DOSSIERS
Alle dossiers

Persoonsgegevens  

IT 5492

Hof Amsterdam: LinkedIn verbeurt maximale dwangsom wegens plaatsing li_gc-cookie

Gerechtshof Amsterdam 4 aug 2026, IT 5492; ECLI:NL:GHAMS:2026:2154 (LinkedIn tegen [geïntimeerde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-amsterdam-linkedin-verbeurt-maximale-dwangsom-wegens-plaatsing-li-gc-cookie

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IT 5492; ECLI:NL:GHAMS:2026:2154 (LinkedIn tegen [geïntimeerde]. Het hof bekrachtigt het vonnis in een executiegeschil tussen LinkedIn en een gebruiker over het plaatsen van cookies. In een kortgedingvonnis uit 2024 was LinkedIn geboden om het zonder toestemming (doen) plaatsen of uitlezen van trackingcookies of andere cookies waarvoor toestemming is vereist op de apparaten van de gebruiker te staken, op straffe van dwangsommen. Volgens de gebruiker heeft LinkedIn dit gebod overtreden door onder meer de cookies bcookie en li_gc te plaatsen. Het hof oordeelt dat het gebod niet is beperkt tot één specifieke cookie, maar in beginsel iedere trackingcookie of andere toestemmingsplichtige cookie omvat. De bcookie valt echter niet onder het gebod, omdat in het vonnis uit 2024 onvoldoende aannemelijk was geacht dat voor deze cookie toestemming was vereist. De li_gc-cookie kan wel onder het gebod vallen.

IT 5480

Misbruik van recht bij AVG-inzageverzoek; verzoeker niet-ontvankelijk

Rechtbank Noord-Holland 21 jul 2026, IT 5480; ECLI:NL:RBNHO:2026:9166 ([verzoeker] tegen At Home), https://www.itenrecht.nl/artikelen/misbruik-van-recht-bij-avg-inzageverzoek-verzoeker-niet-ontvankelijk

Rb. Noord-Holland 21 juli 2026, IT 5480; ECLI:NL:RBNHO:2026:9166 ([verzoeker] tegen At Home). De Rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om At Home Vastgoed Beheer B.V. te verplichten volledige inzage in zijn persoonsgegevens te verstrekken. Verzoeker had naar aanleiding van een marketingmail op grond van artikel 15 AVG om inzage gevraagd en stelde dat de reactie van At Home daarop onvolledig, onjuist en misleidend was. At Home voerde aan dat verzoeker misbruik maakte van zijn (proces)recht. De rechtbank stelt voorop dat bij het aannemen van misbruik van recht op grond van artikel 3:13 BW, bezien in samenhang met artikel 12 lid 5 AVG, terughoudendheid moet worden betracht. Volgens het door de rechtbank aangehaalde Unierechtelijke beoordelingskader zijn voor misbruik zowel objectieve omstandigheden als een subjectief element vereist en moeten alle feiten en omstandigheden van het geval worden betrokken. Daarbij mag ook rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat iemand stelselmatig volgens een vergelijkbaar patroon inzageverzoeken en schadevergoedingsvorderingen indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijken.

IT 5465

Vordering tot afschrift onderzoeksdossier na observatie door NN afgewezen

Rechtbank Rotterdam 24 aug 2026, IT 5465; ECLI:NL:RBROT:2026:9386 ([eiser] tegen Nationale Nederlanden), https://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-tot-afschrift-onderzoeksdossier-na-observatie-door-nn-afgewezen

Rb. Rotterdam 20 juli 2026, IT 5465; ECLI:NL:RBROT:2026:9386 ([eiser] tegen Nationale Nederlanden). In deze zaak vordert [eiser] in kort geding afschrift van diverse gegevens en documenten uit een onderzoek dat Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (hierna: NN) naar hem liet uitvoeren. [eiser] liep in 2021 bij een bedrijfsongeval letsel aan zijn linkervoet op. NN, de aansprakelijkheidsverzekeraar van zijn werkgever, erkende in 2022 de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval. Naar aanleiding van een later ontvangen video en een interne fraudemelding startte NN een onderzoek naar de feiten en de persoon van [eiser]. Onderzoeksbureau I-TEK voerde daarbij onder meer een vijfdaagse observatie uit. NN sloot het onderzoek uiteindelijk zonder een maatregel tegen [eiser] te nemen. [eiser] vraagt onder meer om stukken over de interne fraudemelding, de beoordeling van de aanleiding voor het onderzoek, de proportionaliteits- en subsidiariteitsafweging, het waarnemingsonderzoek, interne communicatie en de betrokkenheid van de advocaat van NN. Hij wil daarmee kunnen beoordelen of NN het onderzoek rechtmatig heeft uitgevoerd en of zij de verkregen informatie als bewijs tegen hem mag gebruiken. [eiser] baseert zijn vorderingen op art. 194 en 195 Rv en beroept zich daarnaast op art. 15 AVG. 

IT 5461

Geen zelfstandige inzagevordering tijdens lopende hoofdzaak en geen verstrekking identiteit melder

Gerechtshof Den Haag 28 jul 2026, IT 5461; ECLI:NL:GHDHA:2026:2487 ([appellant] tegen de Nationale Politie), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-zelfstandige-inzagevordering-tijdens-lopende-hoofdzaak-en-geen-verstrekking-identiteit-melder

Hof Den Haag 28 juli 2026, IT 5461; ECLI:NL:GHDHA:2026:2487 ([appellant] tegen de Nationale Politie). In deze zaak vordert [appellant] in kort geding inzage in en afschrift van het volledige, niet-geanonimiseerde mutatierapport dat de Politie heeft opgesteld nadat zij op 29 december 2023 zijn woning was binnengetreden naar aanleiding van informatie dat daar een vuurwapen zou liggen. Bij de doorzoeking werd geen vuurwapen aangetroffen. [appellant] had reeds een bodemprocedure tegen de Politie aanhangig gemaakt waarin hij schadevergoeding vordert wegens het volgens hem onrechtmatige binnentreden. Daarnaast wilde hij met het ongeschoonde mutatierapport achterhalen wie de melding had gedaan en onder welke omstandigheden, om te kunnen beoordelen of sprake was van een valse of kwaadwillige melding en of hij tegen de melder civiel- of strafrechtelijke stappen kon ondernemen. Hij baseerde zijn inzagevordering op art. 197 jo. 194 Rv. De voorzieningenrechter wees de vordering af, waarna [appellant] hoger beroep instelde.

IT 5460

Afwijzing wijziging identiteitsgegevens in BRP wegens onvoldoende bewijs dat brondocumenten op [appellant] betrekking hebben

Overige instanties 29 jul 2026, IT 5460; ECLI:NL:RVS:2026:4440 ([appellant] tegen het college van burgemeester en wethouders van Maastricht), https://www.itenrecht.nl/artikelen/afwijzing-wijziging-identiteitsgegevens-in-brp-wegens-onvoldoende-bewijs-dat-brondocumenten-op-appellant-betrekking-hebben

RvS 29 juli 2026, IT 5460; ECLI:NL:RVS:2026:4440 ([appellant] tegen het college van burgemeester en wethouders van Maastricht). [appellant] verzocht het college om zijn in de basisregistratie personen (BRP) geregistreerde voornaam en geslachtsnaam te wijzigen, omdat de identiteit waaronder hij sinds zijn asielprocedure in 1995 stond geregistreerd volgens hem vals was. Die gegevens waren destijds op basis van een verklaring onder ede in de BRP opgenomen en [appellant] had op basis daarvan ook de Nederlandse nationaliteit verkregen. Ter onderbouwing van de door hem gestelde Algerijnse identiteit legde hij onder meer verschillende geboorteakten, een Algerijns paspoort, identiteitskaarten en een uittreksel van een huwelijksakte over. Bureau Documenten van de IND achtte de meeste documenten echt, maar kon wegens onvoldoende betrouwbaar vergelijkingsmateriaal geen oordeel geven over de correcte opmaak en afgifte. Daarnaast verschilden twee gezichtsvergelijkende onderzoeken van conclusie: Securitech achtte het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dezelfde persoon, terwijl Bureau Documenten slechts redelijke steun vond voor die hypothese. Het college wees het verzoek af omdat niet voldoende vaststond dat de overgelegde documenten daadwerkelijk betrekking hadden op [appellant]. De rechtbank Limburg liet die afwijzing in stand. 

IT 5458

Geen recht op verwijdering of verdere rectificatie van KMar-mutatie op grond van artikel 28 Wpg

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 jul 2026, IT 5458; ECLI:NL:RBZWB:2026:6670 ([eiser] tegen de minister van Defensie), https://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-recht-op-verwijdering-of-verdere-rectificatie-van-kmar-mutatie-op-grond-van-artikel-28-wpg

Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juli 2026, IT 5458; ECLI:NL:RBZWB:2026:6670 ([eiser] tegen de minister van Defensie). Deze uitspraak gaat over twee verzoeken van eiser om verwijdering dan wel rectificatie van de verwerking van zijn persoonsgegevens door de Koninklijke Marechaussee (KMar) op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg). Naar aanleiding van een staandehouding op 31 juli 2019 had de KMar een mutatierapport opgesteld. Eiser verzocht in 2024 primair om volledige verwijdering van die mutatie, omdat volgens hem een wettelijke grondslag voor de verwerking ontbrak en de klachtencommissie van de KMar eerder had geoordeeld dat geen gegronde reden bestond om hem om legitimatie te vragen. Subsidiair verzocht hij om rectificatie van verschillende passages, onder meer over zijn kijkgedrag naar passerende voertuigen, het lopen dan wel oversteken van de weg, een vermeende voorbijganger en de omschrijving dat hij ‘verbaal agressief’ zou hebben gereageerd. Ter onderbouwing verwees eiser onder meer naar een geluidsopname van de staandehouding. De minister wees de verzoeken grotendeels af, omdat de gegevens rechtmatig in het kader van de dagelijkse politietaak waren verwerkt en de betwiste passages volgens hem grotendeels indrukken en waarnemingen van KMar-ambtenaren betroffen.

IT 5453

Wpg-inzageverzoek vereist aanvullende zoekslag naar telefoonnummers

Overige instanties 22 jul 2026, IT 5453; ECLI:NL:RVS:2026:4287 ([appellant] tegen het college van procureurs-generaal), https://www.itenrecht.nl/artikelen/wpg-inzageverzoek-vereist-aanvullende-zoekslag-naar-telefoonnummers

ABRvS 22 juli 2026, IT 5453; ECLI:NL:RVS:2026:4287 ([appellant] tegen het college van procureurs-generaal). [appellant] verzocht de Rijksrecherche op grond van art. 25 Wpg om inzage in alle hem betreffende politiegegevens. Het college van procureurs-generaal, dat voor de Rijksrecherche als verwerkingsverantwoordelijke optreedt, meldde aanvankelijk dat geen persoonsgegevens van [appellant] waren verwerkt, maar gaf hem later alsnog inzage in registraties uit een strafrechtelijk onderzoeksdossier. Na een eerdere vernietiging door de rechtbank verrichtte het college een aanvullende zoekslag, waarbij 53 verwerkingen van persoonsgegevens van [appellant] werden aangetroffen. De rechtbank Amsterdam oordeelde vervolgens dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de mailboxen van voormalige medewerkers niet waren doorzocht en waarom niet was gezocht op de nieuwe naam van een onderneming van [appellant], maar achtte een aanvullende zoekslag op zijn woonadres en telefoonnummers niet noodzakelijk. [appellant] kwam daartegen in hoger beroep op en stelde dat de zoekslag nog steeds onvolledig was, onder meer omdat in het strafrechtelijke onderzoek telefoongesprekken van de hoofdverdachte waren getapt en reeds een tapverslag was gevonden waarin zijn persoonsgegevens voorkwamen.

IT 5463

Verzoek om inzage in AVG-procedure aangehouden wegens verwevenheid met hoofdzaak

Rechtbank Noord-Holland 8 jul 2026, IT 5463; ECLI:NL:RBNHO:2026:9870 ([verzoeker] tegen De Huurwoningbemiddelaar), https://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-om-inzage-in-avg-procedure-aangehouden-wegens-verwevenheid-met-hoofdzaak

Rb. Noord-Holland 8 juli 2026, IT 5463; ECLI:NL:RBNHO:2026:9870 ([verzoeker] tegen De Huurwoningbemiddelaar). In deze zaak verzoekt [verzoeker] de rechtbank op grond van artikel 195 Rv om De Huurwoningbemiddelaar te bevelen nadere gegevens en stukken over te leggen in een reeds lopende AVG-procedure. Het verzoek ziet onder meer op stukken ter onderbouwing van de door De Huurwoningbemiddelaar gestelde rechtmatige verwijdering van persoonsgegevens, waaronder vernietigingsdocumentatie, logbestanden en het bewaartermijnbeleid, en op nadere informatie over door haar aangehaalde jurisprudentie. [verzoeker] verzoekt daarnaast dat, wanneer de gevraagde informatie niet wordt verstrekt, het beroep van De Huurwoningbemiddelaar op die jurisprudentie en op de rechtmatige verwijdering van persoonsgegevens buiten beschouwing wordt gelaten. De Huurwoningbemiddelaar verzet zich tegen toewijzing van het incidentele verzoek. 

IT 5459

Rechtbank: geen spoedeisend belang bij AVG-inzage en beperking van verwerking

Rechtbank Rotterdam 15 jul 2026, IT 5459; ECLI:NL:RBROT:2026:9578 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/rechtbank-geen-spoedeisend-belang-bij-avg-inzage-en-beperking-van-verwerking

Rb. Rotterdam 15 juli 2026, IT 5459; ECLI:NL:RBROT:2026:9578 ([eiseres] tegen [gedaagde]). Een moeder vordert namens haar dochter in kort geding onder meer dat het besluit van een hockeyvereniging tot beëindiging van het lidmaatschap voorlopig buiten werking wordt gesteld en dat haar dochter weer tot de vereniging wordt toegelaten. Daarnaast verlangt zij afschrift van het volledige dossier van haar dochter, informatie over personen en instanties aan wie persoonsgegevens zijn verstrekt, beperking van de verwerking van die persoonsgegevens en een verbod op verdere verspreiding van een onderzoeksrapport. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot herstel van het lidmaatschap af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Het besluit dateert van november 2023, de dochter heeft sindsdien niet meer gehockeyd en er is geen concrete wens om het lidmaatschap op korte termijn te hervatten. Ook het gestelde belang bij reputatieherstel maakt niet dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

IT 5455

Korpschef moet bij Wpg-inzageverzoek onderscheid tussen gerichte en automatische BRP-bevragingen inzichtelijk maken

Overige instanties 15 jul 2026, IT 5455; ECLI:NL:RVS:2026:4141 (korpschef van politie tegen [wederpartij]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/korpschef-moet-bij-wpg-inzageverzoek-onderscheid-tussen-gerichte-en-automatische-brp-bevragingen-inzichtelijk-maken

ABRvS 15 juli 2026, IT 5455; ECLI:NL:RVS:2026:4141 (korpschef van politie tegen [wederpartij]). [wederpartij] verzocht op grond van art. 25 Wpg om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens nadat hij had vastgesteld dat de politie zijn gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) tussen 2018 en 19 mei 2022 meer dan achthonderd keer had geraadpleegd. Hij wilde weten waarom op zijn naam en op de namen van onder meer zijn dochters, ouders en ex-partner was gezocht, wie binnen de politie de BRP had geraadpleegd, wat de redenen voor die raadplegingen waren en waarvoor de verkregen gegevens werden gebruikt en verwerkt. Ook ging hij ervan uit dat in verband met die raadplegingen documenten, zoals processen-verbaal, waren opgesteld en verzocht hij daarvan inzage. De korpschef wees het verzoek af en stelde dat BRP-bevragingen bij verwerking in de politiesystemen grotendeels automatisch plaatsvinden, dat niet inzichtelijk was welke raadplegingen gericht en welke automatisch waren verricht en dat daarvan geen afzonderlijke documenten werden aangemaakt. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde dat besluit, omdat de korpschef onvoldoende had onderbouwd dat ook van gerichte BRP-bevragingen geen gegevens beschikbaar waren en het inzageverzoek te beperkt had opgevat.