CWO en HISWA maken onrechtmatig gebruik van software en databank door KNWV onvoldoende aannemelijk
Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, IEF 23744; IT 5430; ECLI:NL:RBMNE:2026:4185 (CWO en Hiswa tegen KNWV en [handelsnaam]). CWO, HISWA en KNWV werkten jarenlang samen aan een uniform systeem voor watersportopleidingen en -diploma’s. Nadat binnen CWO een impasse was ontstaan, beëindigde KNWV in 2025 de samenwerking en bracht zij haar opleidingen onder bij de Watersport Academy, waarbij gebruik werd gemaakt van de door NWD ontwikkelde diplomalijn. CWO en HISWA stelden dat KNWV en de ontwikkelaar [handelsnaam] daarbij onrechtmatig handelden, onder meer door gebruik te maken van het voor CWO ontwikkelde softwareprogramma en de CWO-database. Zij beriepen zich op een exclusief gebruiksrecht en een non-concurrentiebeding uit overeenkomsten met [handelsnaam]. De voorzieningenrechter acht echter onvoldoende aannemelijk dat die bedingen daadwerkelijk tussen partijen zijn overeengekomen. De overgelegde overeenkomsten waren concepten, waren niet ondertekend en uit latere correspondentie bleek dat partijen daarover nog onderhandelden. CWO en HISWA kunnen nakoming daarvan daarom niet afdwingen. Ook het beroep op het databankenrecht leidt niet tot een verbod. KNWV betwistte niet dat zij de CWO-database eenmalig had gekopieerd, maar voor een verboden opvraging of hergebruik is volgens de voorzieningenrechter van belang of daardoor schade kan ontstaan aan de investering van de producent in de databank. CWO en HISWA maakten onvoldoende aannemelijk dat deze eenmalige kopie hun financiële terugverdiencapaciteit aantastte. Daardoor kan in het midden blijven of sprake is van een beschermde databank en of KNWV, gelet op haar investering van € 150.000, daarvan mogelijk medeproducent is.
Schadeclaim na cryptoverlies strandt omdat contractspartij Green Sky niet is gedagvaard
Rb. Den Haag 8 juli 2026, IT 5422; ECLI:NL:RBDHA:2026:19080 ([eiser] tegen gedaagden). Eiser opende twee Bybit-accounts en sloot op 29 december 2024 een Software as a Service Agreement met Green Sky Capital SRL, een vennootschap naar Costa Ricaans recht. Op grond van die overeenkomst werd software voor algoritmische cryptohandel gebruikt die via API-keys met de handelsaccounts van eiser was verbonden. Eiser stortte 5 Bitcoin en ontving na beëindiging van de dienstverlening 4,35992294 Bitcoin terug. Hij vorderde vervolgens van Oxido, gelieerde vennootschappen en bestuurders vergoeding van 0,64007706 Bitcoin, door hem begroot op € 60.272,77. Volgens eiser was feitelijk sprake van vergunningplichtig individueel vermogensbeheer, was de SaaS-overeenkomst nietig of vernietigbaar wegens strijd met de Wft, dwaling en oneerlijke handelspraktijken en hadden Oxido en haar bestuurders onrechtmatig gehandeld.
SaaS-overeenkomst niet rechtsgeldig vernietigd, ontbonden of opgezegd na vastgelopen softwareproject
Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IT 5425; ECLI:NL:RBAMS:2026:7528 (RB tegen [gedaagde]). RB B.V., een parfumonderneming, sloot met [gedaagde] B.V. een overeenkomst voor minimaal twaalf maanden. Hoewel de overeenkomst was aangeduid als een SaaS Agreement, ging het volgens de rechtbank om een combinatie van het beschikbaar stellen van een bestaand SaaS-platform en het ontwikkelen van maatwerkapplicaties, waaronder een website, marketplace, metaverse, NFT-designs en tokenoplossingen. RB zou daarvoor € 9.990 exclusief btw per maand betalen. De samenwerking liep na ongeveer vijf maanden vast. RB stopte uiteindelijk met betalen en stelde dat zij de overeenkomst wegens bedrog en dwaling kon vernietigen. De rechtbank volgt dat niet. De gedragingen waarop RB haar beroep op bedrog grotendeels baseerde, hadden plaatsgevonden ná het sluiten van de overeenkomst en konden haar dus niet tot het aangaan daarvan hebben bewogen. Ook het beroep op vermeende nepreviews slaagt niet, omdat de reviews onder de eigen namen van de oprichters en bestuurders van [gedaagde] waren geplaatst en RB wist wie zij waren. Van dwaling is evenmin sprake. Latere interne WhatsApp-berichten, waarin onder meer over het “maximaal melken” van maandelijkse inkomsten werd gesproken, tonen volgens de rechtbank niet aan dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst al die intentie had. Ook is niet gebleken dat [gedaagde] destijds onvoldoende expertise had om het project uit te voeren. De overeenkomst is daarom niet rechtsgeldig wegens bedrog of dwaling vernietigd.
Booking moet inzicht geven in eerdere kennis van onjuiste locatiegegevens bij accommodatie
Rb. Amsterdam 10 juli 2026, RB 4069; ECLI:NL:RBAMS:2026:7389 ([verzoeker] tegen Booking). Via Booking.com werd voor € 2.540 een accommodatie in Griekenland geboekt. In de advertentie stond dat de accommodatie op slechts enkele tientallen meters van Komi Beach lag en op de kaart werd zij direct aan zee weergegeven. Bij aankomst bleek de accommodatie volgens de boekers op aanzienlijke afstand van het strand en in een afgelegen gebied te liggen. Na annulering werd slechts € 132 terugbetaald. De aanspraken van de boeker en de betaler zijn vervolgens gecedeerd aan de verzoeker, die in de Europese procedure voor geringe vorderingen betaling van het resterende bedrag van € 2.408 vordert. Hij stelt dat de advertentie misleidend was en beroept zich op een oneerlijke handelspraktijk, dwaling en non-conformiteit. De kantonrechter acht de Nederlandse rechter bevoegd omdat Booking in Amsterdam is gevestigd. Op grond van de rechtskeuze in de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing, zonder dat de consument de bescherming verliest die hij aan dwingend Spaans recht ontleent.
Gebruik van ChatGPT kan vertrouwelijkheid van verschoningsgerechtigde informatie doorbreken
Rb. Rotterdam 12 juni 2026, IT 5421; ECLI:NL:RBROT:2026:9319 (rechter-commissaris tegen [verdachte]). In een strafrechtelijk onderzoek waren meerdere digitale gegevensdragers in beslag genomen. Omdat daarop mogelijk informatie stond die onder het verschoningsrecht viel, liet de rechter-commissaris de gegevens voorafgaand aan vrijgave aan het onderzoeksteam filteren. Tijdens die controle werd een ChatGPT-gesprek aangetroffen waarin de beslagene via een prompt een reactie liet opstellen die kennelijk was bestemd voor een verschoningsgerechtigde. In de door ChatGPT gegenereerde tekst werd ook de naam van een verschoningsgerechtigde genoemd. De rechter-commissaris stelt voorop dat aan het verschoningsrecht het belang ten grondslag ligt dat iemand zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van vertrouwelijke informatie tot bepaalde beroepsbeoefenaren moet kunnen wenden voor bijstand en advies.
Voorbereiding op de Cyberbeveiligingswet: wat kan je nu al doen?
De NIS2-richtlijn introduceert een uniform Europees kader voor cyberbeveiliging in 18 kritieke sectoren. Lidstaten worden daarbij verplicht om nationale cyberbeveiligingsstrategieën vast te stellen en intensiever samen te werken binnen de EU, met name bij grensoverschrijdende incidentrespons en handhaving.
Cyberbeveiliging ziet op de bescherming van netwerk- en informatiesystemen, hun gebruikers en andere betrokkenen tegen cyberdreigingen en incidenten. Met Richtlijn 2022/2555 (NIS2) heeft de Europese wetgever de eerdere NIS1-richtlijn vervangen, als reactie op de toegenomen digitale kwetsbaarheid binnen Europa. NIS2 verhoogt het ambitieniveau door een breder toepassingsbereik, duidelijkere verplichtingen en versterkte toezicht- en handhavingsmechanismen. Lidstaten dienen hun capaciteiten te versterken en entiteiten in meer sectoren te onderwerpen aan risicobeheersmaatregelen, meldplichten en regels voor samenwerking en informatie-uitwisseling, aldus de Europese Commissie.
Uitspraak ingezonden door Jeroen Boelens, Jesper Vrielink, Susanne Bijvank en Eline Wit, CMS.
Betaalde reviews leveren onrechtmatig concurrentievoordeel op
Rb. Amsterdam 24 juni 2026, IEF 23743; RB 4086; IT 5420; C/13/787737 (Hotelgiftcard.com tegen Experiencegift). In deze zaak vordert Hotelgiftcard.com B.V. in kort geding verschillende voorzieningen tegen concurrent Experiencegift B.V. wegens een handelswijze waarbij consumenten na aankoop van een HOTELGIFT-cadeaubon een vergoeding kregen in ruil voor het plaatsen van een beoordeling. Experiencegift bood consumenten € 5 terug en een donatie van 1.000 liter drinkwater aan een goed doel aan wanneer zij een review plaatsten en toonde daarbij op de bestelbevestigingspagina vijf sterren. In een eerder kort geding tussen partijen had Experiencegift toegezegd het aanbod van € 5 en de vijf sterren van haar website te verwijderen. De toen door Hotelgiftcard ingestelde reconventionele vorderingen werden afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk was dat Experiencegift op dat moment nog onrechtmatig handelde. Nadat de advocaat van Hotelgiftcard op 18 februari 2026, na opnieuw om de eerder aangeboden vergoeding te hebben verzocht, alsnog € 5 ontving, stelt Hotelgiftcard dat Experiencegift haar toezegging niet naleeft en bovendien nog steeds profiteert van de eerder verkregen betaalde beoordelingen. Hotelgiftcard vordert daarom onder meer een verbod voor Experiencegift om consumenten enige geldelijke of andere vergoeding aan te bieden teneinde hen te bewegen een beoordeling over HOTELGIFT te plaatsen, een bevel om Trustpilot en Google Reviews te verzoeken alle betaalde beoordelingen te verwijderen en verwijderd te houden, een controleerbaar overzicht van alle terugbetalingen die in ruil voor een beoordeling zijn gedaan en plaatsing van een rectificatie. Experiencegift voert aan dat zij haar werkwijze na het eerdere kort geding heeft aangepast, dat de betaling van € 5 op 18 februari een eenmalig incident was, dat de drinkwaterdonatie inmiddels uitsluitend aan de aankoop van een giftcard is gekoppeld en dat zij consumenten niet vraagt hun beoordeling te verhogen.
Beschuldiging over grensoverschrijdend gedrag in Google-review deels onrechtmatig, maar geen schadevergoeding
Rb. Den Haag 1 juli 2026, IT 5419; ECLI:NL:RBDHA:2026:18257 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een voormalig leerling plaatste op 3 juni 2025 na een conflict met haar rij-instructeur een éénsterrenreview op Google Reviews. Zij schreef daarin onder meer dat de instructeur tijdens de rijles meermaals haar dijen had aangeraakt, dat zij dit als grensoverschrijdend en onprofessioneel had ervaren en dat hij hetzelfde gedrag zou vertonen bij “bijna elke vrouwelijke leerling, ook bij minderjarige leerlingen”. Nadat de rijschoolhouder aangifte had gedaan van smaad en laster, wijzigde zij op 29 september 2025 die laatste zin in de mededeling dat hij hetzelfde gedrag bij “andere vrouwelijke leerlingen” vertoonde. Na het uitbrengen van de dagvaarding verwijderde zij de review op 11 december 2025. De rijschoolhouder stelde dat zijn eer en goede naam waren aangetast en vorderde, na vermindering van eis, € 27.006 aan gederfde winst wegens de gestelde omzetdaling. De rechtbank stelt voorop dat sprake is van een botsing tussen het belang van de rijschoolhouder bij bescherming van zijn eer en goede naam en de vrijheid van meningsuiting van de reviewer. Daarbij weegt mee dat een Google-review voor de lezer herkenbaar een persoonlijke ervaring en mening bevat. Een reviewer mag zich kritisch en waarschuwend uitlaten en daarbij stevige bewoordingen gebruiken en enigszins overdrijven, maar die vrijheid is niet onbeperkt.
Onvoldoende transparantie over CaseMatcher leidt tot vernietiging Dublinbesluit
Rb. Den Haag 7 augustus 2026, IT 5418; ECLI:NL:RBDHA:2026:22096 (eiser tegen de minister van Asiel en Migratie). De minister nam de opvolgende asielaanvraag van een Somalische vreemdeling niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling daarvan. Eiser voerde onder meer aan dat de besluitvorming onvoldoende transparant, inzichtelijk en controleerbaar was, omdat daarbij mogelijk gebruik was gemaakt van CaseMatcher, een door de IND gebruikte zoek- en vindtool waarmee eerdere asielzaken kunnen worden gezocht, gefilterd en op relevantie gerangschikt. De minister stelde dat CaseMatcher in deze zaak niet was gebruikt en dat het systeem geen AI-systeem is. De rechtbank oordeelt echter dat de minister het gestelde niet-gebruik niet met stukken heeft onderbouwd en zijn toelichting daarover gedurende de procedure heeft gewijzigd. Daarom kan niet worden uitgesloten dat CaseMatcher toch is gebruikt en moet er volgens de rechtbank van worden uitgegaan dat mogelijk van CaseMatcher gebruik is gemaakt.
Odido moet griffierecht vergoeden na te late reactie op AVG-inzageverzoek
Rb. Den Haag 17 juli 2026, IT 5417; ECLI:NL:RBDHA:2026:20161 ([verzoeker] tegen Odido). Een klant van Odido diende na een grootschalige cyberaanval een verzoek in om inzage in de persoonsgegevens die daarbij waren betrokken. Odido had haar klanten op 12 februari 2026 geïnformeerd dat cybercriminelen, bekend onder de naam Shinyhunters, klantgegevens uit haar klantcontactsysteem hadden buitgemaakt. Verzoeker diende op 2 maart 2026 een inzageverzoek in om te achterhalen welke persoonsgegevens van hem bij de cyberaanval waren betrokken. Nadat zijn verzoekschrift op 9 april 2026 door de rechtbank was ontvangen, liet Odido hem op 11 april weten meer tijd nodig te hebben. Op 24 april 2026 voldeed Odido alsnog aan het inzageverzoek. In de procedure op grond van artikel 35 UAVG verzocht de klant om inzage en om € 1.000 schadevergoeding wegens het niet naleven van de AVG-termijnen.