IT 5378
23 juli 2026
Uitspraak

Consumenten ontbinden overeenkomst voor internet, televisie en mobiele telefonie rechtsgeldig; geen waardevergoeding wegens oneerlijke handelspraktijk

 
IT 5374
23 juli 2026
Artikel

Definitieve richtsnoeren artikel 50 AI-verordening (transparantie): dit zijn de 9 belangrijkste wijzigingen

 
IT 5375
23 juli 2026
Uitspraak

Voorzieningenrechter schorst lasten onder dwangsom van AP wegens twijfels over rechtsmacht en evenredigheid

 
IT 5367

Resterende collectieve vorderingen over coronadatalek afgewezen wegens onvoldoende belang

Rechtbank Amsterdam 9 jun 2026,, IT 5367; ECLI:NL:RBAMS:2026:6299 (ICAM tegen de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/resterende-collectieve-vorderingen-over-coronadatalek-afgewezen-wegens-onvoldoende-belang

Rb. Amsterdam 9 juni 2026, IT 5367; ECLI:NL:RBAMS:2026:6299 (ICAM tegen de Staat, GGD GHOR en de GGD’en c.s.). Stichting ICAM voert een collectieve actie tegen onder meer de Staat, GGD GHOR en verschillende GGD’en naar aanleiding van het coronadatalek. Vaststaat dat medewerkers van GGD’en toegang hadden tot de systemen CoronIT en HPZone Lite en persoonsgegevens aan derden hebben verstrekt. In een eerder tussenvonnis had de rechtbank de schadevergoedingsvorderingen al niet-ontvankelijk verklaard. Voor personen van wie niet vaststond dat hun gegevens daadwerkelijk in verkeerde handen waren gekomen, was niet gebleken van schade die voor vergoeding in aanmerking kwam. Voor de groep van wie gegevens wel door onbevoegden waren ingezien of verkregen, hadden de meeste betrokkenen een financiële tegemoetkoming geaccepteerd en afstand gedaan van verdere schadeclaims. Voor de beperkte resterende groep had ICAM onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij representatief was. Na intrekking van de vorderingen tot beëindiging van inbreuken en verbetering van de beveiliging resteerden alleen verklaringen voor recht over de verwerkingsverantwoordelijkheid en gestelde schendingen van onder meer de AVG en artikel 6:162 BW.

IT 5364

Aanmelden voor de Mr. S.K. Martens Academie

Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.

De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.

Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum. 

Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl

IT 5363

Uitspraak ingezonden door Jordi Bierens, Pels Rijcken

Verboden rond CBR-examenritten en persoonsgegevens van medewerkers uitvoerbaar bij lijfsdwang

Rechtbank Gelderland 16 jul 2026,, IT 5363; ECLI:NL:RBGEL:2026:5730 (CBR tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verboden-rond-cbr-examenritten-en-persoonsgegevens-van-medewerkers-uitvoerbaar-bij-lijfsdwang

Rb. Gelderland 16 juli 2026, IEF 23702; IT 5363; ECLI:NL:RBGEL:2026:5730 (CBR tegen [gedaagde]). In dit kort geding wijst de voorzieningenrechter de vorderingen van het CBR tegen [gedaagde] grotendeels toe en verklaart hij verschillende geboden en verboden uitvoerbaar bij lijfsdwang. [Gedaagde] dient voorafgaand aan de mondelinge behandeling stukken in, maar verschijnt niet op de zitting. De voorzieningenrechter verleent daarom verstek en slaat geen acht op de ingediende stukken. Op grond van art. 139 Rv worden vorderingen bij verstek toegewezen, tenzij zij de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Omdat lijfsdwang een ingrijpende maatregel is, motiveert de voorzieningenrechter zijn beslissing uitgebreider dan bij verstek gebruikelijk is. Het CBR maakt voldoende aannemelijk dat [gedaagde] twee eerdere vonnissen uit 2023 niet naleeft, dat de daarin opgelegde dwangsommen niet inbaar zijn en dat hij door gemeenten opgelegde gebiedsverboden niet volledig naleeft. Ook blijft [gedaagde] structureel en veelvuldig examenauto’s volgen en houdt hij zich op bij of in de directe omgeving van CBR-locaties.

IT 5359

Kantonrechter toetst ambtshalve bestelknop, informatieplichten en mogelijk oneerlijke ontbindingsbedingen bij fietslease

Rechtbank Noord-Holland 2 jul 2026,, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kantonrechter-toetst-ambtshalve-bestelknop-informatieplichten-en-mogelijk-oneerlijke-ontbindingsbedingen-bij-fietslease

Rb. Noord-Holland 2 juli 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBNHO:2026:8051 (Friesland Lease B.V. tegen [gedaagde]). Friesland Lease vordert in een verstekprocedure betaling van € 3.626,39 van een consument, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, op grond van een op afstand gesloten leaseovereenkomst. Ook wanneer de consument niet verschijnt, moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de handelaar heeft voldaan aan de consumentenrechtelijke informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW. Uit de stukken blijkt niet of de consument de overeenkomst heeft gesloten via een bestelknop of een soortgelijke functie en, zo ja, welke tekst daarop stond. Voor de beoordeling of aan artikel 6:230v lid 3 BW is voldaan, mag uitsluitend worden gekeken naar de woorden op de knop waarmee het bestelproces wordt afgerond. Uit die woorden moet ondubbelzinnig blijken dat het aanklikken een betalingsverplichting meebrengt. Friesland Lease krijgt daarom de gelegenheid hierover nadere informatie te verstrekken. Daarnaast heeft zij onvoldoende aangetoond dat de consument vóór het sluiten van de overeenkomst duidelijk en begrijpelijk is geïnformeerd over de wijze van levering, het herroepingsrecht en de verplichting om bij uitoefening daarvan redelijke kosten te vergoeden. Het opnemen van die informatie in de algemene voorwaarden is onvoldoende wanneer de consument er vooraf niet ten minste uitdrukkelijk op is gewezen dat de informatie daarin staat. Ook het na het sluiten van de overeenkomst verstrekte contractuele afschrift bevatte deze informatie niet volledig. De kantonrechter kondigt aan dat aan deze schendingen een sanctie zal worden verbonden, maar bepaalt in dit tussenvonnis nog niet welke sanctie dat zal zijn.

IT 5362

Openbaar is niet vogelvrij: nieuwe EDPB-richtlijnen over webscraping voor generatieve AI onder de AVG


Voor de ontwikkeling van generatieve AI zijn grote hoeveelheden data nodig. Veel AI-ontwikkelaars verzamelen die data door middel van webscraping: het geautomatiseerd ophalen van informatie van het openbare internet. Gescrapete bronnen bevatten niet alleen teksten en afbeeldingen, maar vaak ook persoonsgegevens. Tegen die achtergrond heeft de European Data Protection Board (EDPB) richtlijnen vastgesteld. Deze geven een volledig beeld van de AVG-verplichtingen die gelden bij het verzamelen en gebruiken van online data voor het trainen en verfijnen van generatieve AI-modellen. Het betreft een ‘eerste versie’. De richtlijnen staan open voor publieke consultatie en kunnen naar aanleiding daarvan nog worden aangepast.

De richtlijnen beperken zich nadrukkelijk tot webscraping (i) door private partijen en (ii) van bronnen buiten de eigen organisatie. Zij zien zowel op situaties waarin een AI-ontwikkelaar zelf data scrapet of laat scrapen, als op situaties waarin een door een andere partij samengestelde dataset wordt hergebruikt. Dus niet op datahandelaren die datasets samenstellen en beschikbaar stellen, zonder zelf een AI-model te ontwikkelen.

IT 5361

Kantonrechter kondigt spoorwissel en verwijzing aan bij AVG-inzageverzoek

Rechtbank Gelderland 3 jul 2026,, IT 5361; ECLI:NL:RBGEL:2026:5268 ([de eiser] tegen Thuiswinkel), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/kantonrechter-kondigt-spoorwissel-en-verwijzing-aan-bij-avg-inzageverzoek

Rb. Gelderland 3 juni 2026, IT 5361; ECLI:NL:RBGEL:2026:5268 ([de eiser] tegen Thuiswinkel). Een betrokkene vordert van Thuiswinkel.org volledige inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG, op straffe van een dwangsom, en € 500 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten. Hij stelt dat Thuiswinkel.org ondanks herhaalde verzoeken geen volledige inzage heeft verstrekt en dat hij daardoor onder meer onzekerheid, verlies van controle over zijn persoonsgegevens, stress en machteloosheid ervaart. Thuiswinkel.org voert aan dat de dagvaarding nietig is omdat niet alle voornamen van de eiser zijn vermeld en betwist onder meer zijn identiteit, de positie van zijn gemachtigde en de integriteit van zijn handelen. Ook stelt zij dat de eiser misbruik maakt van zijn inzagerecht en procesrecht. De kantonrechter passeert het beroep op nietigheid in dit stadium, omdat Thuiswinkel.org in de procedure is verschenen en niet aannemelijk is geworden dat zij door het ontbreken van de tweede voornaam onredelijk is benadeeld als bedoeld in artikel 66 Rv. Het griffierecht is weliswaar te laat betaald, maar uit de administratie blijkt dat de factuur naar een onjuist adres was verzonden. Omdat de te late betaling niet aan de eiser is te wijten, wordt Thuiswinkel.org niet op grond van artikel 127a lid 2 Rv van de instantie ontslagen.

IT 5360

Voorlopig deskundigenonderzoek naar mogelijk datalek en ongeoorloofde inzage in Bitvavo-accounts toegestaan

Rechtbank Amsterdam 21 mei 2026,, IT 5360; ECLI:NL:RBAMS:2026:6951 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen Bitvavo), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/voorlopig-deskundigenonderzoek-naar-mogelijk-datalek-en-ongeoorloofde-inzage-in-bitvavo-accounts-toegestaan

Rb. Amsterdam 21 mei 2026, IEF 5360; ECLI:NL:RBAMS:2026:6951 ([verzoeker 1] en [verzoeker 2] tegen Bitvavo). Twee klanten van Bitvavo zijn slachtoffer geworden van helpdeskfraude waarbij gezamenlijk ruim € 2,7 miljoen aan cryptovaluta is buitgemaakt. De fraudeurs beschikten volgens hen over specifieke informatie, waaronder het type hardwarewallet, het actuele cryptotegoed, de soorten cryptovaluta en gegevens over de wijze waarop toegang tot de accounts werd verkregen. Omdat in mei 2024 bij Bitvavo een datalek had plaatsgevonden, vermoeden de slachtoffers dat de gebruikte informatie van Bitvavo afkomstig was en overwegen zij het cryptoplatform aansprakelijk te stellen. Zij verzoeken om een voorlopig getuigenverhoor van de voormalige en huidige head of legal van Bitvavo over onder meer het beleid rond datalekken, toegang tot klantgegevens en logging. Daarnaast verzoeken zij om een voorlopig deskundigenbericht naar de ICT-systemen van Bitvavo, het datalek en de vraag of hun persoonsgegevens daarbij betrokken waren. De rechtbank wijst het voorlopig getuigenverhoor af en wijst ook het deskundigenonderzoek af voor zover dit ziet op een algemeen onderzoek naar de ICT-systemen, het datalek in brede zin en eventuele andere datalekken. Deze verzoeken zijn zeer algemeen geformuleerd, onvoldoende op de verzoekers toegespitst en hun concrete belang daarbij is onvoldoende toegelicht. Zij hebben daarom het karakter van een zoektocht naar mogelijke verwijten, oftewel een ongeoorloofde fishing expedition, en leveren in zoverre misbruik van recht op.

IT 5358

Ontslag van bij strafrechtelijk onderzoek betrokken directielid niet toerekenbaar aan adviseurs

Rechtbank Amsterdam 24 jun 2026,, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ontslag-van-bij-strafrechtelijk-onderzoek-betrokken-directielid-niet-toerekenbaar-aan-adviseurs

Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IT 5358; ECLI:NL:RBAMS:2026:6444 ([eiser] tegen [gedaagden]). In deze zaak oordeelt de rechtbank Amsterdam dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat de vennootschappen van zijn communicatieadviseur en advocaat jegens hem toerekenbaar zijn tekortgeschoten dan wel onrechtmatig hebben gehandeld bij hun advisering over het commentaar dat hij aan een journalist van het FD heeft gegeven. Voor de vorderingen tegen de communicatieadviseur en advocaat persoonlijk geldt dat geen persoonlijk ernstig verwijt is komen vast te staan. [eiser] was directielid bij [bedrijf] en werd vanaf 2021 verdacht van het mededelen van en handelen met voorwetenschap. Het strafrechtelijk onderzoek naar hem eindigde in een transactie met het Openbaar Ministerie. Nadat een journalist van het FD hem in dat verband om wederhoor vroeg voor een artikel, schakelde [eiser] de vennootschappen van een communicatieadviseur en een advocaat in om hem te adviseren over de vraag of, en zo ja welk, commentaar hij aan de journalist moest geven. In het uiteindelijk aan de journalist gegeven commentaar stond onder meer dat geen sprake was van het bewust delen of gebruiken van verboden informatie, maar dat een familielid zonder medeweten van [eiser] had gehandeld op basis van een onschuldig bedoeld gesprek. Die passage werd overgenomen in het FD-artikel. Kort daarna werd [eiser] door [bedrijf] op non-actief gesteld en later op staande voet ontslagen. Volgens [eiser] kon de passage worden opgevat als een bekentenis dat hij voorwetenschap had gedeeld. Hij stelt dat hij ondeugdelijk is geadviseerd en dat de bewuste passage heeft bijgedragen aan zijn ontslag. Hij vordert schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.

IT 5355

Geen aansprakelijkheid van bestuurders en groepsvennootschappen voor onverhaalbare boetevordering

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-van-bestuurders-en-groepsvennootschappen-voor-onverhaalbare-boetevordering

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5355; ECLI:NL:RBDHA:2026:14022 (Talisman tegen Lemontree c.s.). Talisman Software B.V. en Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS) hadden een mantelovereenkomst gesloten voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor ICT-diensten. In strijd met het daarin opgenomen exclusiviteitsbeding leende LIS een via Talisman ingezette arbeidskracht zonder toestemming rechtstreeks uit aan een klant. LIS werd daarom bij vonnis van 14 februari 2024 veroordeeld tot betaling van € 193.000 aan contractuele boetes, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Nadat de bedrijfsactiviteiten van LIS waren beëindigd en tot liquidatie was besloten, stelde Talisman Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V., de indirect bestuurder en een gevolmachtigde aansprakelijk voor het niet kunnen verhalen van haar vordering. Volgens Talisman hadden zij toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen schond, LIS bewust leeggehaald of betalingsonmacht gecreëerd, een op Lemontree Holding als moedervennootschap rustende zorgplicht geschonden en misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V.

IT 5357

Online kansspelovereenkomst zonder vergunning niet nietig op grond van art. 3:40 BW

Hoge Raad 3 jul 2026,, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 (Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/online-kansspelovereenkomst-zonder-vergunning-niet-nietig-op-grond-van-art-3-40-bw

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad 3 juli 2026, IT 5357; ECLI:NL:HR:2026:1159 ([deelnemers] tegen TSG en Electraworks). De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen van de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland over de civiele geldigheid van overeenkomsten met aanbieders van online kansspelen zonder Nederlandse vergunning. In de onderliggende procedures vorderen twee deelnemers terugbetaling van hun gokverliezen van respectievelijk TSG, aanbieder van PokerStars, en Electraworks, exploitant van onder meer partycasino.com. Beide aanbieders beschikten niet over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen (Wok) om in Nederland online kansspelen aan te bieden. De deelnemers stellen dat de kansspelovereenkomsten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met art. 1 lid 1 onder a Wok en art. 3:40 BW. De prejudiciële vragen zien in de kern op de vraag of het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen meebrengt dat de met deelnemers gesloten overeenkomsten civielrechtelijk nietig of vernietigbaar zijn, en of deelnemers hun verloren inzetten daarom als onverschuldigd betaald kunnen terugvorderen.