IT 3771

Handelen met kennis uit dataroom

Rechtbank Amsterdam 12 nov 2021, IT 3771; ECLI:NL:RBAMS:2021:6491 (inbreuk geheimhoudingsbeding), http://www.itenrecht.nl/artikelen/handelen-met-kennis-uit-dataroom

Ktr. Rechtbank Amsterdam 12 november 2021, IEF 20463, IT 3771; ECLI:NL:RBAMS:2021:6491 (inbreuk geheimhoudingsbeding) Werknemer doet met kennis uit de dataroom van zijn werkgever zelf een bod op een onderneming. Werkgever is hierachter gekomen door de e-mails van werknemers te lezen. De werkgever vordert een verklaring voor recht dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig vernietigd is en dat de ex-werknemers wanprestatie hebben gepleegd. De ex-werknemers vorderen een verklaring voor recht dat de werkgever onrechtmatig heeft gehandeld door zich toegang te verschaffen tot hun e-mail. De kantonrechter oordeelt dat het openen door werkgever van de e-mail van werknemers als een inbreuk op de privacy moet worden beschouwd.

IT 3773

Leverancier hoeft schade niet te vergoeden

Rechtbank Overijssel 22 dec 2021, IT 3773; ECLI:NL:RBOVE:2021:4833 (Jonggelegen en Hydac), http://www.itenrecht.nl/artikelen/leverancier-hoeft-schade-niet-te-vergoeden

Rechtbank Overijssel 22 december 2021, IT 3773; ECLI:NL:RBOVE:2021:4833 (Jonggelegen en Hydac) In 2014 heeft Nijl opdracht gekregen van Lufthansa om een dockingsysteem voor het onderhoud en de reparatie van vliegtuigen te ontwerpen en te plaatsen in Manilla. Nijl heeft Hydac in 2015 gevraagd een voorstel te doen voor het ontwikkelen en leveren van de hydrauliek en de besturing daarvan, voor het dockingsysteem. Partijen hebben vervolgens een overeenkomst gesloten met betrekking tot de levering van hardware en software door Hydac. Op 28 september 2015 is de software door Hydac aan Nijl ter beschikking gesteld. In mei 2016 zijn de heren [E] en [F] van Hydac gedurende een maand aanwezig geweest op het project van Nijl in Manilla i.v.m. technische problemen. Op 10 januari 2017 is Nijl failliet verklaard. Na het faillissement heeft de curator van Nijl de vordering die aan het geschil in deze zaak ten grondslag ligt, aan Jonggelegen overgedragen. Jonggelegen vordert een verklaring voor recht dat (1) sprake is van toerekenbare tekortkomingen door Hydac jegens Nijl in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst, waardoor Nijl schade heeft geleden en dat (2) Hydac voor die schade aansprakelijk is. De rechtbank wijst de vordering af omdat op grond van artikel 6:74 BW slechts sprake is van een verplichting tot het vergoeden van schade als Hydac in verzuim is komen te verkeren. Jonggelegen heeft gesteld dat de toenmalige advocaat van Nijl een ingebrekestelling heeft gestuurd aan de toenmalige advocaat van Hydac. Deze brief ontbreekt echter in het dossier en het enkele sturen van een sommatiebrief levert geen verzuim op. 

IT 3769

Nieuw besluit over verzoek tot informatie persoonsgegevens

Rechtbank Midden-Nederland 2 feb 2021, IT 3769; ECLI:NL:RBMNE:2021:575 (Eiser tegen CvB Universiteit Utrecht), http://www.itenrecht.nl/artikelen/nieuw-besluit-over-verzoek-tot-informatie-persoonsgegevens

Rechtbank Midden-Nederland 2 februari 2021, IT 3769; ECLI:NL:RBMNE:2021:575 (Eiser tegen CvB Universiteit Utrecht) Eiser heeft in een e-mailbericht o.a. verweerder verzocht om hem op grond van artikel 34 Wbp informatie over zijn persoonsgegevens te verstrekken. In het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ten aanzien van het Wbp-verzoek kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder heeft in zijn besluit verwezen naar zijn eerdere besluit van 6 november 2015. Met dit besluit is aan eiser op grond van de Wbp een overzicht verstrekt van persoonsgegevens van eiser, die door verweerder worden verwerkt. Volgens verweerder blijkt dat ook uit de uitspraak van 19 december 2018 van de Afdeling. Ten aanzien van het verzoek van eiser op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Wbp heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 4:6 lid 2 Awb. De eerdere besluiten waarnaar verweerder heeft verwezen, zijn namelijk niet gebaseerd op artikel 34 van de Wbp, zodat eisers verzoek niet geldt als een herhaalde aanvraag waarop is beslist. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op de afwijzing van eisers verzoek op grond van artikel 34 van de Wbp. De rechtbank draagt verweerder daarom op om ten aanzien van eisers verzoek op grond van artikel 34 van de Wbp, een nieuw besluit te nemen op het bezwaarschrift van eiser.

IT 3768

Vordering afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang

16 dec 2021, IT 3768; Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBLIM:2021:9567 (Eiseres tegen Eet.nu), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vordering-afgewezen-wegens-ontbreken-spoedeisend-belang

Vrz. Rechtbank Limburg 16 december 2021, IEF 20455, IT 3768; ECLI:NL:RBLIM:2021:9567 (Eiseres tegen Eet.nu) Kort geding. Eiseres is uitbater van een restaurant op Eet.nu staat. Eet.nu is een website waarop de contactgegevens van restaurants in Nederland staan en een online Butler-functie wordt aangeboden. Consumenten kunnen die Butler-functie gebruiken om via de website een reservering te vragen bij een restaurant dat is vermeld op de website. Tevens kunnen consumenten een account aanmaken en een recensie op de website plaatsen over hun beleving in een bepaald restaurant. Eiseres vordert o.a. dat Eet.nu wordt veroordeeld om alle onderdelen van haar website waarop het restaurant van eiseres staat vermeld te verwijderen. De voorzieningenrechter wijst de vordering af omdat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat er in deze zaak sprake is van een spoedeisend belang.

IT 3770

Bewijslast overeenkomst rust op aanbieder achteraf betalen.

Rechtbank Gelderland 15 dec 2021, IT 3770; ECLI:NL:RBGEL:2021:6632 (Billink tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/bewijslast-overeenkomst-rust-op-aanbieder-achteraf-betalen

Ktr. Rechtbank Gelderland 15 december 2021, IT 3770; ECLI:NL:RBGEL:2021:6632 (Billink tegen gedaagde) Billink is een aanbieder van een betaalmethode die achteraf betalen mogelijk maakt. Op 15 november 2020 is bij Durlinger.com een online bestelling gedaan ten bedrage van €139,98, waarbij als betaalmethode is gekozen voor de optie ‘achteraf betalen met Billink’. Tijdens het bestelproces zijn gegevens van de gedaagde partij ingevuld als factuurgegevens. Op 1 december 2020 heeft Billink een aanmaning om tot betaling over te gaan toegezonden aan dit e-mailadres. De factuur ten bedrage van €139,98 is tot op heden niet betaald. Billink vordert dat de kantonrechter gedaagde veroordeelt tot betaling van een bedrag van €181,35 (€139,98 aan hoofdsom, €40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en €1,37 aan wettelijke rente). Gedaagde voert verweer en voert aan dat hij de bestelling niet heeft geplaatst, het e-mailadres waarop de bestelling is gedaan is niet zijn e-mailadres en de ingevulde naam, geboortedatum en telefoonnummer betreffen hem niet. Daarnaast behoort het IP-adres hem ook niet toe. Op grond van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rust de bewijslast op Billink. Naar het oordeel van de kantonrechter is Billink er niet in geslaagd om aan te tonen dat de bestelling door gedaagde is gedaan. Nu niet is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen wijst de kantonrechter de vordering af. 

IT 3767

HR verwerpt beroep van Stichting 123inkt-huismerk-klanten

24 dec 2021, IT 3767; ECLI:NL:HR:2021:1950 (Stichting 123inkt-huismerk-klanten tegen HP), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hr-verwerpt-beroep-van-stichting-123inkt-huismerk-klanten

HR 24 december 2021, IEF 20454, IT 3767; ECLI:NL:HR:2021:1950 (Stichting 123inkt-huismerk-klanten tegen HP) In dit geding gaat het hoofdzakelijk om de vraag of HP onrechtmatig handelt door in haar inktjetprinters software met ‘dynamic security’ te installeren. Hierdoor worden inktpatronen van andere leveranciers dan HP in deze printers geweigerd. Het hof besloot dat het gebruik van deze dynamic security niet aan HP wordt verboden [IT 3080]. De Stichting 123inkt-huismerk-klanten komt in cassatie met een reeks klachten op tegen deze beslissing. De Stichting bestrijdt ook de vaststelling dat zij in dit geding niet optreedt als collectieve belangenbehartiger in de zin van art. 3:305a (oud) BW. Het incidenteel cassatieberoep van HP is hoofdzakelijk gericht tegen een door het hof toegewezen verklaring voor recht met betrekking tot het door HP verstrekken van gebrekkige en deels onjuiste informatie. De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest.

IT 3766

Verzoek tot verwijdering BKR-registratie afgewezen

Rechtbank Noord-Holland 15 dec 2021, IT 3766; ECLI:NL:RBDHA:2021:13450 (Verzoeker tegen Defam), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-tot-verwijdering-bkr-registratie-afgewezen

Rechtbank Noord-Holland 15 december 2021, IT 3766; ECLI:NL:RBDHA:2021:13450 (Verzoeker tegen Defam) Verzoeker vraagt om verwijdering van zijn BKR-registratie door kredietaanbieder Defam. Hij stelt dat zijn belangen zwaarder wegen dan de belangen van de BKR-registratie en doet een beroep op artikel 21 lid 1 AVG. Volgens Defam heeft een BKR-registratie als doel de maatschappelijk verantwoorde financiële dienstverlening te bevorderen. Het BKR verschaft kredietverstrekkers inzicht in de betaalhistorie van de consument waardoor kredietverleners de financiële positie van de consument kunnen inschatten, ter voorkoming van overkreditering. Hierbij heeft Defam aangevoerd dat zonder een compleet en onderbouwd inzicht in de financiële positie van verzoeker, niet goed kan worden beoordeeld of de financiële situatie van verzoeker op orde is. Dit is van belang aangezien verzoeker in het verleden problematisch betaalgedrag vertoonde. De rechtbank is het eens met Defam en stelt dat de belangen van Defam bij handhaving van de BKR-registratie zwaarder wegen dan de belangen van verzoeker. Het verwijderingsverzoek wordt daarom afgewezen.

IT 3765

IT-dienstverlener heeft aan verplichtingen voldaan

Rechtbank Noord-Holland 15 dec 2021, IT 3765; ECLI:RBNHO:2021:11735 (Back-up systeem), http://www.itenrecht.nl/artikelen/it-dienstverlener-heeft-aan-verplichtingen-voldaan

Rechtbank Noord-Holland 15 december 2021, IT 3765; ECLI:RBNHO:2021:11735 (Back-up systeem) Gedaagde heeft als IT-dienstverlener werkzaamheden verricht voor eiser. Het gaat in deze zaak om de vraag of gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de tussen hen geldende overeenkomsten en een schadevergoeding aan eiser is verschuldigd. Gedaagde had volgens eiser op grond van wat tussen hen is overeengekomen een werkend back-up systeem moeten aanleggen en onderhouden. Dat heeft zij volgens eiser niet gedaan, waardoor zij stelt gegevens te zijn kwijtgeraakt. Gedaagde stelt dat zij een back-up systeem heeft geïnstalleerd. De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat gedaagde geen werkend back-up systeem heeft geleverd en gaat er daarom vanuit dat gedaagde een werkend back-up systeem heeft geplaatst. De rechtbank oordeelt dat gedaagde zich aan haar verplichtingen heeft gehouden en daarom geen schadevergoeding aan eiser is verschuldigd. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen.

IT 3764

Reserveer nu een plek voor het eerste DCSP-seminar

Elke bedrijf, iedere organisatie heeft te maken met data, cybersecurity en privacy. Een juiste data governance en ownership mag niet ontbreken. Hoe werkt het? Waar begin je? En wat levert het op? Joke Bodewits – partner privacy & cybersecurity bij Hogan Lovells – zal de bredere vraagstukken van data governance en ownership behandelen. Denk aan personal data, machine data, IE-aspecten, technische controle et cetera.
Vaste DCSP-columnist Bernold Nieuwesteeg – directeur law and economics & cybersecurity bij Erasmus universiteit en CrossOver, Quirine Eijkman – ondervoorzitter bij het College voor de Rechten van de Mens en Christian Prickaerts – directeur managed services bij Fox-IT gaan met elkaar in gesprek.

Voor wie: privacy en cybersecurity professionals, advocaten en andere juristen, IT consultants.
Datum: 16 februari 2022
Tijd: 15:00 – 17:00 uur, met aansluitend een borrel
Prijs: € 175
Waar: TBA (op locatie of hybride, afhankelijk van wat mogelijk is tegen die tijd)
Accreditatie: 2 PO-punten

Meld je hier aan! Meer informatie? Stuur een mail naar: fternede@delexmedia.nl.

IT 3763

Baker McKenzie Amsterdam verwelkomt Benjamin van Kessel als partner

Internationaal advocatenkantoor Baker McKenzie heeft Benjamin van Kessel (46) per 1 januari 2022 tot partner Intellectueel Eigendom, Technologie en Commerciële Contracten benoemd.
Met zestien jaar ervaring is Benjamin een toonaangevende advocaat op alle gebieden van het intellectueel eigendomsrecht, waaronder merken, octrooien, auteursrechten en modelrechten. Hij adviseert zijn (internationale) cliënten over zowel contentieuze als niet-contentieuze zaken en heeft ruime ervaring in IE en IT transactiewerk en (fiscaal gedreven) IE herstructureringen. Zijn cliënten bestaan voornamelijk uit Amerikaanse en Europese multinationals. Benjamin maakt de overstap van Eversheds Sutherland, waar hij de IP, IT Commercial Contracts afdeling van kantoor Amsterdam leidde.

IT 3762

TPC niet-ontvankelijk wegens gebrek aan representativiteit

Rechtbank Amsterdam 29 dec 2021, IT 3762; ECLI:NL:RBAMS:2021:7647 (TPC tegen Oracle en Salesforce), http://www.itenrecht.nl/artikelen/tpc-niet-ontvankelijk-wegens-gebrek-aan-representativiteit

Rechtbank Amsterdam 29 december 2021, IT 3762 ;ECLI:NL:RBAMS:2021:7647  (TPC tegen Oracle en Salesforce) The Privacy Collective (TPC) treedt in deze zaak op ten behoeve van Nederlandse internetgebruikers. Zij stelt dat de softwarebedrijven Oracle en Salesforce de privacy van 10 miljoen Nederlandse internetgebruikers hebben geschonden. Er wordt een schadevergoeding van in totaal 11 miljard euro gevorderd op grond van de Wet afwikkeling Massaschade in collectieve actie (WAMCA). In deze fase van het geding is de voorvraag aan de orde of TPC volgens de regels van de WAMCA ontvankelijk is in haar vorderingen. Daarbij geldt als eis dat een claimstichting moet kunnen aantonen voldoende representatief te zijn. TPC kan echter niet aantonen dat haar vorderingen voldoende door belanghebbenden worden ondersteund. Zij heeft op haar website het volgende vermeld: “HOEVEEL IS JE PRIVACY JE WAARD? We dagen twee grote techbedrijven voor de rechter om compensatie te eisen voor het grootschalige binnenslepen en verkopen van data van miljoenen Nederlanders, zonder geldige toestemming. (…) “

IT 3761

Geen schikkingsovereenkomst e-Court en Raad voor de rechtspraak

Rechtbank Den Haag 8 dec 2021, IT 3761; ECLI:NL:RBDHA:2021:13245 (e-Court tegen de Staat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-schikkingsovereenkomst-e-court-en-raad-voor-de-rechtspraak

Rechtbank Den Haag 8 december 2021, IT 3761; ECLI:NL:RBDHA:2021:13245 (e-Court tegen de Staat) Volgens e-Court heeft de Raad voor de rechtspraak uit concurrentiemotieven haar werkzaamheden als online geschillenbeslechter onmogelijk gemaakt, waardoor e-Court schade heeft geleden. De Raad voor de rechtspraak is het daar niet mee eens. E-Court en de Raad voor de rechtspraak hebben geprobeerd om tot afspraken te komen om hun geschil te beëindigen. Volgens e-Court is dit gelukt en is een schikking bereikt en daarom vorderde e-Court bij de rechtbank dat de Raad voor de rechtspraak wordt veroordeeld om de gemaakte afspraken na te komen. De rechtbank heeft de vorderingen van e-Court afgewezen. De rechtbank oordeelt dat e-Court en de Raad voor de rechtspraak geen schikking hebben bereikt. Hoewel duidelijk is dat partijen met elkaar in constructief overleg waren en stappen in elkaars richting hebben gezet, hebben ze op geen van de voor hen essentiële punten van een schikking overeenstemming bereikt. Definitieve afspraken waaraan de Raad voor de rechtspraak tegenover e-Court gebonden is, zijn er daarom niet.

IT 3760

Stichting krijgt geen onbegrensde toegang archief

Rechtbank Amsterdam 16 nov 2021, IT 3760; ECLI:NL:RBAMS:2021:6571 (Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden tegen Rijksarchivaris), http://www.itenrecht.nl/artikelen/stichting-krijgt-geen-onbegrensde-toegang-archief

Rechtbank Amsterdam 16 november 2021, IT 3760; ECLI:NL:RBAMS:2021:6571 (Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden tegen Rijksarchivaris) De rijksarchivaris hoefde Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden die onderzoek doet naar oorlogsmisdaden in de Tweede Wereldoorlog geen toegang zonder beperkende voorwaarden te verlenen tot het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), omdat zijzelf geen slachtoffer is van oorlogsmisdaden. De onbeperkte toegang zoals eiseres die voorstaat en waarbij een verzoek om inzage ook niet nader hoeft te worden gespecificeerd, verhoudt zich niet tot het systeem van de wet en de beoogde bescherming van persoonsgegevens.

IT 3759

Geen aanleiding voor andere belangenafweging tv-uitzending

Gerechtshof Amsterdam 28 dec 2021, IT 3759; (Noordkaap en Talpa TV tegen X), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-aanleiding-voor-andere-belangenafweging-tv-uitzending

Hof Amsterdam 28 december 2021, IEF 20429; C/13/700785/KG ZA 2 1-323 (Noordkaap en Talpa TV tegen X) Zaak over het niet “volledig onherkenbaar” in beeld te brengen van X in een uitzending van het televisieprogramma “Undercover in Nederland” over misstanden in een kattenfokkerij. Zie [IEF 19385] en [IEF 20024]. Er wordt geoordeeld dat de blur wel voldoende was om X onherkenbaar te maken, en dat er dus geen dwangsom is verbeurd, zoals de voorzieningenrechter nog wel aannam. Het fokken van ‘designkatten’ die gewild zijn om hun uitzonderlijke uiterlijk zonder dat rekening wordt gehouden met de nadelen die dat voor hun welzijn oplevert is een maatschappelijke misstand. Het is de taak van de media het publiek daarover te informeren. De uitzending draagt daaraan bij, aldus het hof. Voorts is van belang dat in de uiteindelijke uitzending, ten opzichte van het in juli 2020 getoonde materiaal, aanpassingen hebben plaatsgehad die de totaalindruk van het item in voor gunstige zin hebben beïnvloed. Daartegenover staan, nog steeds, de belangen van dat haar persoonlijke levenssfeer wordt beschermd. Het hof ziet, gelet op al het voorgaande, geen aanleiding om de afweging tussen de zwaarwegende belangen van Noordkaap c.s. en die van anders te maken dan de voorzieningenrechter in het eerste kortgedingvonnis heeft gedaan. Er is dan ook geen grond om de vordering toe te wijzen voor zover die ziet op het verwijderen van de beschuldigingen. Ook de subsidiaire vordering (het laten meelopen van de banner) is, om dezelfde redenen, niet toewijsbaar.

IT 3743

Reserveer nu een plek voor eerste DCSP seminar - 18 januari 2022

Elke bedrijf, iedere organisatie heeft te maken met data, cybersecurity en privacy. Een juiste data governance en ownership mag niet ontbreken. Hoe werkt het? Waar begin je? En wat levert het op? Joke Bodewits – partner privacy & cybersecurity bij Hogan Lovells – zal de bredere vraagstukken van data governance en ownership behandelen. Denk aan personal data, machine data, IE-aspecten, technische controle et cetera.
Vaste DCSP-columnist Bernold Nieuwesteeg – directeur law and economics & cybersecurity bij Erasmus universiteit en CrossOver, Quirine Eijkman – ondervoorzitter bij het College voor de Rechten van de Mens en Christian Prickaerts – directeur managed services bij Fox-IT gaan met elkaar in gesprek.

IT 3758

Advies AG aan Hoge Raad over limiet aan lengte civiele processtukken in hoger beroep

De in de procesreglementen van de gerechtshoven opgenomen regels dat civiele processtukken in hoger beroep niet langer mogen zijn dan 25 pagina’s zijn toelaatbaar, omdat zij gebaseerd kunnen worden op de eisen van een behoorlijke rechtspleging. Die regels zijn niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter of met het beginsel van hoor en wederhoor. De regels mogen echter niet bepalen dat een processtuk dat langer is dan 25 pagina’s in zijn geheel wordt geweigerd. Voor zo’n ingrijpende sanctie is een wettelijke basis vereist, maar die is er niet. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) De Bock de Hoge Raad in haar conclusie van vrijdag.

Lees verder op Hoge Raad.nl.

IT 3757

HvJ EU: een toeslag rekenen voor een betaaltransactie?

HvJ EU 2 dec 2021, IT 3757; ECLI:EU:C:2021:975 (Vodafone tegen Bundesverband), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-een-toeslag-rekenen-voor-een-betaaltransactie

HvJ EU 2 december 2021, IEF 20421, IT 3757, IEFbe 3343; ECLI:EU:C:2021:975 (Vodafone tegen Bundesverband) Sinds de omzetting van richtlijn 2015/2366 in Duits recht per 13 januari 2018 maakt Vodafone onderscheid tussen dienstverleningsovereenkomsten die voor die datum zijn gesloten en dienstverleningsovereenkomsten die op of na die datum zijn gesloten. Op de eerste categorie overeenkomsten past deze marktdeelnemer op grond van een algemene contractuele clausule (forfaitair tarief voor zelfbetalers) van 2,50 EUR per betalingstransactie toe voor klanten die hem geen machtiging tot automatische afschrijving verlenen maar zelf hun facturen betalen door middel van een SEPA-overboeking. Die clausule komt  niet meer voor in de overeenkomstige prijslijst voor de tweede categorie overeenkomsten. Het Bundesverband voert aan dat het in § 270a BGB neergelegde verbod om vanaf 13 januari 2018 een toeslag in rekening te brengen ook geldt voor betalingstransacties die na die datum worden geïnitieerd ter uitvoering van voor die datum gesloten overeenkomsten.

IT 3756

Kamer van Koophandel komt geen databankrechtelijke bescherming toe

Rechtbank Midden-Nederland 22 dec 2021, IT 3756; ECLI:NL:RBMNE:2021:6183 (VVZBI tegen KVK), http://www.itenrecht.nl/artikelen/kamer-van-koophandel-komt-geen-databankrechtelijke-bescherming-toe

Rechtbank Midden-Nederland 22 december 2021, IEF 20423, IT 3756; ECLI:NL:RBMNE:2021:6183 (VVZBI tegen KVK) Het handelsregister is een ‘databank’, maar de Kamer van Koophandel (KVK) draagt geen risico voor investeringen daarin en kwalificeert daarom niet als ‘producent’. De KVK voert een wettelijke taak uit en de daarmee gemoeide kosten (die niet uit verkoopopbrengsten kunnen worden voldaan) worden op basis van de wet gedekt door de rijksoverheid. Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie vindt de rechtbank niet nodig: aan de KVK komt geen databankrechtelijke bescherming op het Handelsregister toe. De KVK mag zich jegens aanbieders van bedrijfsinformatiediensten derhalve niet beroepen op het exclusieve privaatrechtelijke verbodsrecht; daarop gebaseerde voorwaarden niet toepassen; en aan eindgebruikers van commerciële bedrijfsinformatiediensten geen aanwijzingen geven over het al dan toegestaan zijn van die diensten (vanwege een beweerdelijke databankrechtelijke inbreuk). De rechtbank veroordeelt de KVK ex art. 1019h Rv in de proceskosten, incl. deskundigenkosten, van € 67.678,30.

IT 3755

Brinkhof Internet Scriptieprijs

Brinkhof organiseert ook dit jaar weer de Internet Scriptieprijs voor de beste juridische masterscriptie op het gebied van internet en recht. De winnende scriptie wordt beloond met een geldbedrag van € 2.000,- en online gepubliceerd.

Meedoen? Stuur je scriptie uiterlijk 31 december 2021 in via www.internetscriptieprijs.nl, vergezeld van een kopie van het cijferbriefje. De prijsuitreiking vindt in het voorjaar van 2022 plaats op een nader aan te kondigen juridisch symposium op het kantoor van Brinkhof in Amsterdam. Op dat symposium lichten de finalisten hun scriptie kort toe, waarna de jury een winnaar kiest.

IT 3753

Ex-werkneemster moet voormalig werkgever inzage verschaffen

Rechtbank Limburg 24 nov 2021, IT 3753; ECLI:NL:RBLIM:2021:8896http://www.itenrecht.nl/artikelen/ex-werkneemster-moet-voormalig-werkgever-inzage-verschaffen

Ktr. Rechtbank Limburg 24 november 2021, IEF 20413, IT 3753; ECLI:NL:RBLIM:2021:8896 (Vita Natura tegen Ex-werkneemster) Kort geding. Ex-werkneemster is in dienst van Vita Natura geweest. Zij heeft zakelijke e-mailberichten doorgestuurd naar haar privé e-mailaccount en zonder toestemming diverse door Vita Natura verhandelde potten van het natuurgeneesmiddel Glucolin van werk meegenomen. Bij beschikking van 27 mei 2021 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan Vita Natura verlof verleend tot het leggen van conservatoir bewijs beslag ten aanzien van documenten, accounts en banktransacties van de oud-medewerkster. Bij e-mail heeft gerechtsdeurwaarder aan de ex-werkneemster gevraagd om wachtwoorden te verstrekken van de in beslag genomen accounts. De ex-werkneemster heeft op deze e-mail niet gereageerd. Vita Natura vordert o.a. dat de ex-werkneemster wordt bevolen om te gehengen en gedogen dat Vita Natura inzage neemt in en kopie en/of uittreksel ontvangt van de ten processe bedoelde in beslag genomen documenten, deel uitmakende van de administratie van de ex-medewerkster.