IT 5255
4 mei 2026
Uitspraak

Geen recht op verwijdering uit Schoolleidersregister onder AVG

 
IT 4982
4 mei 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IT & Recht

 
IT 5253
4 mei 2026
Uitspraak

Artikel 15 AVG reikt niet tot interne besluitvorming en correspondentie van rechtbank

 
IT 5225

Verstrekking van strafrechtelijke gegevens door OvJ aan Veilig Thuis in dit geval onrechtmatig jegens verdachte

Gerechtshof Amsterdam 7 apr 2026, IT 5225; ECLI:NL:GHDHA:2026:561 ([eiser] tegen de Staat), https://www.itenrecht.nl/artikelen/verstrekking-van-strafrechtelijke-gegevens-door-ovj-aan-veilig-thuis-in-dit-geval-onrechtmatig-jegens-verdachte

Hof Den Haag 7 april 2026, IT 5225; ECLI:NL:GHDHA:2026:561 ([eiser]) tegen de Staat). Het hof Den Haag heeft in een arrest van 7 april 2026 geoordeeld dat het OM onrechtmatig heeft gehandeld door strafrechtelijke gegevens van een verdachte te delen met Veilig Thuis en door haar te laat te informeren over de intrekking van het hoger beroep.De zaak betreft een vrouw die herhaaldelijk meldingen deed bij Veilig Thuis over haar ex-partner. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek deelde de officier van justitie met Veilig Thuis dat zij werd verdacht van onder meer belaging en smaad. Ook werd privacygevoelige informatie verstrekt, waaronder gegevens over de wijze van conceptie van haar kind. Hoewel het hof erkent dat er in redelijkheid een verdenking kon bestaan, oordeelt het dat de wijze waarop deze informatie is gedeeld niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals neergelegd in artikel 39f Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het voorzienbare effect van de mededelingen, namelijk dat de vrouw zou afzien van het doen van meldingen, werd als te verstrekkend en onvoldoende gerechtvaardigd aangemerkt. Ook het delen van zeer gevoelige persoonsgegevens werd onrechtmatig geacht wegens het ontbreken van een voldoende rechtvaardiging.

IT 5224

WhatsApp-berichten als bewijs voor bekendheid met vonnis

Hoge Raad 10 mrt 2026, IT 5224; ECLI:NL:PHR:2026:227 (Het OM tegen [verdachte]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/whatsapp-berichten-als-bewijs-voor-bekendheid-met-vonnis

Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2026, IT 5224; ECLI:NL:PHR:2026:227 (het OM tegen [verdachte]). In deze strafzaak staat de vraag centraal of de verdachte te laat hoger beroep heeft ingesteld en of hij eerder op de hoogte was van zijn veroordeling via WhatsApp. Het gerechtshof had het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat uit overgelegde WhatsApp-berichten tussen de verdachte en zijn raadsman zou blijken dat de verdachte al geruime tijd wist dat hij was veroordeeld. Volgens de wet (art. 408 lid 2 Sv) begint de termijn voor hoger beroep namelijk te lopen op het moment dat zich een omstandigheid voordoet waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is. In de bewuste berichten stuurde de verdachte onder meer een screenshot van de "Berichtenbox" van MijnOverheid en vroeg hij zijn advocaat om uitleg over de status van zijn zaak.

IT 5223

Conclusie A-G Rantos inzake Meta/Commissie

HvJ EU 26 feb 2026, IT 5223; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta Platforms Ireland Ltd tegen Europese Commissie ), https://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-rantos-inzake-meta-commissie

Conclusie A-G Hof van Justitie EU 26 februari 2026, IT 5223; IEFbe 4194; ECLI:EU:C:2026:117 (Meta tegen Europese Commissie). In deze hogere voorziening vecht Meta arresten van het Gerecht aan over besluiten van de Europese Commissie om grote hoeveelheden interne documenten op te vragen voor mededingingsonderzoeken naar Facebook Marketplace en data-gebruik. De Commissie gebruikte hiervoor brede zoektermen, wat volgens Meta leidde tot het verzamelen van talloze irrelevante en privé-documenten. Meta stelt dat het 'noodzakelijkheidsbeginsel' is geschonden en dat de Commissie onvoldoende waarborgen biedt voor persoonsgegevens in zogenoemde 'gemengde documenten' (documenten met zowel zakelijke als persoonlijke informatie). De kern van de juridische discussie is of de Commissie redelijkerwijs mag aannemen dat dergelijke brede zoekopdrachten nodig zijn om inbreuken op het mededingingsrecht op te sporen, zelfs als er veel 'bijvangst' is.

IT 5222

Hof van Justitie EU verduidelijkt consumentenbegrip bij gemengde energiecontracten

HvJ EU 8 mei 2025, IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.), https://www.itenrecht.nl/artikelen/hof-van-justitie-eu-verduidelijkt-consumentenbegrip-bij-gemengde-energiecontracten

Hof van Justitie EU 8 mei 2026, RB 4002; IT 5222; ECLI:EU:C:2025:325 (I. SA tegen S. J.). In deze zaak stond de vraag centraal of een landbouwer, die een elektriciteitscontract met vaste looptijd had gesloten voor zowel zijn boerderij als zijn privéwoning, als 'consument' kon worden aangemerkt onder Richtlijn 93/13. De landbouwer had het contract voortijdig opgezegd, waarna de leverancier een contractuele boete van ruim € 1.100 vorderde. De nationale rechter twijfelde over de status van de landbouwer bij deze 'gemengde overeenkomst', mede omdat het contract expliciet vermeldde dat het voor niet-consumenten bestemd was. Daarnaast rees de vraag of de Poolse energiewet, die boetes bij voortijdige opzegging toestaat, wel verenigbaar is met de Europese regels voor de elektriciteitsmarkt (Richtlijn 2009/72), die een hoog niveau van consumentenbescherming en het recht op kosteloze leverancierswisseling voorschrijven.

IT 5221

CBb bevestigt marktanalysebesluit ACM: toezeggingen KPN en Glaspoort maken regulering overbodig

Overige instanties 10 feb 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM), https://www.itenrecht.nl/artikelen/cbb-bevestigt-marktanalysebesluit-acm-toezeggingen-kpn-en-glaspoort-maken-regulering-overbodig

CBb 10 februari 2026, IT 5221; ECLI:NL:CBB:2026:45 (Youca tegen ACM). In deze zaak stond het marktanalysebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) centraal betreffende lokale wholesaletoegang op telecommunicatienetwerken. De ACM concludeerde dat de geografische retailmarkten voldoende concurrerend zijn, mede door de vrijwillige toezeggingen van KPN en Glaspoort om hun glasvezelnetwerken open te stellen voor andere aanbieders. Op basis hiervan stelde de ACM vast dat er geen risico is op aanmerkelijke marktmacht (AMM) en dat verdere regulering van de wholesalemarkt daarom niet noodzakelijk is. Telecomaanbieder Youca vocht dit besluit aan en stelde dat de ACM ten onrechte doorslaggevende betekenis had toegekend aan deze toezeggingen en dat de analyse van de retailmarkt gebrekkig en onvolledig was, met name wat betreft de positie van kabel- en glasvezelnetwerken.

IT 5220

Leemte in energiecontract: redelijkheid en billijkheid bepalen verdeling WKK-opbrengsten

Rechtbank Den Haag 4 mrt 2026, IT 5220; ECLI:NL:RBDHA:2026:5904 ([eiseres] tegen [gedaagden]), https://www.itenrecht.nl/artikelen/leemte-in-energiecontract-redelijkheid-en-billijkheid-bepalen-verdeling-wkk-opbrengsten

Rb. Den Haag 4 maart 2026, IT 5220; ECLI:NL:RBDHA:2026:5904 ([eiseres] tegen [gedaagden]) In dit geschil stond de vraag centraal hoe de opbrengsten van een warmtekrachtkoppeling-installatie (WKK) verdeeld moesten worden tussen glastuinbouwbedrijf [eiseres] en de eigenaren van de netaansluiting ([gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]). Partijen waren oorspronkelijk overeengekomen de inkomsten uit de zogenaamde 'noodvermogen-markt' op 50/50-basis te delen. Toen [eiseres] de WKK echter primair ging inzetten voor de onbalansmarkt om haar kassen te verwarmen, claimde zij de volledige netto-opbrengst hiervan omdat hierover geen expliciete afspraken waren gemaakt. [gedaagen] weigerden betaling van de facturen (totaal ruim € 240.000), stellende dat zij door dit gewijzigde gebruik inkomsten uit de noodvermogen-pool misliepen en dat [eiseres] wanprestatie pleegde.

IT 5218

Exploitant datacenter moet nutscontracten op eigen naam zetten

Rechtbank Amsterdam 26 feb 2026, IT 5218; ECLI:NL:RBAMS:2026:3686 (Onyx tegen Carrier 2), https://www.itenrecht.nl/artikelen/exploitant-datacenter-moet-nutscontracten-op-eigen-naam-zetten

Rb. Amsterdam 26 februari 2026, IT 5218; ECLI:NL:RBAMS:2026:3686 (Onyx tegen Carrier 2). In dit kort geding vordert verhuurder Onyx dat huurder Carrier 2, die een datacenter exploiteert, de contracten voor elektriciteit, water en de transformator direct op eigen naam zet. De huurovereenkomst bepaalde dat dit moest gebeuren "zodra dit mogelijk is", maar de huurder stelde dat dit pas het geval zou zijn nadat Onyx alle overeengekomen werkzaamheden, zoals de stroomverzwaring naar 2 MW, volledig had afgerond. De voorzieningenrechter verwierp dit standpunt en oordeelde dat de tekst van de overeenkomst geen enkel aanknopingspunt biedt voor een koppeling tussen de voltooiing van deze werkzaamheden en de overname van de nutscontracten. Bovendien achtte de rechter de huidige situatie onredelijk: de huurder maakt gebruik van het pand en de elektriciteit voor haar datacenter, terwijl de verhuurder maandelijks tussen de €13.000 en €18.000 aan verbruikskosten moet voorfinancieren.

IT 5219

Algemene thema's zijn niet auteursrechtelijk beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof


Het Gerechtshof Düsseldorf oordeelde dat een met AI gegenereerde afbeelding van een hond onder water geen inbreuk maakt op het auteursrecht op de foto waar de afbeelding op is gebaseerd. Volgens het hof is alleen het onbeschermde motief van de foto overgenomen, en niet de beschermde creatieve keuzes van de fotograaf. In het auteursrecht geldt: niet stijl, idee of motief worden beschermd, maar alleen de concrete creatieve uitwerking.

De uitspraak is ook voor Nederland relevant. Het hof baseert zijn beoordeling op het Unierechtelijke werkbegrip en verwijst naar recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

In deze blog lichten we toe hoe het hof tot zijn oordeel komt, en welke belangrijke vraag het juist onbeantwoord laat.

IT 5217

Prijswijziging Vattenfall oneerlijk; ruime wijzigingsbevoegdheid onvoldoende transparant

Rechtbank Amsterdam 10 apr 2026, IT 5217; ECLI:NL:RBAMS:2026:3660 (([eiser ] tegen VATTENFALL)), https://www.itenrecht.nl/artikelen/prijswijziging-vattenfall-oneerlijk-ruime-wijzigingsbevoegdheid-onvoldoende-transparant

Rb. Amsterdam 10 april 2026, IT5217, ECLI:NL:RBAMS:2026:3660 ([eiser ] tegen VATTENFALL). In deze zaak staat de vraag centraal of een prijswijzigingsbeding in de algemene voorwaarden van een energieleverancier als oneerlijk moet worden aangemerkt. De consument ([eiser]) die na afloop van een vaste contractperiode automatisch is overgezet naar een variabel contract voor onbepaalde tijd, overeenkomstig de toepasselijke productvoorwaarden. Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden 2017 van toepassing, waarin Vattenfall een ruime bevoegdheid is toegekend om leveringstarieven gedurende de looptijd te wijzigen op basis van onder meer marktomstandigheden en kostenontwikkelingen. [eiser] vordert vernietiging van de per 1 april en 1 juli 2022 doorgevoerde prijswijzingen, stellende dat daaraan ten grondslag liggende prijswijzigingsbeding oneerlijk is. De kantonrechter leest deze vordering als mede gericht tegen het beding zelf en toetst de (on)eerlijkheid daarvan ambtshalve. Het beroep van Vattenfall op verjaring wordt verworpen. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-776/19–C-782/19 (BNP Paribas Personal Finance) overweegt de kantonrechter dat een vordering tot vernietiging van een oneerlijk beding niet kan verjaren. Voor eventuele restitutievorderingen geldt dat de verjaringstermijn pas aanvangt wanneer de consument bekend is met het mogelijk oneerlijke karakter van het beding. Vaststaat dat sprake is van een consumentenovereenkomst waarin gebruik wordt gemaakt van niet-onderhandelde algemene voorwaarden, zodat Richtlijn 93/13/EG van toepassing is. Het verweer dat het prijswijzigingsbeding een kernbeding betreft, faalt. Hoewel het beding grammaticaal begrijpelijk is, is het inhoudelijk zodanig ruim geformuleerd dat de consument geen reële inschatting kan maken van de economische gevolgen. Daarmee wordt niet voldaan aan de transparantie-eis, zodat toetsing aan de Richtlijn openstaat.