-digitale-3d-leeromgeving-gebaseerd-op-opensims

Rechtbank Overijssel 10 januari 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:881 (Stichting Ouders van Waarde tegen Stichting Christelijke Hogeschool Windesheim) Overeenkomsten inzake inrichting digitale leeromgeving en ontwikkeling bewerking leesondersteuningsmethode. Ouders van Waarde noemt verder een aantal bezwaren met betrekking tot de bewegingen van de karakters (Avatars) in de 3D-omgeving, namelijk dat zij bovenop elkaar kunnen gaan zitten en in beeldschermen kunnen ‘verdwijnen’. Kwalificatie overeenkomst van opdracht. Geen tekortkoming in de nakoming. Geen ontbinding.

IT 2516

Vordering tot betaling in bitcoin dient in faillissement te worden meegenomen in de verificatie

Rechtbank 14 feb 2018, IT 2516; ECLI:NL:RBAMS:2018:869 (Faillietverklaring Koinz trading), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-tot-betaling-in-bitcoin-dient-in-faillissement-te-worden-meegenomen-in-de-verificatie

Rechtbank Amsterdam 14 februari 2018, IT 2516; ECLI:NL:RBAMS:2018:869 (Faillietverklaring Koinz trading) Artikel 1 FW is een verplichting tot betaling in Bitcoin een vordering als bedoeld in artikel 1 FW? Verifieerbare vordering? Begrip "betalen', verwijzing naar HR 3 juni 1921, NJ 1921, p.968. Schuldeiser in de zin van art. 1 Fw is iedereen die een vordering heeft op de schuldenaar, die bij niet-voldoening leidt tot verhaal op de boedel en die voortvloeit uit een reeds ten tijde van de faillietverklaring bestaande rechtsverhouding (HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY6108 – [partijen] q.q.). De vordering dient derhalve een verifieerbare vordering te zijn. Aangezien de in het vonnis opgenomen dwangsommen in gevolge het bepaalde in art. 611 onder e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet tot verhaal op de boedel kunnen leiden, kan de rechtsvordering tot betaling van dwangsommen derhalve het verzoek niet dragen. Het verzoek zal dus slechts kunnen worden toegewezen als de vordering tot uitbetaling van bitcoin is aan te merken als een te verifiëren vordering.

 

IT 2509

Vordering van Supplink tot oproeping in vrijwaring afgewezen

Rechtbank 21 feb 2018, IT 2509; ECLI:NL:RBLIM:2018:1755 (Digitek tegen Supplink c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-van-supplink-tot-oproeping-in-vrijwaring-afgewezen

Rechtbank Limburg 21 februari 2018, IT 2509; ECLI:NL:RBLIM:2018:1755 (Digitek tegen Supplink c.s.) Contracten. Digitek heeft drie bestellingen geplaatst bij Supplink. Digitek heeft $3.545.044,42 aanbetaald. Nadat duidelijk werd dat Supplink de bestellingen niet zou leveren heeft zij $2.000.000,- terugbetaald aan Digitek. Ook heeft Digitek zaken ter waarde van €474.125,15 geleverd aan Supplink. Supplink heeft hier, ondanks sommatie en ingebrekestelling, niet voor betaald. De rechtbank veroordeelt Supplink tot het betalen van de bovengenoemde bedragen, verminderd met het al betaalde bedrag van €2.000.000,-. De door Supplink opgeworpen incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen, omdat de noodzaak voor dit incident onvoldoende is komen vast te staan.

IT 2508

Door Greencat te betalen schadevergoeding verlaagd wegens onredelijke schadebegroting

Hof 21 nov 2017, IT 2508; ECLI:NL:GHDHA:2017:3239 (NBK Forwarding tegen Greencat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/door-greencat-te-betalen-schadevergoeding-verlaagd-wegens-onredelijke-schadebegroting

Hof Den Haag 21 november 2017, IT 2508; ECLI:NL:GHDHA:2017:3239 (NBK Forwarding tegen Greencat) Schadestaatprocedure. NBK en GreenCat hebben een overeenkomst gesloten voor het gebruik, de implementatie en doorontwikkeling van softwareapplicaties. Nadat tussen partijen een geschil is gerezen over de uitvoering van deze overeenkomst, heeft de rechtbank geoordeeld dat de exoneratieclausule waar Greencat zich op beroept naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is voor zover het de uitsluiting van aansprakelijkheid betreft. Greencat wordt veroordeeld om NBK €207.050,00 te betalen [zie IT 1988]. Het hof acht het niet redelijk dat NBK schade heeft laten begroten waarvan zij wist dat die niet verhaalbaar zouden zijn. Het hof vermindert de hoofdsom van €207.05,00 met €10.660,00. Greencat is gehouden een bedrag van €196.390,00 aan NBK te betalen. De overige vorderingen worden afgewezen.

IT 2497

Niet duidelijk dat auteursrechten softwareprogramma Mega-Kassa ingebracht zijn in VOF

Rechtbank 14 feb 2018, IT 2497; ECLI:NL:RBDHA:2018:1659 (Cerme tegen A), http://www.itenrecht.nl/artikelen/niet-duidelijk-dat-auteursrechten-softwareprogramma-mega-kassa-ingebracht-zijn-in-vof

Rechtbank Den Haag 14 februari 2018, IEF 17514; IT 2497; ECLI:NL:RBDHA:2018:1659 (Cerme tegen A) Tussenvonnis. Auteursrecht. Software. Cerme en A zijn in 2005 een VOF aangegaan die zich bezighoudt met de verkoop van het door A ontwikkelde softwareproduct Mega-Kassa. De samenwerking onder de vlag van de VOF wordt in 2010 beëindigd. Cerme verkrijgt het aandeel van A in het gezamenlijk vermogen van de VOF. Cerme constateert dat Megasat24 een nagenoeg exacte kopie van het programma Mega-Kassa aanbiedt. Megasat stelt dat het programma dat zij aanbiedt voor haar is ontwikkeld door het bedrijf Ekip. Ekip heeft de rechten van de software in 2009 gekocht van A. Cerme vordert een verklaring voor recht dat de intellectuele eigendomsrechten op het programma Mega-Kassa uitsluitend aan de VOF toebehoorden. De rechtbank draagt Cerme op te bewijzen dat de volle gerechtigheid tot auteursrechten op het programma Mega-Kassa door A is ingebracht in de VOF. 

IT 2495

Ziekenhuis informatie management systeem niet in gebruik genomen, maar overeenkomst moet toch worden nagekomen

Hof 13 feb 2018, IT 2495; ECLI:NL:GHSHE:2018:570 (Ziekenhuis softwarelicentie), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ziekenhuis-informatie-management-systeem-niet-in-gebruik-genomen-maar-overeenkomst-moet-toch-worden

Hof 's-Hertogenbosch 13 februari 2018, IT 2495; ECLI:NL:GHSHE:2018:570 (Ziekenhuis softwarelicentie) Contracten. Software. Appellante is met een ziekenhuis overeengekomen dat zij een ziekenhuis informatie management systeem zal bouwen. Voor een onderdeel van dit systeem had appellante de door geïntimeerde ontwikkelde software nodig. Appellante heeft een overeenkomst met geïntimeerde gesloten inzake de koop van softwarelicenties. Het ziekenhuis heeft geen goedkeuring gegeven voor het doorvoeren van het systeem van appellante en heeft het niet in gebruik genomen. De rechtbank heeft appellante veroordeeld tot betaling van de facturen aan geïntimeerde, omdat zij verplicht was om de overeenkomst na te komen. De grieven van appellante worden verworpen en het eindvonnis van de rechtbank [niet gepubliceerd uitspraak] wordt bekrachtigd. 

IT 2493

Geschilbesluit JWM Putten vs. Liander over de aansluitplicht

Overige instanties 26 jan 2018, IT 2493; Zaaknummer: 17.0637.12 (JWM tegen Liander), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geschilbesluit-jwm-putten-vs-liander-over-de-aansluitplicht

ACM 26 januari 2018, IT 2493; Zaaknummer: 17.0637.12 (JWM tegen Liander) Via ACM: JWM Putten B.V. (hierna: JWM) heeft Liander N.V. (hierna: Liander) verzocht om een elektriciteitsaansluiting te realiseren voor een bedrijfsverzamelgebouw. JWM beheert dit gebouw (inclusief elektrische infrastructuur) en verhuurt verschillende bedrijfseenheden. Liander was van mening dat in het bedrijfsverzamelgebouw een elektriciteitsnet ligt waarvoor een ontheffing moet worden aangevraagd of een netbeheerder moet worden aangewezen. Zonder ontheffing, zouden de huurders van de bedrijfseenheden volgens Liander op het openbare net moeten worden aangesloten. Liander heeft de aansluiting aangelegd onder voorwaarde dat JWM een geschil bij de ACM aanhangig maakt over de juridische kwalificatie van de elektrische infrastructuur (wel of geen net).