IT 2598

Afscheidsseminar Hendrik Struik

Lezingen van Peter van Schelven, Antoon Quaedvlieg, Willem Grosheide, Bernt Hugenholtz, Dirk Visser. Afgelopen woensdag 6 juni werd er afscheid genomen van Hendrik Struik bij CMS door middel van een feestelijk afscheidsseminar onder leiding van Peter van Schelven. Peter begon de middag en nam ons mee in de carrière van Hendrik Struik. Na zijn studie aan de Vrije Universiteit begon Hendrik Struik 34 jaar geleden bij CMS, toen nog Derks & Partners genaamd, waar hij zijn hele carrière heeft gewerkt en is uitgegroeid tot een topadvocaat. Collega's kennen Hendrik als iemand die zeer van taal houdt. Hij kan goed en strak schrijven en dat blijkt des te meer uit zijn (onder collega’s bekende) uitspraak: “Ik ga nog even punaises poetsen”. Maar naast een topadvocaat en een taalfreak, blijkt Hendrik Struik tevens een zeer goede tekenaar. De aanwezigen werden door Peter van Schelven getrakteerd op een geweldige slideshow van tekeningen, met als topstuk de Domtoren van het logo van de Jonge Balie van Utrecht, getekend door Hendrik Struik. Na de inleiding van Peter van Schelven volgden er presentaties van maar liefst vier professoren over het werkbegrip in de Auteurswet.

IT 2597

Conclusie AG: Livestreaming van televisieprogramma’s is geen aanbieding van een communicatienetwerk naar het publiek

Hof van Jusitie EU 5 jul 2018, IT 2597; ECLI:EU:C:2018:535 (France Télévisions tegen Playmédia), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-livestreaming-van-televisieprogramma-s-is-geen-aanbieding-van-een-communicatienetwerk-n

Conclusie AG HvJ EU 5 juli 2018, IEF 17814; IEFbe 2640; IT 2597; ECLI:EU:C:2018:535; C‑298/17 (France Télévisions tegen Playmédia) Elektronischecommunicatienetwerken en ‑diensten. Universele dienst en gebruikersrechten. Begrip 'ondernemingen die elektronischecommunicatienetwerken aanbieden welke voor de distributie van radio‑ of televisie-uitzendingen naar het publiek worden gebruikt’. Onderneming die op het internet het bekijken van televisieprogramma’s via livestreaming aanbiedt. Doorgifteverplichting (must carry). Conclusie AG:

1) Artikel 31, lid 1, eerste alinea, van [universeledienstrichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat een onderneming die op het internet het bekijken van televisieprogramma’s via livestreaming aanbiedt, niet behoort te worden aangemerkt als een onderneming die een elektronischecommunicatienetwerk aanbiedt dat voor de distributie van radio‑ of televisieomroepkanalen naar het publiek wordt gebruikt in de zin van die bepaling.

IT 2596

Bieden op internet-kavel is niet gelijk aan het doen van een bestelling

Overige instanties 4 apr 2018, IT 2596; ECLI:NL:RVS:2018:1134 (Vereniging Slijtersunie tegen burgemeester van Assen, inzake Catawiki), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bieden-op-internet-kavel-is-niet-gelijk-aan-het-doen-van-een-bestelling-1

ABRvS 4 april 2018, IT 2596; ECLI:NL:RVS:2018:1134 (Vereniging Slijtersunie tegen burgemeester van Assen, inzake Catawiki) Zie eerder IT 2254. Catawiki exploiteert een veilingwebsite, waarop zij de mogelijkheid biedt sterke drank te verkopen en te kopen. De verkopers kunnen sterke drank in de vorm van zogenoemde kavels ter veiling aanbieden en zorgen voor de levering en bezorging van de kavels. Catawiki heeft geen vergunning om het slijtersbedrijf uit te kunnen oefenen. SlijtersUnie stelt dat Catawiki artikel 19 lid 1 Dhw overtreedt, omdat zij gelegenheid biedt tot het doen van bestellingen voor sterke drank. In de Dhw is geen definitie opgenomen van het begrip “bestelling”. Er wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. Het doen van een bieding op een aangeboden kavel leidt niet rechtstreeks tot koop en levering of bezorging van die kavel en kan daarom niet gelijk worden gesteld aan het doen van een bestelling. Het hoger beroep van de SlijtersUnie is ongegrond.

IT 2594

Groepsaansprakelijkheid bij auteurs- en merkrechtinbreuk op fronts van slotmachines

Rechtbank 27 jun 2018, IT 2594; ECLI:NL:RBDHA:2018:7746 (Novomatic c.s. tegen Betsoft en Carmando), http://www.itenrecht.nl/artikelen/groepsaansprakelijkheid-bij-auteurs-en-merkrechtinbreuk-op-fronts-van-slotmachines
novomatic betsoft

Rechtbank Den Haag 27 juni 2018, IEF 17802; IT 2594; ECLI:NL:RBDHA:2018:7746 (Novomatic c.s. tegen Betsoft en Carmanco) Auteursrecht. Merkenrecht. Novomatic houdt zich bezig met ontwikkelen van (online) kansspelen en exploitatie van landbased slotmachines (gokspel/fruitautomaat). Eiseressen zijn (deels) auteursrechthebbenden door op 'landbased slotmachines' aangebrachte merktekens en naamswijziging/fusie. Speelfronten van de spellen zijn auteursrechtelijk beschermd. De online aangeboden spellen maken daarop inbreuk. Tevens inbreuk op geldige Benelex- en Uniemerken. Toerekening van deze inbreuken aan licentiehouder; licentieovereenkomst niet overgelegd. Betrokkene bij licentiehouder aansprakelijk 'als ware hij bestuurder'; persoonlijk ernstig verwijt. Roulerend eigenaarschap/exploitatie schap websites leidt tot groepsaansprakelijkheid. Bestuurder van licentiehouder (trustmaatschappij) niet aansprakelijk. De rechtbank beveelt Betsoft c.s. auteursrechtinbreuk op de spellen ‘Hot Shot’ en ‘Random Runner’, ‘Revolution’ en ‘Hell Raiser’ in Nederland te staken en gestaakt te houden en staking gebruik merk RANDOM RUNNER.

IT 2595

Prejudicieel gestelde vragen over criteria van 'voorbereidend materiaal' voor de bescherming van computerprogramma's

Hof van Jusitie EU 3 apr 2018, IT 2595; (Dacom tegen IPM), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-criteria-van-voorbereidend-materiaal-voor-de-bescherming-van-compu

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 3 april 2018, IEF 17804; IEFbe 2632; IT 2595; C-313/18 (Dacom tegen IPM) Auteursrecht. Dacom Limited is een Cypriotische vennootschap, waarvan persoon Y in de periode 2007-2011 de enige eigenaar was. IPM Informed Portfolio Management AB (hierna: IPM) is een Zweedse vennootschap die activiteiten uitoefent inzake vermogensbeheer. In 2003 sloten Y en IPM een overeenkomst volgens welke Y een werknemer van IPM zou worden en in de moedermaatschappij van IPM zou investeren. De tewerkstelling ging datzelfde jaar van start en Y werd vervolgens ook een aandeelhouder van de moedermaatschappij. Volgens Dacom eindigde de tewerkstelling van Y in 2004 en leverde Dacom Y’s diensten vanaf dan aan IPM als consultant. IPM betoogde echter dat Y’s tewerkstelling bij IPM ongewijzigd voortging. In de periode waarin Y actief was bij IPM werd een computerprogramma voor vermogensbeheer ontwikkeld. Het geschil betreft de vraag wie aanspraken heeft op (een deel van) de auteursrechten op dat computerprogramma en het voorbereidende ontwerpmateriaal. Dacom is van mening dat zij gedeeld auteursrecht bezit op het computerprogramma, nu Y als consultant betrokken was bij het maken en ontwikkelen van het voorbereidende ontwerpmateriaal voor de software. Dacom vordert daarom een verbod voor IPM om kopieën van de software te maken. Volgens IPM was Y in loondienst en ontwikkelde Y geen voorbereidend materiaal voor de software, waardoor alleen IPM het auteursrecht bezit op het computerprogramma.

Volgens artikel 1, lid 1, van richtlijn 2009/24/EG omvatten door het auteursrecht  beschermde computerprogramma’s ook het voorbereidende materiaal. De bepaling bevat geen definitie van de term voorbereidend materiaal, maar in overweging 7 van de richtlijn wordt uitgelegd dat de term computerprogramma eveneens het desbetreffende voorbereidende ontwerp-materiaal omvat dat tot het vervaardigen van een programma leidt, op voorwaarde dat dit voorbereidende ontwerpmateriaal van dien aard is dat het later tot zulk een programma kan leiden. In een aantal prejudiciële beslissingen heeft het Hof naar de term voorbereidend ontwerpmateriaal verwezen, maar de niet verduidelijkt. De vraag rijst daarom wanneer sprake is van voorbereidend materiaal. Ook rijst de vraag wanneer iemand als een werknemer kan worden beschouwd, nu artikel 2 lid 3 van richtlijn 2009/24/EG bepaalt dat indien een computerprogramma gemaakt is door een werknemer bij de uitoefening van zijn taken of in opdracht van zijn werkgever, de werkgever bij uitsluiting bevoegd is de economische rechten met betrekking tot het programma uit te oefenen. De verwijzende rechter twijfelt of aansluiting kan worden gezocht bij de in de rechtspraak van het Hof bestaande uitlegging van de term werknemer. Daarbij is het de vraag of, wanneer partijen samen houders van een intellectueel-eigendomsrecht zijn, een van de partijen een bevel tot staking in de zin van richtlijn 2004/48/EG aan de andere partij kan richten. De verwijzende rechter gaat daarom over tot het stellen van prejudiciële vragen.

Prejudiciële vragen:

1.1 Aan de hand van welke criteria moet worden vastgesteld of materiaal “voorbereidend materiaal” is in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s? Kunnen documenten waarin de vereisten worden vastgesteld betreffende de functies die een computerprogramma moet uitvoeren en de resultaten die het programma moet bereiken, bijvoorbeeld de gedetailleerde beschrijving van beleggingsprincipes of risicomodellen voor vermogensbeheer, met inbegrip van wiskundige formules die in het computerprogramma moeten worden toegepast, als dergelijk voorbereidend materiaal worden beschouwd?

1.2 Moet materiaal, om als “voorbereidend materiaal” in de zin van de richtlijn te kunnen worden aangemerkt, zo volledig en gedetailleerd zijn dat de persoon die de eigenlijke code van een computerprogramma schrijft in de praktijk geen eigen keuzes meer hoeft te maken?

1.3 Brengt het exclusieve recht op voorbereidend ontwerpmateriaal in de zin van de richtlijn met zich mee dat het computerprogramma dat het uiteindelijke resultaat van dat voorbereidend materiaal wordt, als een bewerking van het voorbereidende ontwerpmateriaal (artikel 4, lid 1, onder b), van richtlijn

2009/24/EG) en dus met betrekking tot het auteursrecht als een afhankelijk werk moet worden beschouwd, of dat het voorbereidende ontwerpmateriaal en de software als twee verschillende uitdrukkingswijzen van een en hetzelfde werk moeten worden aangemerkt, dan wel dat ze twee onafhankelijke werken vormen?

2.1 Kan een consultant die in dienst is van een andere onderneming maar al een aantal jaren voor dezelfde cliënt werkt en – bij de uitoefening van zijn taken of in opdracht van de cliënt – een computerprogramma heeft gemaakt, als een werknemer [van de cliënt-onderneming] worden beschouwd voor de toepassing van artikel 2, lid 3, van richtlijn 2009/24/EG?

2.2 Op basis van welke criteria moet worden beoordeeld of iemand een werknemer is in de zin van die bepaling?

3.1 Moet artikel 11 van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten aldus worden uitgelegd dat het ook mogelijk moet zijn om een rechterlijk bevel tot staking te verkrijgen in een situatie waarin de eiser en de partij tegen wie dat bevel is gericht, samen houders van het desbetreffende intellectuele-eigendomsrecht zijn?

3.2 Indien vraag 3.1 bevestigend wordt beantwoord, dient die situatie anders te worden beoordeeld ingeval het exclusieve recht een computerprogramma betreft dat niet wordt gedistribueerd of openbaar gemaakt maar enkel wordt gebruikt in de eigen onderneming van een van de mede-eigenaren?

IT 2593

IViR Sci-Fi & Information Law Essay Competition

IViR Sci-Fi & Information Law Essay Competition, before december 15th 2018. Science fiction and information law have more in common than meets the eye. Both are fascinated by new and emerging technologies, and both feel a strong urge to write about them. Authors in both ‘genres’ dedicate a considerable share of their time speculating about how these technologies may evolve. Most importantly, science fiction authors, as well as information law scholars, ponder what the implications will be for society, markets and the values that we cherish and seek to protect.

IT 2592

HR: The Pirate Bay-blokkeringszaak moet over bij Hof Amsterdam

29 jun 2018, IT 2592; ECLI:NL:HR:2018:1046 (Stichting Brein tegen Ziggo c.s.), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hr-the-pirate-bay-blokkeringszaak-moet-over-bij-hof-amsterdam

HR 29 juni 2018, IEF 17798; IT 2592; ECLI:NL:HR:2018:1046 (Stichting Brein tegen Ziggo c.s.) De Hoge Raad bevestigt de conclusie van de AG [IEF 17565] dat de zaak van Stichting BREIN over het blokkeren over moet. Een indexeringssite met zoekmotor The Pirate Bay doet een mededeling aan het publiek, aldus het antwoord van het HvJ EU [IEF 16859] op de gestelde prejudiciële vragen aan het HvJ EU. Vordering ex artikel 26d Aw. Er is geen grond om een andere regel te hanteren dat uit artikel 150 Rv voortvloeit: indien een tussenpersoon de effectiviteit of evenredigheid van een gevorderd bevel betwist, dat de bewijslast van de effectiviteit of evenredigheid bij de eisende partij rust. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de proceskosten tot en met het tussenarrest van €60.000 dat aan BREIN toekomst. De kosten daarna zijn begroot volgens Indicatietarieven IE 2017: €15.000 voor de zaak bij het HvJ EU, €3.000 voor de repliek en €2.000 voor de Borgersbrief. Het hof Amsterdam gaat zich over de zaak buigen.

IT 2591

AP waarschuwt voor oplichters

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) krijgt signalen dat organisaties worden gebeld dat zij een boete moeten betalen omdat hun website niet voldoet aan de AVG. Deze persoon doet zich voor als iemand die namens de Autoriteit Persoongegevens (voorheen CBP) belt. Dit is niet het geval. Dit is geen actie vanuit de AP. Een boete van de AP komt nooit uit de lucht vallen. Er zal altijd een onderzoek aan voorafgaan. Eerder waarschuwde de AP al voor een misleidend AVG-keurmerk

IT 2590

Gekraakte versie van software voor toegang tot een module, hoogte schadevergoeding is licentiebedrag voor die module

Rechtbank 20 jun 2018, IT 2590; ECLI:NL:RBZWB:2018:5378 (Siemens tegen Airopack), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gekraakte-versie-van-software-voor-toegang-tot-een-module-hoogte-schadevergoeding-is-licentiebedrag

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20 juni 2018, IEF17783; IT 2590 (Siemens tegen Airopack Technology Groep) Auteursrecht op software. Schadevergoeding. Een werknemer van ATG installeert een gekraakte versie van Siemens' NX-software op een computer. Siemens vordert in totaal €590.694 aan schadevergoeding. De rechtbank sluit aan bij wat partijen zouden zijn overeengekomen als een licentie was afgenomen en acht het voldoende aannemelijk dat dan enkel de CAD/CAM 3 module zou zijn afgenomen. De schade wordt begroot op €30.182; de rechtbank rekent geen premie voor inbreuk (geen "double damages"). Kosten voor vaststelling van inbreuk worden voor de helft toegewezen (€2.500). Er is geen sprake van onrechtmatig procederen, gelet op recht op toegang tot de rechter, past terughoudendheid bij aannemen van misbruik. Siemens' proces- en beslagkosten worden na matiging op de voet van art. 1019h Rv begroot en toegewezen.

IT 2589

ACM verzoekt AP om advies over codewijzigingsvoorstel Nedu en Netbeheer Nederland over dataveiligheid

ACM Adviesaanvraag codevoorstel Dataveiligheid, 23 oktober 2017. Naar aanleiding van het Actieplan Dataveiligheid van EnergieNederland, Netbeheer Nederland en de Vrijhandelsorganisatie Elektriciteit en Gas (VOEG) heeft de Autoriteit Consument & Markt op 29 mei 2017 een voorstel ontvangen van NEDU (Nederlandse EnergieData Uitwisseling) tot wijziging van de Informatiecode elektriciteit en gas (hierna: ICeg). De ACM moet de voorgestelde wijzigingen beoordelen en het is aan de ACM om de wijzigingen vast te stellen. Ter voorbereiding op haar besluitvorming verzoekt de ACM de Autoriteit persoonsgegevens een advies uit te brengen (Adviesaanvraag). De AP heeft bezwaar tegen het voorstel en adviseert u dit niet aldus vast te stellen.

IT 2588

Handleiding Checklist Data Privacy Impact Analyse

, IT 2588; http://www.itenrecht.nl/artikelen/handleiding-checklist-data-privacy-impact-analyse

Gemeenten zitten regelmatig met de vraag voor welke verwerkingen een data protection impact assessment (DPIA) uitgevoerd moet worden en wanneer. In artikel 35 (Gegevensbeschermingseffectbeoordeling) van de AVG staat beschreven wanneer een DPIA uitgevoerd moet worden. Om meer duiding aan de eisen uit artikel 35 te geven heeft de werkgroep van Europese privacytoezichthouders (WP29) aanvullende kaders opgesteld die ook op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gepubliceerd staan.

De Checklist Data Privacy Impact Analyse is van deze kaders afgeleid en dient als handreiking om te bepalen wanneer het verplicht is een DPIA uit te voeren.

IT 2587

Mogelijk ander belang bij verzoek tot inzage ex 35 Wbp is ontoereikend om misbruik van recht aan te nemen

Hof 31 okt 2017, IT 2587; ECLI:NL:GHDHA:2017:3011 (Appellant tegen Bankiers NV), http://www.itenrecht.nl/artikelen/mogelijk-ander-belang-bij-verzoek-tot-inzage-ex-35-wbp-is-ontoereikend-om-misbruik-van-recht-aan-te

Hof Den Haag 31 oktober 2017, IT 2587; ECLI:NL:GHDHA:2017:3011 (Appellant tegen Bankiers NV) Privacy. Appellant is in 2003 een effectenbemiddelingsovereenkomst aangegaan met de rechtsvoorgangster van Geïntimeerde. In 2008 is een conflict ontstaan over een door geïntimeerde opgezette beleggingsconstructie. Appellant dient in 2016 een verzoek in tot het verschaffen van onder andere een overzicht van op hem betrekking hebbende persoonsgegevens ex art. 35 Wbp. Geïntimeerde heeft geweigerd aan dit verzoek te voldoen. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. De rechtbank achtte dat Appellant misbruik had gemaakt van zijn inzagerecht. Het belang van Appellant bij zijn verzoek is echter gegeven, omdat het belang om te weten of zijn persoonsgegevens juist en rechtmatig worden verwerkt is voldoende. Dat hij daarbij mogelijk tevens een ander belang heeft (gehad), is ontoereikend om aan te nemen dat hij van dit recht misbruik maakt. Het belang van Geïntimeerde dat toewijzing van het verzoek een ‘buitengewone inspanning en administratieve last’ zou vergen weegt niet op tegen het belang van Appellant. De grief is gegrond. De overige verzoeken worden afgewezen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd.

IT 2580

Artikelen over bestuurder inmiddels failliete ondernemingen vervullen journalistiek rol in maatschappelijk debat

Rechtbank 20 mrt 2018, IT 2580; ECLI:NL:RBLIM:2018:2751 (Bestuurder failliete onderneming), http://www.itenrecht.nl/artikelen/artikelen-over-bestuurder-inmiddels-failliete-ondernemingen-vervullen-journalistiek-rol-in-maatschap

Rechtbank Limburg 20 maart 2018, IT 2580; ECLI:NL:RBLIM:2018:2751 (Bestuurder failliete onderneming) Privacy. Geen verwijdering zoekresultaat Google. Verzoeker was bestuurder van verschillende besloten vennootschappen en één commanditair vennootschap. Deze zijn respectievelijk op 5 juli 2005 en 4 november 2005 failliet verklaard. Voormelde vennootschappen hadden ten tijde van haar faillissementen omstreeks 550 medewerkers in dienst. Verzoeker wil dat Google URL's in de zoekresultaten verwijdert dan wel afschermt. De informatie in de URL’s is niet onjuist, niet irrelevant en niet onnodig grievend. Er moet een belangenafweging plaatsvinden. De URL’s hebben betrekking op publicaties van professionele media die een journalistieke rol vervullen in het maatschappelijke debat inzake onder meer bestuurdersaansprakelijkheid. Het moeilijker vindbaar maken van de artikelen via Google Search kan worden gezien als een inperking van de vrijheid van meningsuiting van de originele auteurs. Bovendien heeft de informatie die in de artikelen staat enkel betrekking op de rol van verzoeker als bestuurder. Het verzoek wordt afgewezen.

IT 2586

FIFA18 Loot box met gloednieuwe verjaardagsselectie misleidend

, IT 2586; http://www.itenrecht.nl/artikelen/fifa18-loot-box-met-gloednieuwe-verjaardagsselectie-misleidend
Advertentie EA

RCC 16 mei 2018, IT 2586; RB 3146; dossiernr. 2018/00227 (FIFA Ultimate Team loot box) Reclamerecht. FUT is een onderdeel van het spel FIFA18, dat verkrijgbaar is voor PlayStation 4. Binnen FUT kunnen pakketten worden gekocht waarin spelers zitten die voor het elftal kunnen worden ingezet. Van tevoren is niet bekend welke spelers in een pakket zitten. Alleen het aantal spelers is bekend en hoeveel daarvan “goud” en “zeldzaam” zijn. Hoe duurder een pakket, des te groter de kans dat er een zeldzame (en dus waardevolle) speler in het pakket zit. Daarnaast zijn er speciale pakketten met nog betere scores verkrijgbaar. In de uiting wordt geadverteerd voor een speciaal pakket. Op basis van de tekst “…een gloednieuwe FUT-verjaardagsselectie, vanaf 16 maart in pakketten beschikbaar” meende klager dat het speciale pakket minimaal één van de afgebeelde 23 spelers uit de verjaardagsselectie zou bevatten. Deze indruk wordt volgens klager versterkt doordat de opmaak van de (overgelegde) pagina, waarop het Ultimate pakket in ‘Brons’, ‘Zilver’ en ‘Goud’ wordt aangeboden, anders is dan gebruikelijk en is aangepast aan de lay-out van de advertentie. Klager heeft voor 20 euro aan FIFA-punten gekocht en deze in het spel ingewisseld voor een ‘Gold Ultimate’ pakket. Bij opening van het pakket bleek dat hierin geen enkele speler uit de verjaardagsselectie zat. Omdat in de advertentie niet wordt vermeld dat bij aanschaf van het verjaardagspakket geen zekerheid bestaat op het ontvangen van één (of meer) speler(s) uit de verjaardagsselectie, vindt klager de uiting misleidend. Als hij had geweten dat slechts sprake is van een kleine kans op één van de 23 spelers, had hij het ‘Gold Ultimate’ pakket niet gekocht.

IT 2581

Conclusie AG: verwerping cassatieberoep schending grondrechten door ontvangst van gegevens van buitenlandse diensten door AIVD en MIVD

Hoge Raad 4 mei 2018, IT 2581; ECLI:NL:PHR:2018:496 (Particulieren en belangenorganisaties tegen de Staat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-verwerping-cassatieberoep-schending-grondrechten-door-ontvangst-van-gegevens-van-buiten

Conclusie AG HR 4 mei 2018, IT 2581; ECLI:NL:PHR:2018:496 (Particulieren en belanghebbenden tegen de Staat) Privacy. Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten ontvangen gegevens van buitenlandse inlichtingendiensten, zoals de Amerikaanse NSA en de Britse GCHQ. Als gevolg van het feit dat deze buitenlandse diensten de herkomst van de verschafte gegevens niet aan de ontvanger bekend maken, kan niet altijd de mogelijkheid worden uitgesloten dat internationaal erkende grondrechten zijn geschonden bij het verwerven van die gegevens. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. 

IT 2585

EU to create a common cybersecurity certification framework and beef up its agency – Council agrees its position

, IT 2585; http://www.itenrecht.nl/artikelen/eu-to-create-a-common-cybersecurity-certification-framework-and-beef-up-its-agency-council-agrees-i

Uit het persbericht: The EU is to enhance its cyber resilience by setting up an EU-wide certification framework for information and communication technology (ICT) products, services and processes. The industry could use the new mechanism to certify products such as connected cars and smart medical devices. The Council today agreed its general approach on the proposal, known as the Cybersecurity Act. The proposal will also upgrade the current European Union Agency for Network and Information Security (ENISA) into a permanent EU agency for cybersecurity.

IT 2579

Mogelijke belangenverstrengeling met decaan universiteit: niet onbegrijpelijk dat naam verzoekster wordt genoemd in zoekresultaten

Rechtbank 24 mei 2017, IT 2579; ECLI:NL:RBMNE:2017:6893 (Belangenverstengeling decaan universiteit), http://www.itenrecht.nl/artikelen/mogelijke-belangenverstrengeling-met-decaan-universiteit-niet-onbegrijpelijk-dat-naam-verzoekster-wo

Rechtbank Midden Nederland 24 mei 2017, IT 2579; ECLI:NL:RBMNE:2017:6893 (Belangenverstengeling decaan universiteit) Geen verwijdering zoekresultaat Google. Verzoekster voerde in de periode 2004 tot en met 2010 opdrachten uit voor een universiteit. Enkele opdrachten zijn verstrekt in de periode dat de echtgenoot van verzoekster als decaan werkzaam was op die universiteit. Onderzoeksbureau PwC heeft onderzocht of er sprake was van belangenverstrengeling. Verzoekster wil dat Google bepaalde zoekresultaten verwijdert of afschermt. Deze zoekresultaten verwijzen naar verschillende artikelen die berichten over kwestie(s) waarbij verzoekster een rol heeft gespeeld. Dat de auteurs van de artikelen achter de URL’s het nieuwswaardig hebben geacht om in de artikelen ook de naam van verzoekster te noemen is niet onbegrijpelijk. Het verzoek wordt afgewezen.

IT 2584

Gebod geen camera's met privacy mask te vernielen

Hof 5 jun 2018, IT 2584; ECLI:NL:GHARL:2018:5145 (burengeschil vernieling bewakingscamera), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gebod-geen-camera-s-met-privacy-mask-te-vernielen

Hof Arnhem-Leeuwarden 5 juni 2018, IT 2584; ECLI:NL:GHARL:2018:5145(burengeschil vernieling bewakingscamera) Burengeschil. Vernieling camera’s. Maken van opnames met bewakingscamera’s. Contactverbod. Cameraschade is gelijk aan waarde van de (recent geplaatste) verloren gegane camera’s op datum incident. Die waarde kan worden bepaald op basis van de vervangingswaarde ten tijde van het incident. Zonder toestemming maken van opnames van personen in of om hun huis is onrechtmatig. Zogenaamd “privacy-mask” in de camerasoftware is in beginsel afdoende inperking van de mogelijkheid dergelijke opnames te maken. Voor contactverbod over en weer onvoldoende gronden.

IT 2583

AP constateert geen misstanden met camera's in onderzochte sauna's

Na steekproefsgewijs onderzoek naar cameratoezicht in sauna’s constateert de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) geen overtredingen. Bezorgde saunabezoekers meldden zich bij de AP omdat zij mogelijk ontkleed gefilmd werden in sauna’s. Dat was voor de AP aanleiding voor onderzoek. Cameratoezicht in ruimtes waar mensen ontkleed zijn is volgens de privacywetgeving verboden. Aleid Wolfsen, voorzitter van de AP: “Sauna-eigenaren lijken inmiddels doordrongen van de regels. Ze hebben ons laten weten dat ze camera’s weggehaald hebben naar aanleiding van onze waarschuwingsbrief uit 2016 of kort geleden na de commotie over gelekte beelden van saunabezoekers op internet .” Lees verder

IT 2582

Conclusie AG: Geen vereist vermoeden van aansprakelijkheid voor houder van internetaansluiting bij auteursrechtinbreuk filesharing bij meerdere gezinsleden

Hof van Jusitie EU 6 jun 2018, IT 2582; ECLI:EU:C:2018:400 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-ag-geen-vereist-vermoeden-van-aansprakelijkheid-voor-houder-van-internetaansluiting-bij-au
Dan Brown Das Verlorene Symbol

Conclusie AG HvJ EU 6 juni 2018, IEF 17748; IEFbe 2594; IT 2582; ECLI:EU:C:2018:400 ; C‑149/17 (Audioboek Dan Brown; Lübbe tegen Strotzer) Schadevergoeding wegens een via filesharing gepleegde inbreuk op het auteursrecht. Internetaansluiting die toegankelijk is voor gezinsleden van de houder. Uitsluiting van aansprakelijkheid van de houder zonder dat de aard van het gebruik van de aansluiting door het gezinslid hoeft te worden gespecificeerd. Conclusie AG:

Artikel 8, lid 2 [InfoSoc-Richtlijn] en artikel 13, lid 1 [Handhavingsrichtlijn] moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet vereisen dat in het nationale recht van de lidstaten een vermoeden van aansprakelijkheid van de houders van een internetaansluiting wordt ingevoerd voor inbreuken op het auteursrecht die via deze aansluiting zijn begaan. Indien het nationale recht echter in een dergelijk vermoeden voorziet om de bescherming van die rechten te waarborgen, moet het consequent worden toegepast om de doeltreffendheid van die bescherming te waarborgen. Het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven, dat is neergelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, mag niet aldus worden uitgelegd dat de houders iedere reële mogelijkheid wordt ontnomen om hun in artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten verankerde intellectuele-eigendomsrecht te beschermen.