Juwelier had bedacht moeten zijn op fraude via internetbankieren
Rechtbank Noord-Nederland 1 november 2017, IT&R 2408; ECLI:NL:RBNNE:2017:4160 (ING tegen De Gouden Eeuw). Fraude. Internetbankieren. In 2016 heeft is een significante order geplaatst bij juweliersbedrijf De Gouden Eeuw. De overboeking van deze order kwam ten laste van X. Na aangifte van X en een onderzoek van ING blijkt dat X slachtoffer is geworden van "phishing fraude", waarop ING X schadeloos heeft gesteld. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten dat De Gouden Eeuw actief betrokken is geweest bij de fraude. Er is geen wanprestatie op basis van de Voorwaarden die ING hanteert bij haar rekeningen. Van een onrechtmatige daad is evenmin sprake nu ING geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die staven dat gedaagden zich schuldig hebben gemaakt aan (schuld)heling en/of (schuld)witwassen. Er is evenwel voldoende vast komen te staan dat er sprake is van fraude. De Gouden Eeuw had kunnen weten dat bij een transactie als de onderhavige mogelijk sprake is van fraude. De betaling van het bedrag aan De Gouden Eeuw heeft plaatsgevonden zonder rechtsgrond, zodat dit bedrag teruggevorderd kan worden.