Verstrekking van strafrechtelijke gegevens door OvJ aan Veilig Thuis in dit geval onrechtmatig jegens verdachte
Hof Den Haag 7 april 2026, IT 5225; ECLI:NL:GHDHA:2026:561 ([eiser]) tegen de Staat). Het hof Den Haag heeft in een arrest van 7 april 2026 geoordeeld dat het OM onrechtmatig heeft gehandeld door strafrechtelijke gegevens van een verdachte te delen met Veilig Thuis en door haar te laat te informeren over de intrekking van het hoger beroep.De zaak betreft een vrouw die herhaaldelijk meldingen deed bij Veilig Thuis over haar ex-partner. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek deelde de officier van justitie met Veilig Thuis dat zij werd verdacht van onder meer belaging en smaad. Ook werd privacygevoelige informatie verstrekt, waaronder gegevens over de wijze van conceptie van haar kind. Hoewel het hof erkent dat er in redelijkheid een verdenking kon bestaan, oordeelt het dat de wijze waarop deze informatie is gedeeld niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals neergelegd in artikel 39f Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het voorzienbare effect van de mededelingen, namelijk dat de vrouw zou afzien van het doen van meldingen, werd als te verstrekkend en onvoldoende gerechtvaardigd aangemerkt. Ook het delen van zeer gevoelige persoonsgegevens werd onrechtmatig geacht wegens het ontbreken van een voldoende rechtvaardiging.