IT 5364
21 juli 2026
Artikel

Aanmelden voor de Mr. S.K. Martens Academie

 
IT 5363
20 juli 2026
Uitspraak

Verboden rond CBR-examenritten en persoonsgegevens van medewerkers uitvoerbaar bij lijfsdwang

 
IT 5362
16 juli 2026
Artikel

Openbaar is niet vogelvrij: nieuwe EDPB-richtlijnen over webscraping voor generatieve AI onder de AVG

 
IT 5356

Ziggo-overeenkomst rechtsgeldig vernietigd wegens schending informatieplichten en misleidende omissie

Rechtbank Midden-Nederland 17 jun 2026,, IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ziggo-overeenkomst-rechtsgeldig-vernietigd-wegens-schending-informatieplichten-en-misleidende-omissie

Rb. Midden-Nederland 17 juni 2026, RB 4050; IT 5356; ECLI:NL:RBMNE:2026:3796 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een bewoner sprak met zijn buurman af dat deze een Ziggo-abonnement voor internet en televisie voor hem zou afsluiten, waarvoor hij maandelijks € 92,50 betaalde. De kantonrechter merkt de buurman aan als handelaar, omdat het zakelijke abonnement was afgesloten op naam van zijn eenmanszaak, waarvan de activiteiten mede bestonden uit IT-dienstverlening, en hij naast de abonnementskosten kosten voor het inboeken en btw doorberekende. Dat de afspraak tussen buren was gemaakt, doet daaraan niet af. Omdat de overeenkomst buiten de verkoopruimte tot stand was gekomen, moest de handelaar vooraf duidelijke en begrijpelijke informatie verstrekken over onder meer de prijs en de wijze van betaling en de overeenkomst vervolgens op papier of, met toestemming, op een andere duurzame gegevensdrager bevestigen. Hij kon niet bewijzen dat hij aan deze verplichtingen had voldaan. Ook had hij onvoldoende duidelijk gemaakt dat het abonnement een looptijd van 36 maanden had, hoe het maandbedrag was samengesteld en dat hij een commercieel oogmerk had. Het weglaten of onduidelijk verstrekken van deze essentiële informatie vormt volgens de kantonrechter een misleidende omissie en daarmee een oneerlijke handelspraktijk.

IT 5352

Rb. Den Haag: Kindred en Risepoint moeten spelers inzage geven in Unibet-transactiegegevens

Rechtbank Den Haag 13 jul 2026,, IT 5352; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 (eisers tegen KINDRED GROUP PLC en RISEPOINT LIMITED), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-kindred-en-risepoint-moeten-spelers-inzage-geven-in-unibet-transactiegegevens

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5352; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 (eisers tegen KINDRED GROUP PLC en RISEPOINT LIMITED). Elf spelers vorderden op grond van artikel 15 AVG inzage in de persoonsgegevens die waren verwerkt bij hun deelname aan online kansspelen via Unibet vóór 1 oktober 2021. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 79 lid 2 AVG bevoegd. Niet in geschil was dat de gevraagde transactiegegevens persoonsgegevens zijn en dat Risepoint, voorheen Trannel, verwerkingsverantwoordelijke is. De rechtbank oordeelt dat ook Kindred als verwerkingsverantwoordelijke gold voor de inzageverzoeken die tussen mei en eind oktober 2024 waren ingediend. Kindred oefende toen via het centrale privacybeleid, het OneTrust-platform en het Kindred Privacy Team mede beslissende invloed uit op het doel en de wezenlijke middelen van de verwerking. De hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke moet worden beoordeeld naar de feitelijke situatie op het moment waarop het inzageverzoek wordt gedaan. Na het vertrek van Risepoint uit de Kindred-groep eind oktober 2024 bepaalde Risepoint zelfstandig het doel en de middelen van de verwerking. Daarom hoefde Kindred niet te voldoen aan de pas daarna ingediende verzoeken van eisers 5 en 9, terwijl Risepoint tegenover alle eisers verantwoordelijk bleef.

IT 5351

Rb. Noord-Nederland wijst inzageverzoek Chipsoft gedeeltelijk toe en beveelt voorlopig getuigenverhoor over gezamenlijk EPD

Rechtbank Noord-Nederland 22 jun 2026,, IT 5351; ECLI:NL:RBNNE:2026:2437 (Chipsoft tegen UMCG), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-noord-nederland-wijst-inzageverzoek-chipsoft-gedeeltelijk-toe-en-beveelt-voorlopig-getuigenverhoor-over-gezamenlijk-epd

Rb. Noord-Nederland 22 juni 2026, IT 5351; ECLI:NL:RBNNE:2026:2437 (Chipsoft tegen UMCG). Chipsoft verzocht om voorlopige bewijsverrichtingen ter onderbouwing van haar stelling dat de voorgenomen aansluiting van Treant en het Ommelander Ziekenhuis Groningen (OZG) op het Epic-EPD van het UMCG in strijd is met aanbestedingsrechtelijke en mogelijk staatssteunrechtelijke regels. Chipsoft is ontvankelijk, hoewel inmiddels een bodemprocedure liep, omdat zij het verzoek had ingediend voordat die zaak op de rol was ingeschreven. Voor inzage op grond van de artikelen 194 en 196 Rv hoeft de gestelde rechtsbetrekking nog niet vast te staan, maar moeten wel concrete aanknopingspunten voor het mogelijke bestaan daarvan worden gegeven. Die aanknopingspunten zijn er volgens de rechtbank ten aanzien van het UMCG, omdat de overeenkomsten ten tijde van de behandeling nog niet waren aangepast aan de voorwaarden waaronder volgens het gerechtshof geen sprake zou zijn van een wezenlijke wijziging van de in 2015 aanbestede opdracht. Daarmee is niet vastgesteld dat het UMCG onrechtmatig heeft gehandeld, maar heeft Chipsoft voldoende belang bij beperkte inzage. Voor een rechtsbetrekking met OZG en Treant heeft Chipsoft onvoldoende aanknopingspunten aangevoerd: de rechtbank sluit voor OZG aan bij het voorlopige oordeel dat zij geen aanbestedende dienst is en de gestelde betrokkenheid van Treant bij omzeiling van aanbestedings- of staatssteunregels is onvoldoende concreet onderbouwd.

IT 5350

Rb. Rotterdam beveelt KPN gedeeltelijk identificerende gegevens achter anonieme reviews te verstrekken

Rechtbank Rotterdam 24 jun 2026,, IT 5350; ECLI:NL:RBROT:2026:7699 (HBL tegen KPN), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-rotterdam-beveelt-kpn-gedeeltelijk-identificerende-gegevens-achter-anonieme-reviews-te-verstrekken

Rb. Rotterdam 24 juni 2026, IT 5359; ECLI:NL:RBROT:2026:7699 (HBL tegen KPN). Helder bij Letselschade B.V. (HBL) verzocht bij wijze van voorlopige bewijsverrichting om inzage in gegevens van de KPN-klant aan wie op 21 april 2022 een bepaald IP-adres was toegewezen. HBL stelde dat sinds 2025 via verschillende nepaccounts ongeveer honderd lasterlijke en smadelijke reviews over haar waren geplaatst en dat zij de gebruiker van het IP-adres moest kunnen identificeren om deze in rechte aan te spreken. KPN verzette zich niet tegen verstrekking op grond van een rechterlijk bevel, maar vroeg het bevel te beperken tot de noodzakelijke identificerende gegevens. De rechtbank toetst het verzoek aan de artikelen 197, 196 en 194 Rv. De door HBL gestelde onrechtmatige daad kan als rechtsbetrekking in de zin van artikel 194 Rv gelden. Voor toewijzing is niet vereist dat de onrechtmatigheid al in rechte vaststaat of dat HBL haar vordering in deze fase al voldoende aannemelijk maakt.

IT 5349

Rb. Rotterdam: AP onderzocht AVG-klacht over contactloos betalen door ING in passende mate

Rechtbank Rotterdam 24 jun 2026,, IT 5349; ECLI:NL:RBROT:2026:7263 (eisers tegen de AP), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-rotterdam-ap-onderzocht-avg-klacht-over-contactloos-betalen-door-ing-in-passende-mate

Rb. Rotterdam 24 juni 2026, IT 5349; ECLI:NL:RBROT:2026:7263 (eisers tegen de AP). Twee rekeninghouders van ING dienden bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht in over de verwerking van hun persoonsgegevens bij contactloos betalen. Volgens hen bleef de NFC-chip in hun betaalpassen ook werken als een pas was geblokkeerd of verlopen, of als contactloos betalen was uitgeschakeld. Dit zou veiligheidsrisico’s opleveren en leiden tot verwerking zonder geldige grondslag. Nadat een eerdere beslissing op bezwaar wegens schending van de hoorplicht was vernietigd, hoorde de AP de rekeninghouders en nam zij een nieuwe beslissing. De AP concludeerde dat zij de klacht in passende mate had onderzocht en dat op basis van het dossier geen overtreding van de AVG door ING kon worden vastgesteld. De rekeninghouders stelden in beroep dat de AP nader technisch onderzoek had moeten doen en zo nodig andere toezichthouders had moeten inschakelen.

IT 5347

deLex zoekt redactioneel stagiair

Ben jij rechtenstudent en nieuwsgierig naar de wereld van intellectueel eigendom? Van bekende merken, muziek, mode en social media tot AI, reclamecampagnes, design en grote sportevenementen: binnen het intellectuele eigendomsrecht, ICT-recht en privacyrecht komen voortdurend actuele en herkenbare onderwerpen voorbij. Bij deLex krijg je de kans om je hierin te verdiepen en mee te werken aan juridische nieuwsvoorziening voor professionals in deze specialistische rechtsgebieden.

Vanaf half augustus 2026 zoeken wij een redactioneel stagiair voor drie dagen per week. De exacte startdatum is in overleg. Als juridische uitgeverij bieden wij je de mogelijkheid om drie maanden lang mee te werken binnen een dynamische en gespecialiseerde praktijk. 

Tijdens je stage houd je je onder meer bezig met het beheren van online databases, het meewerken aan vakbladen en het bijwonen van congressen en opleidingen. Je ontwikkelt je in het verzamelen en analyseren van juridische bronnen, scherpt je redactionele vaardigheden aan en krijgt volop gelegenheid om je netwerk binnen het juridische werkveld uit te breiden.

Ben je in de afrondende fase van je bachelor of volg je een master Rechtsgeleerdheid, en heb je bijzondere interesse in IE-, ICT- en privacyrecht? Stuur dan je cv en motivatiebrief naar rdolman@delex.nl.

IT 5346

Liaise Advocaten verwelkomt partner Charissa Koster

Persbericht Liaise Advocaten 9 juli 2026

Charissa is nu een week bij ons en het samenwerken is nu al een feest. Haar praktijk én
persoonlijkheid matchen perfect met de onze.

Charissa Koster is een ervaren en bevlogen media-, IE- en tech-advocaat. Al jaren staat ze aan
de zijde van bekende mediapartijen: van BN'ers, kranten en uitgevers tot auteurs, film- en
televisieproducenten en gaming- en tech-bedrijven. In en buiten de rechtszaal. Ze is adviseur en
boardroom partner, maar net zo goed een actief procesadvocaat die soepel schakelt tussen
mediarecht, intellectueel eigendom, IT en ondernemersvraagstukken. Strategisch, scherp en
altijd op zoek naar het beste resultaat samen met de cliënt, of dat nu een start-up of een
multinational is.

Dit sluit perfect aan met waar we als Liaise Advocaten voor staan: vanuit een realistische en
persoonlijke stijl bouwen aan lange termijnrelaties met onze cliënten.
En we hebben ontzettend veel zin dit met Charissa samen nog verder te gaan uitbouwen!

IT 5345

Kan AI het auteursrecht juist redden? Een nieuwe visie op licenties in het AI-tijdperk


Mogen ontwikkelaars van generatieve AI auteursrechtelijk beschermde werken gebruiken voor de training van hun modellen? En zo ja, onder welke voorwaarden? De discussie wordt al langere tijd gevoerd, maar juridische duidelijkheid laat nog op zich wachten. Ondertussen speelt een interessante vervolgvraag: hoe ziet een werkbaar licentiesysteem eruit, ervan uitgaande dat toestemming en/of compensatie van de rechthebbende is vereist?

In deze bijdrage wordt die vervolgvraag belicht. Niet het voor de hand liggende scenario van collectief beheer, maar het meer experimentele concept waarin AI-agenten namens individuele makers licenties onderhandelen en beheren. Kan AI, de technologie die het huidige auteursrecht onder druk zet, uiteindelijk ook bijdragen aan een efficiëntere uitoefening daarvan?

Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.

IT 5340

Procesmotief blokkeert AVG-inzage niet: Unibet moet goktransacties verstrekken

Rechtbank Den Haag 27 mei 2026,, IT 5340; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 (([eisers] tegen [gedaagden])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/procesmotief-blokkeert-avg-inzage-niet-unibet-moet-goktransacties-verstrekken

Rb. Den Haag 27 mei 2026, IT 5340; ECLI:NL:RBDHA:2026:15919 ([eisers] tegen [gedaagden]). In deze zaak oordeelt de rechtbank Den Haag over AVG‑inzageverzoeken van elf voormalige spelers van online kansspelen via Unibet. Eisers namen vóór 1 oktober 2021 deel aan online kansspelen via de websites unibet.com en unibet.eu, in een periode waarin het in Nederland nog niet was toegestaan om zonder vergunning online kansspelen aan te bieden. In deze civiele procedure vorderen zij op grond van de AVG – in het bijzonder het inzagerecht op basis van Artikel 15 AVG – dat Kindred Group en Risepoint (voorheen Trannel International Limited) inzage geven in hun persoonsgegevens. Eisers vragen met name om transactiegegevens (stortingen, inzetten, uitbetalingen) en gegevens over de soorten spellen waaraan zij hebben deelgenomen en verlangen dat deze gegevens elektronisch worden verstrekt in een gangbaar bestandsformaat (zoals XLS(X) of CSV) of via een API, op een wijze die hen in staat stelt zowel de juistheid van de gegevens als de rechtmatigheid van de verwerking te controleren. In de dagvaarding wordt daarnaast een beroep gedaan op gegevensoverdraagbaarheid ex Artikel 20 AVG, maar de vorderingen zijn primair gebaseerd op het inzagerecht. Kindred en Risepoint weigeren de gevraagde gegevens te verstrekken. Zij voeren aan dat eisers het inzagerecht gebruiken om informatie te verzamelen voor mogelijke civiele procedures over terugbetaling van gokverliezen en dat daarmee misbruik van recht wordt gemaakt in de zin van Artikel 12 lid 5 AVG. Daarnaast beroepen zij zich op uitzonderingen op het inzagerecht, waaronder Artikel 15 lid 4 AVG en Artikel 23 AVG, mede onder verwijzing naar de Maltese uitvoeringsregeling.

IT 5343

Rechtbank verwerpt vrijwel alle ontvankelijkheidsverweren in collectieve DSA-procedure tegen X Corp c.s.

Rechtbank Amsterdam 7 jul 2026,, IT 5343; ECLI:NL:RBAMS:2026:6440 (SOMI tegen X Corp c.s), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-verwerpt-vrijwel-alle-ontvankelijkheidsverweren-in-collectieve-dsa-procedure-tegen-x-corp-c-s

Rb. Amsterdam 27 mei 2026, IT 5343; ECLI:NL:RBAMS:2026:6440 (SOMI tegen X Corp c.s). In deze zaak tussen belangenorganisatie SOMI (Stichting Onderzoek Marktinformatie) en X Corp c.s. (X Corp, XIUC en Twitter Netherlands) draait het om de ontvankelijkheid van een collectieve actie over onder meer gestelde AVG-schendingen, datalekken, ongeoorloofde microtargeting en schending van verplichtingen uit de Digital Services Act (DSA). SOMI vertegenwoordigt ruim 51.000 deelnemers en zegt op te komen voor ongeveer acht miljoen Nederlandse gebruikers van het X-platform. De rechtbank verklaart zich internationaal en relatief bevoegd, ook ten aanzien van de buitenlandse vennootschappen binnen het X-concern. Volgens X Corp c.s. voldoet SOMI niet aan de ontvankelijkheidseisen van de WAMCA. Ook stellen zij dat verschillende onderdelen van de vorderingen op voorhand geen kans van slagen hebben. De rechtbank volgt die verweren vrijwel niet en wijst ook de verzoeken om de procedure aan te houden af. Alleen over het waarborgvereiste wil de rechtbank meer informatie, in het bijzonder over de financiering van de procedure en de vraag of de zeggenschap daarover daadwerkelijk bij SOMI ligt. De rechtbank kent daarbij veel gewicht toe aan het feit dat SOMI eerder is aangewezen als representatieve organisatie voor grensoverschrijdende collectieve vorderingen. Daarom gaat zij ervan uit dat SOMI aan de eisen voldoet waarop die aanwijzing is gebaseerd, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden aanleiding geven daar anders over te oordelen. Volgens de rechtbank hebben X Corp c.s. daarvoor op de meeste punten onvoldoende aangevoerd. Dat geldt ook voor de bezwaren tegen de governance van SOMI. De rechtbank twijfelt niet aan het ontbreken van een winstoogmerk bij de bestuurders, de inspraakmogelijkheden voor deelnemers, de transparantie van de website, de onafhankelijkheid van de financiering of de deskundigheid van het bestuur en de raad van toezicht. Ook het feit dat SOMI gebruikmaakt van diensten van ondernemingen die zijn gelieerd aan haar bestuurder betekent volgens de rechtbank niet dat de belangen van de achterban onvoldoende zijn gewaarborgd. De resterende twijfel gaat vooral over de complexe financieringsstructuur met schenkingen en certificaten en de vraag of SOMI daarin de zeggenschap over de procedure behoudt. Daarom moet SOMI alsnog onderbouwen dat zij over voldoende financiële middelen beschikt en dat de zeggenschap over de procedure daadwerkelijk bij haar ligt. Pas daarna beslist de rechtbank of ook aan het waarborgvereiste van artikel 3:305a BW is voldaan.