Doorhaling huwelijksakte door met ChatGPT geschreven toespraak
Rb. Overrijssel 5 januari 2026, IT 5087; ECLI:NL:RBOVE:2026:23 (Officier van Justitie tegen ambtenaar van de burgerlijke stand, belanghebbenden). In de huwelijksakte van het jaar 2025, staat vermeld dat de man en de vrouw op 19 april 2025 in de gemeente Zwolle met elkaar zijn gehuwd. Dit huwelijk is ook opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). De officier van justitie verzoekt de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Zwolle de doorhaling van de huwelijksakte onder nummer [nummer] van het jaar 2025 te gelasten. Volgens de officier van justitie is de huwelijksakte van de man en de vrouw ten onrechte in de registers van de burgerlijke stand opgenomen. De man en de vrouw hebben een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag gekozen. Deze eendagsbabs heeft tijdens de ceremonie een tekst gebruikt die is geschreven met behulp van ChatGPT. De man en de vrouw kunnen zich niet vinden in het verzoek. Zij bevestigen dat de eendagsbabs heeft verzuimd de verklaring van artikel 1:67, eerste lid, BW uit te spreken, maar die fout ligt buiten hun verantwoordelijkheid. De man en de vrouw waren in de veronderstelling dat het huwelijk op correcte wijze werd voltrokken.
Beroep op dwaling en gift faalt bij verdeling nalatenschap, beroep op ChatGPT-jursprudentie
Rb. Noord-Nederland 19 november 2025, IT 5086; ECLI:NL:RBNNE:2025:4814 ([eiser sub 1] en [eiser sub 2] tegen [gedaagde]). Erfgenamen [eiser sub 1] en [gedaagde] hebben samen de nalatenschap van hun ouders verdeeld. [eiser sub 1] vordert vernietiging van de verdeling van een werkplaats uit een nalatenschap, omdat deze volgens haar tegen een te lage waarde is toegedeeld aan haar broer [gedaagde], waardoor zij is benadeeld. Zij stelt te hebben gedwaald over de waarde en beroept zich subsidiair op een gift.
Uitspraak ingezonden door Jacintha van Dorp en Bertil van Kaam, Van Kaam.
Gemeente Amsterdam maakt inbreuk op de vrijheid van meningsuiting
Rb. Amsterdam 24 december 2025, IEF 23238; IT 5089; ECLI:NL:RBAMS:2025:10341 ([eiser] tegen de gemeente). In deze zaak heeft eiser, een Nederlandse vastgoedondernemer, zich in een LinkedIn-bericht kritisch uitgelaten over enkele gemeentemedewerkers en hen daarbij met naam en toenaam genoemd. De gemeente Amsterdam verzocht hem daarop dringend de namen te verwijderen en stelde dat het incident zou worden geregistreerd in het Gemeentelijk Incidenten Register (GIR). De gemeente verstrekt op haar eigen website nauwelijks informatie verstrekt over het GIR. Uit openbare bronnen blijkt dat dit een intern register is waarin agressieve of gewelddadige burgers kunnen worden opgenomen, met mogelijk verstrekkende gevolgen. Eiser vordert dat de rechtbank voor recht verklaart dat de gemeente onrechtmatig handelt vanwege de dreiging met een registratie in het GIR naar aanleiding van het LinkedIn-bericht.
HvJ EU: privékopieheffing bij verkoop van opslagmedia aan commerciële eindgebruikers toegestaan
HvJ EU 15 januari 2026, IEF 23236; IT 5088; ECLI:EU:C:2026:13 (bluechip tegen ZPÜ). De zaak gaat over de reikwijdte van de privékopie-exceptie (art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29) en de financiering van de daarbij behorende billijke compensatie. In Duitsland vorderde de collectieve beheersorganisatie ZPÜ van bluechip (producent/importeur/handelaar van pc’s, notebooks en workstations met ingebouwde harde schijf) betaling van een opslagmediaheffing over 2014–2017. De Duitse rechter paste een weerlegbaar vermoeden toe dat ook opslagmedia die aan commerciële eindafnemers (natuurlijke personen en rechtspersonen die voor zakelijke/professionele doeleinden inkopen) worden verkocht, (mede) worden gebruikt voor privékopieën door natuurlijke personen, zodat de heffing verschuldigd is tenzij de verkoper het tegendeel bewijst. De Bundesgerichtshof vroeg of een nationale regeling die de heffingsplicht bij deze marktpartijen legt en uitgaat van zo’n vermoeden, verenigbaar is met art. 5(2)(b) Richtlijn 2001/29.
Autobedrijf deels aansprakelijk voor schade na e-mailfraude door AVG-schending
Hof Arnhem-Leeuwarden 23 december 2025, IT 5084; ECLI:NL:GHARL:2025:8556 ([appellant] tegen [geïntimeerde]). [appellant] heeft een auto van [geïntimeerde] gekocht. Na een betaalinstructie vanuit het e-mailadres van [geïntimeerde] heeft [appellant] het grootste deel van de koopprijs betaald op een Duitse bankrekening. Achteraf bleek dat een derde (hierna: de hacker) via het e-mailaccount van [geïntimeerde] een valse betaalinstructie had gestuurd. [geïntimeerde] heeft het bedrag niet ontvangen en heeft geweigerd de auto aan [appellant] te leveren. [appellant] stelt dat hij schade heeft geleden, omdat [geïntimeerde] in strijd met de AVG onvoldoende beveiligingsmaatregelen heeft getroffen om haar e-mailaccount te beschermen, waardoor hij het restantbedrag voor de auto op een verkeerde bankrekening heeft gestort. Hij wil dat [geïntimeerde] dat bedrag betaalt als schadevergoeding samen met een bedrag voor de door hem geleden immateriële schade. Het hof heeft in het tussenarrest [IT 4934] eerst geoordeeld dat [geïntimeerde] niet is geslaagd in haar bewijslevering dat zij de persoonsgegevens op haar e-mailaccount passend had beveiligd in de zin van de AVG. Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat [appellant] de door hem gevorderde immateriële schade onvoldoende heeft onderbouwd. Tot slot heeft het hof partijen de mogelijkheid geboden om zich uit te laten over de vraag of sprake is van ‘eigen schuld’ in de zin van artikel 6:101 BW aan de zijde van [appellant].
Verzoek om inzage in pensioengegevens niet ontvankelijk wegens ontbreken AVG-verzoek
Rb. Midden-Nederland 24 december 2025, IT 5083; ECLI:NL:RBMNE:2025:6857 ([verzoeker] tegen PFZW). [verzoeker] heeft pensioen opgebouwd bij Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (hierna: PFZW). Hij verzoekt de rechtbank PFZW te verplichten om al zijn persoonsgegevens toe te sturen en alle berekeningen die ten grondslag liggen aan de hoogte van zijn huidige pensioenuitkering voorzien van een uitleg.
IE-diner 2026: nog enkele plaatsen beschikbaar
Volgende week, op donderdag 29 januari, organiseert deLex Media het IE-diner 2026 in de kapel van Hotel Arena in Amsterdam. Een vaste afspraak op de IE-kalender voor wie het jaar zowel inhoudelijk als persoonlijk wil beginnen.
Ook dit jaar begeleidt Prof. mr. Bernt Hugenholtz de avond als ceremoniemeester. Tijdens een driegangendiner spreken drie experts over actuele thema’s binnen IE. Inmiddels zijn alle namen bekend:
- Rian Kalden – rechter bij het Hof van Beroep van het Unified Patent Court (UPC) en voorzitter van het tweede panel
- Sophie van Loon – partner IE & Media bij Kennedy Van der Laan en redacteur van het tijdschrift Auteursrecht
- Alexander Tsoutsanis – legal director bij DLA Piper en redacteur van Berichten Industriële Eigendom (BIE)
De ontvangst begint om 18.00 uur, waarbij IE-expert Thomas Jonker (AI-Forum) u zal begeleiden op de piano. Tijdens het diner is er volop gelegenheid om bij te praten met collega’s uit het vakgebied en nieuwe namen te leren kennen.
Aanmelden is nog enkele dagen mogelijk. Vanwege de capaciteit van Hotel Arena is het aantal plaatsen beperkt.
ACM mocht nep-klantenservicenummer intrekken
Rb. Rotterdam 9 januari 2026, IT 5081; RB 3960; ECLI:NL:RBROT:2026:392 ([eiseres] tegen ACM). Op 5 december 2017 heeft de ACM het informatienummer [telefoonnummer] toegekend aan [bedrijf X]. [bedrijf X] heeft het nummer in gebruik gegeven aan [eiseres]. In juli 2024 heeft de ACM het informatienummer ingetrokken wegens misburik van de tarifering, art. 4.4 Telecommunicatiewet (Tw) jo. 3.6b van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Bude). De ACM constateerde dat consumenten misleid werden doordat zij dachten contact te hebben met de klantenservice van bedrijven als Bol.com of Klarna, terwijl dit niet het geval was. Bellers werden langdurig aan de lijn gehouden zonder dat een daadwerkelijke dienst werd geleverd. Voor de gesprekken werd €0,80 per minuut in rekening gebracht. In tweeënhalve maand vonden ruim 25.000 gesprekken plaats, met een totale duur van bijna 170.000 minuten. Eiseres gaf aan dat zij bouwadvies verleende en de gesprekken correct afhandelde, onder meer door kosteloos terug te bellen. Verder gaf ze aan dat zij de buitengebruikstelling van het informatienummer onbehoorlijk en onrechtmatig vindt.
Kort geding over onrechtmatige uitlatingen en rectificatieplicht op social media
Rb. Rotterdam 31 december 2025, IEF 23229; IT 5082; ECLI:NL:RBROT:2025:15317 ([eisers] tegen [gedaagde]). De zaak betreft een kort geding tussen een influencer en partner enerzijds en de beheerder van een juicekanaal anderzijds. [eisers] vorderen dat berichten van het juicekanaal worden verwijderd, verwijderd gehouden en dat een rectificatie op het juicekanaal wordt geplaatst. De berichten bevatten vermeende misstanden in de beautysalons van [eiser 1], een verjaardagsfeest in attractiepark DippieDoe en de professionele achtergrond van [eiser 2]. [eiser 1] reageert op zijn eigen kanalen met berichten waarin hij suggereert dat [gedaagde] achter ernstige bedreigingen, vernielingen en het “kapotmaken” van de eerste verjaardag van zijn kind zit, en hij kondigt een eigen onderzoek en “ontmaskering” aan. In conventie vorderen [eisers] op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) en een inbreuk op hun recht op eer en goede naam en privacy (artikel 8 EVRM) onder meer dat de berichten worden verwijderd en verwijderd gehouden, dat het juicekanaal zich onthoudt van soortgelijke uitingen, dat een uitgebreide rectificatie wordt geplaatst op alle socialmediakanalen van het juicekanaal en dat de namen en adressen van de bronnen die uitlatingen over [eiser 2] hebben gedaan worden verstrekt, alles op straffe van dwangsommen. In reconventie vordert [gedaagde], ook onder beroep op onrechtmatige daad en bescherming van zijn eer en goede naam, dat [eiser 1] en [eiser 2] hun uitingen over hem verwijderen en verwijderd houden, dat zij zich onthouden van nieuwe onnodig grievende uitlatingen, dat zij een rectificatie plaatsen op hun eigen socialmediakanalen en dat zij tot de proceskosten worden veroordeeld.
Voorzieningenrechter verbiedt onrechtmatige socialmediaberichten en legt contactverbod op
Rb. Gelderland 23 december 2025, IEF 23233; IT 5085; ECLI:NL:RBGEL:2025:11614 (de Stichting tegen [gedaagde]). In dit kort geding (verstek) vorderde Stichting Driegasthuizengroep (zorginstelling in de regio Arnhem) maatregelen tegen een familielid van bewoners, dat via diverse socialmediakanalen veelvuldig berichten, foto’s en video’s plaatste over vermeende misstanden in de ouderenzorg, waarbij hij (ook met naam/beeld) medewerkers en bestuurders van de Stichting en een zorglocatie betrok en derden opriep tot actie. De voorzieningenrechter past het klassieke afwegingskader toe bij de botsing tussen vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw en art. 10 EVRM) en het recht op bescherming van eer, goede naam en privacy (art. 10 Gw en art. 8 EVRM). Gelet op de aard en toon van de uitingen (ernstige beschuldigingen/verdachtmakingen, beledigingen, intimiderende en opruiende passages en het delen/vragen van persoonsgegevens), en de impact op betrokkenen en de zorgverlening, oordeelt de voorzieningenrechter dat de uitingen onrechtmatig zijn en dat de grenzen van art. 10 lid 2 EVRM ruimschoots zijn overschreden; het gaat niet om “gewone” kritiek of zorguitingen.