IT 4982
30 september 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5573
12 oktober 2026
Uitspraak

Onrechtmatig boetevoornemen AP veroorzaakte schade bij VoetbalTV, maar schadevergoeding afgewezen

 
IT 5566
12 oktober 2026
Uitspraak

Cap Gemini aansprakelijk voor ernstige tekortkoming bij ontwikkeling en invoering IT-systeem

 
IT 5557

Openbaarmaking agrarische huisvestings- en landbouwtellingsgegevens mag doorgaan

Rechtbank Midden-Nederland 2 okt 2026, IT 5557; ECLI:NL:RBMNE:2026:6712 (POV, NMV, LTO en KAVB tegen minister van LVVN), https://www.itenrecht.nl/artikelen/openbaarmaking-agrarische-huisvestings-en-landbouwtellingsgegevens-mag-doorgaan

Rb. Midden-Nederland 2 oktober 2026, IT 5557; ECLI:NL:RBMNE:2026:6712 (POV, NMV, LTO en KAVB tegen minister van LVVN). Coöperatie Mobilisation for the Environment heeft op grond van de Wet open overheid verzocht om openbaarmaking van historische gegevens uit de Gecombineerde opgave, waaronder dieraantallen, stalsystemen, codes uit de Regeling ammoniak en veehouderij en gegevens over landgebruik. De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur besloot vier Excelbestanden openbaar te maken. De Producenten Organisatie Varkenshouderij, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Land- en Tuinbouworganisatie Nederland en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur verzochten om schorsing van dat besluit. De voorzieningenrechter merkt deze belangenorganisaties aan als belanghebbenden en oordeelt dat geen sprake is van misbruik van procesrecht. Ook de gebreken in de zienswijze- en kennisgevingsprocedure leiden niet tot schorsing. Hoewel de minister onvoldoende duidelijk had gemaakt dat de openbaarmaking niet alleen veehouders maar ook andere agrariërs betrof en een aan agrariërs verzonden brief bovendien een onjuiste rechtsmiddelenclausule bevatte, zijn de betrokken agrariërs daardoor volgens de voorzieningenrechter niet zodanig in hun belangen geschaad dat de procedure opnieuw moet worden gevoerd.

IT 5568

Brinkhof Symposium 2026: platformtoezicht en de jurist van de toekomst

Hoe ziet toezicht op online platforms er in de praktijk uit, en wat betekent kunstmatige intelligentie voor het juridisch werk van morgen? Tijdens het Brinkhof Symposium 2026 kijken we naar twee actuele ontwikkelingen die de juridische praktijk ingrijpend beïnvloeden: de handhaving van de Digital Services Act en de opkomst van AI in het recht.

Mickie Schoch, directeur Telecom, Vervoer en Post bij de Autoriteit Consument en Markt, opent de middag met een blik achter de schermen van het toezicht op online platforms. Als verantwoordelijke voor de handhaving van de Digital Services Act in Nederland vertelt zij hoe de ACM zich inzet voor de bescherming van minderjarigen online.

Daarna spreekt Joris Krijger, AI-ethicus en auteur van Onze Kunstmatige Toekomst, over de manier waarop kunstmatige intelligentie juridisch werk en het rechtssysteem verandert. Welke taken neemt AI over, wat blijft het domein van de jurist, en welke ethische vragen roept dit op voor de dagelijkse praktijk en voor onze rechtsstaat?

Aansluitend is het podium voor de drie finalisten van de Brinkhof Internetscriptieprijs 2026. Zij presenteren hun scripties aan het publiek en de jury, waarna de jury zich terugtrekt om de winnaar te bepalen. In de tussentijd gaan Monique van Oers (Directeur Juridische Zaken bij de ACM) Joris Krijger en Elodie Carmiggelt (Manager onderwijs bij de Beroepsopleiding Advocaten) met elkaar in gesprek over de jurist van de toekomst. Welke kennis en vaardigheden heeft die jurist in het AI-tijdperk nodig, hoe bereiden we hem of haar daarop voor, en wat vraagt dit van werkgevers en opleidingsinstellingen?

We sluiten af met het juryverslag en de prijsuitreiking, gevolgd door een borrel – een mooie gelegenheid om na te praten met sprekers, finalisten en vakgenoten.

Wil je het evenement bijwonen? Registreer je dan hier: https://www.internetscriptieprijs.nl/.

IT 5565

IT-dienstverlener aansprakelijk voor ransomware-schade wegens onvoldoende beveiliging

Rechtbank Amsterdam 14 nov 2018, IT 5565; ECLI:NL:RBAMS:2018:10124 (O'Cliance tegen [gedaagde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/it-dienstverlener-aansprakelijk-voor-ransomware-schade-wegens-onvoldoende-beveiliging

Rb. Amsterdam 14 november 2018, IT 5565; ECLI:NL:RBAMS:2018:10124 (O'Cliance tegen [gedaagde]). O’Cliance had [gedaagde], een IT-dienstverlener, opdracht gegeven een volledige IT-infrastructuur aan te leggen en vervolgens op afroep te beheren en onderhouden. Nadat hackers via ransomware toegang hadden gekregen tot het netwerk en zowel bestanden op de server als back-upbestanden hadden versleuteld, stelde O’Cliance [gedaagde] aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de opdracht tot levering van een totaalpakket mede inhield dat [gedaagde] voor een adequate beveiliging van het netwerk moest zorgen. Het netwerk was echter zonder firewall en zonder externe back-upstructuur ingericht. Ook als O’Cliance bepaalde beveiligingsmaatregelen vanwege de kosten had afgewezen, mocht [gedaagde] daar als professionele IT-deskundige niet zonder meer in berusten. Hij had de opdracht moeten weigeren, alternatieven moeten aandragen of O’Cliance ten minste indringend en herhaaldelijk voor de risico’s moeten waarschuwen. Dat O’Cliance zelf over enige IT-kennis beschikte, ontsloeg hem niet van die verantwoordelijkheid. Omdat onvoldoende is gebleken dat hij meer heeft gedaan dan een enkele waarschuwing geven, is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst.

IT 5554

Parkeerder draagt risico van onjuiste zonesuggestie door GPS-locatiebepaling

Gerechtshof Amsterdam 27 aug 2026, IT 5554; ECLI:NL:GHAMS:2026:2425 (de heffingsambtenaar tegen [X]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/parkeerder-draagt-risico-van-onjuiste-zonesuggestie-door-gps-locatiebepaling

Hof Amsterdam 27 augustus 2026, IT 5554; ECLI:NL:GHAMS:2026:2425 (de heffingsambtenaar tegen [X]). Belanghebbende parkeerde haar auto in een parkeerzone waar voor de eerste twee uur € 4 per uur en daarna € 7 per uur aan parkeerbelasting verschuldigd was. Zij meldde haar parkeeractie via een parkeerapp aan in een andere zone, waar een tarief van € 2,50 per uur gold, en betaalde € 6,46. De rechtbank vernietigde de opgelegde naheffingsaanslag, omdat niet kon worden vastgesteld of de parkeerapp betrouwbare informatie had verschaft en het risico van een onjuiste betaling volgens de rechtbank daarom niet bij belanghebbende kon worden gelegd. Het hof oordeelt anders. Wanneer een gemeente toestaat dat parkeerbelasting via een parkeerapp wordt voldaan, rust op haar de verplichting om voor die betaalwijze de juiste gegevens over de verschuldigde parkeerbelasting te verstrekken. De gemeente had in dit geval aan die informatieplicht voldaan: de juiste zone-indeling en tarieven waren ten behoeve van de parkeerapp verstrekt en werden daarin correct weergegeven. Daarmee verschilt deze zaak van het Tilburg-arrest. Daar ging het om onjuiste informatie over het tarief op de plaats waar daadwerkelijk was geparkeerd, terwijl hier sprake was van een onjuiste zonesuggestie doordat de mobiele telefoon kennelijk niet de locatie weergaf waar de auto stond.

IT 5555

Risepoint moet Unibet-speler kansspelgegevens verstrekken ondanks mogelijke aansprakelijkstelling

Gerechtshof Den Haag 29 sep 2026, IT 5555; ECLI:NL:GHDHA:2026:2861 (Risepoint tegen [geïntimeerde]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/risepoint-moet-unibet-speler-kansspelgegevens-verstrekken-ondanks-mogelijke-aansprakelijkstelling

Hof Den Haag 29 september 2026, IT 5555; ECLI:NL:GHDHA:2026:2861 (Risepoint tegen [geïntimeerde]). [geïntimeerde] nam vóór 1 oktober 2021 deel aan online kansspelen van Unibet, die Risepoint destijds zonder Nederlandse vergunning maar onder een Maltese vergunning aan Nederlandse ingezetenen aanbood. Daarbij werden onder verantwoordelijkheid van Risepoint persoonsgegevens van [geïntimeerde] verwerkt, waaronder transactiegegevens. [geïntimeerde] verzocht Risepoint op grond van art. 12 en 15 AVG om inzage in en verstrekking van zijn kansspelgegevens en deed daarbij tevens een beroep op art. 20 AVG. De voorzieningenrechter wees de verstrekkingsvordering toe. In hoger beroep staat alleen deze verstrekkingsvordering nog ter beoordeling. Omdat [geïntimeerde] gewoonlijk in Nederland verblijft, is de Nederlandse rechter op grond van art. 79 lid 2 AVG bevoegd. Het hof neemt tot uitgangspunt dat de vordering naar Nederlands recht moet worden beoordeeld, waarbij de AVG als rechtstreeks werkende Unieverordening integraal deel uitmaakt van het Nederlandse recht. Daarnaast is, voor zover Risepoint zich beroept op een nationale beperking van AVG-rechten op grond van art. 23 AVG, ook het relevante Maltese recht van toepassing, omdat Risepoint als verwerkingsverantwoordelijke in Malta is gevestigd. De Nederlandse Uitvoeringswet AVG is op deze verwerking niet van toepassing. Het hof oordeelt verder dat [geïntimeerde] voldoende spoedeisend belang heeft bij verstrekking van zijn gegevens en dat de zaak geschikt is voor behandeling in kort geding.

IT 5553

Juridische uitlegkwesties over earn-out vallen niet onder reikwijdte bindendadviesprocedure

Rechtbank Rotterdam 23 sep 2026, IT 5553; ECLI:NL:RBROT:2026:12508 ([bedrijf] tegen Manus, Grant Thornton c.s.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/juridische-uitlegkwesties-over-earn-out-vallen-niet-onder-reikwijdte-bindendadviesprocedure

Rb. Rotterdam 23 september 2026, IT 5553; ECLI:NL:RBROT:2026:12508 ([bedrijf] tegen Manus, Grant Thornton c.s.). Manus heeft alle aandelen in M&I Broadcast Services van [bedrijf] gekocht. De koopprijs bestond uit een vaste koopprijs van ongeveer € 7 miljoen en een Earn Out Payment van maximaal € 3 miljoen. Nadat partijen het niet eens werden over de berekening van de earn-out, hebben zij [naam adviseur] van Grant Thornton als bindend adviseur ingeschakeld. Nadat een concept bindend advies was uitgebracht, stelde Manus zich op het standpunt dat de adviseur buiten zijn opdracht was getreden doordat hij bepalingen uit de Share Purchase Agreement (SPA) juridisch had uitgelegd. Manus beëindigde daarop de bindendadviesprocedure en startte een arbitrageprocedure bij het NAI. [bedrijf] vordert in kort geding onder meer dat Manus de opschortings- en beëindigingsverklaringen intrekt en meewerkt aan voortzetting van de bindendadviesprocedure en dat Grant Thornton c.s. die procedure hervatten. Hoewel het geschil tussen [bedrijf] en Manus onder het arbitragebeding in de SPA valt, acht de voorzieningenrechter zich op grond van art. 1022c Rv absoluut bevoegd. De gevorderde voorzieningen richten zich namelijk ook tegen Grant Thornton c.s., die niet aan het arbitragebeding zijn gebonden. Omdat de vorderingen nauw met elkaar samenhangen en niet goed kunnen worden gesplitst, kan [bedrijf] in arbitrage niet dezelfde beslissingen verkrijgen als in dit kort geding.

IT 5547

Prejudiciële vragen gesteld over doorgifte aan de Amerikaanse belastingdienst

HvJ EU 5 okt 2026, IT 5547; C-804/25 (Autorite de protection des donnees), https://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-doorgifte-aan-de-amerikaanse-belastingdienst

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 10 december 2025, IT 5547; IEFbe 4336; C-804/25 (Autorite de protection des donnees) via MinBuza. Een Amerikaan (hierna: JC) en de Belgische vereniging "Accidental Americans Association of Belgium" hebben een klacht tegen de Belgische staat ingediend bij de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit over de doorgifte van persoonsgegevens aan de Amerikaanse belastingdienst (IRS) krachtens het FATCA-akkoord. De Gegevensbeschermingsautoriteit stelde vast dat er meerdere schendingen van de AVG waren, waaronder het ontbreken van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling en onvoldoende informatievoorziening aan betrokkenen, en legde een nalevingsbevel op. De Belgische staat heeft tegen het besluit van de Gegevensbeschermingsautoriteit beroep ingesteld bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter vraagt het Hof om uitleg van het Unierecht teneinde te kunnen beoordelen of het FATCA-akkoord verenigbaar is met richtlijn 95/46/EG, de AVG en de artikelen 7, 8 en 52 van het Handvest.

IT 5550

Vattenfall mag terugleverkosten niet eenzijdig invoeren zonder contractuele grondslag

Rechtbank Amsterdam 25 sep 2026, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall), https://www.itenrecht.nl/artikelen/vattenfall-mag-terugleverkosten-niet-eenzijdig-invoeren-zonder-contractuele-grondslag

Rb. Amsterdam 25 september 2026, IT 5550; ECLI:NL:RBAMS:2026:9661 ([eisende partij] tegen Vattenfall). De kantonrechter oordeelt dat Vattenfall bij deze consument niet eenzijdig terugleverkosten in rekening mag brengen. De overeenkomst op grond waarvan de consument sinds 2020 elektriciteit uit zonnepanelen aan Vattenfall teruglevert, is een zelfstandige overeenkomst naast de leveringsovereenkomst. De Algemene Voorwaarden 2017 zijn daarop niet van toepassing. In de terugleveringsovereenkomst is uitsluitend bepaald dat de consument een vergoeding ontvangt voor de teruggeleverde elektriciteit. Over terugleverkosten of een bevoegdheid van Vattenfall om later nieuwe kostencomponenten toe te voegen is niets overeengekomen. Als professionele partij had Vattenfall die mogelijkheid in de overeenkomst moeten opnemen of toepasselijke algemene voorwaarden met een wijzigingsmogelijkheid moeten overeenkomen. Dat de hoogte van de terugleververgoeding kon wijzigen, betekent volgens de kantonrechter niet dat de consument ook rekening hoefde te houden met een wijziging van de prijsstructuur waarbij hij voor het terugleveren juist kosten verschuldigd zou worden.

IT 5552

AVG-inzagerecht omvat volledige e-mails indien noodzakelijk voor controle persoonsgegevens

Rechtbank Midden-Nederland 22 sep 2026, IT 5552; ECLI:NL:RBMNE:2026:6775 ([verzoeker] tegen [verweerder]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/avg-inzagerecht-omvat-volledige-e-mails-indien-noodzakelijk-voor-controle-persoonsgegevens

Rb. Midden-Nederland 22 september 2026, IT 5552; ECLI:NL:RBMNE:2026:6775 ([verzoeker] tegen [verweerder]). [verzoeker] verzocht [verweerder] primair op grond van art. 15 AVG en subsidiair op grond van art. 194 jo. 195 Rv om verstrekking van documenten en correspondentie waarin persoonsgegevens over hem waren verwerkt, inclusief de onderliggende verzendmetadata. [verweerder] had al een overzicht van zijn verwerkte persoonsgegevens verstrekt, maar [verzoeker] achtte dat onvoldoende. Na afbakening van het verzoek ging het nog om vijf specifiek aangeduide e-mails, onder meer over een aan [verzoeker] opgelegd communicatieverbod, de opzegging van zijn lidmaatschap bij de gemeenschappelijke ouderraad (GMR) en contacten tussen [verweerder] en [opleidingsinstelling] over zijn stageplaats. De rechtbank stelt voorop dat art. 15 AVG recht geeft op inzage in persoonsgegevens en in bepaalde informatie over de verwerking daarvan. Hoewel [verweerder] in beginsel aan het AVG-verzoek had voldaan door een overzicht van de geregistreerde persoonsgegevens te verstrekken, kunnen ook afschriften, kopieën of uittreksels onder het inzagerecht vallen wanneer verstrekking daarvan onontbeerlijk is om de betrokkene in staat te stellen de hem door de AVG verleende rechten daadwerkelijk uit te oefenen. De rechtbank acht verstrekking van de volledige vijf e-mails in dit geval noodzakelijk, omdat [verzoeker] alleen daarmee de juistheid en volledigheid van de daarin verwerkte persoonsgegevens in hun context kan controleren. Persoonsgegevens van derden moeten daarbij passend worden geanonimiseerd of afgeschermd.

IT 5551

Eiser niet-ontvankelijk wegens dagvaarden verkeerde rechtspersoon bij journalistieke publicatie

Rechtbank Amsterdam 30 sep 2026, IT 5551; ECLI:NL:RBAMS:2026:9744 ([eiser] tegen de stichting), https://www.itenrecht.nl/artikelen/eiser-niet-ontvankelijk-wegens-dagvaarden-verkeerde-rechtspersoon-bij-journalistieke-publicatie

Rb. Amsterdam 30 september 2026, IEF 23900; IT 5551; ECLI:NL:RBAMS:2026:9744 ([eiser] tegen de stichting). Op de website [internetsite] is een artikel over [eiser] gepubliceerd, waarbij een foto van hem is geplaatst tegen een achtergrond van kopieën van verschillende paspoorten op zijn huidige en voormalige naam. [eiser] heeft zowel de stichting als [bedrijf], een non-profitorganisatie naar Amerikaans recht, gesommeerd om de paspoorten en zijn portret offline te halen. Nadat aan die sommatie geen gehoor was gegeven, vorderde hij in kort geding dat de stichting op straffe van een dwangsom zou worden bevolen de paspoorten en het portret uit het artikel te verwijderen en verwijderd te houden. De stichting voerde aan dat [eiser] de verkeerde partij had gedagvaard. Niet de stichting, maar [bedrijf] is de uitgever van alle publicaties op [internetsite], houder van het auteursrecht op die publicaties en eigenaar van de domeinnaam. Volgens de voorzieningenrechter is [bedrijf] daarmee de partij die aan het gevorderde verwijderingsbevel zou kunnen voldoen.