Huurder moet achterstallige energievoorschotten betalen; beroep op gebrekkige verwarming slaagt niet
Rb. Rotterdam 22 mei 2026, IT 5300; ECLI:NL:RBROT:2026:5729 ([eiseres] tegen [gedaagde]). De rechtbank heeft geoordeeld dat een huurder € 1.327,30 aan achterstallige energievoorschotten moet betalen aan zijn voormalige verhuurder. De huurder stelde dat hij meer had betaald dan door de verhuurder was verwerkt en voerde aan dat gebreken aan de verwarming tot hoge stookkosten hadden geleid. De kantonrechter volgt deze verweren niet. De huurder onderbouwde zijn gestelde extra betalingen niet met bewijsstukken en had de vermeende gebreken bovendien nooit bij de verhuurder gemeld. Daardoor kon geen beroep worden gedaan op opschorting van de betalingsverplichting. Ook een beroep op terugbetaling van de waarborgsom slaagt niet, omdat de huurder daarvoor geen tegenvordering had ingesteld. De vordering van de verhuurder wordt toegewezen en de huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.