Aanbestedingen softwarelicenties en dienstverlening moeten worden gestaakt wegens disproportionele voorwaarden
Rb. Den Haag 23 december 2025, IT 5234; ECLI:NL:RBDHA:2025:27115 (Protinus tegen de Staat). De voorzieningenrechter van de rechtbank oordeelt dat de Staat de aanbestedingsprocedures EAP2025 MJenV en EAP2025 MinDef moet staken en gestaakt houden totdat de aanbestedingsvoorwaarden zodanig zijn gewijzigd dat niet langer sprake is van disproportionele voorwaarden en de procedures ook overigens aan de geldende wet- en regelgeving voldoen. Het geschil speelde in het bijzonder rond perceel 2, waarop Protinus, Dustin, SoftwareONE en Computacenter hadden ingeschreven en dat ziet op standaardprogrammatuur van andere vendoren dan Microsoft en daaraan gerelateerde dienstverlening. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de aanbestedende dienst weliswaar vrijheid heeft bij het inrichten van de aanbesteding, maar dat die vrijheid wordt begrensd door onder meer artikel 1.10 Aw 2012, de Gids Proportionaliteit en de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht. Vervolgens volgt de voorzieningenrechter de resellers in hun uitleg van de aanbestedingsstukken: de Staat vraagt in wezen een sublicentiemodel uit, waarbij de reseller zelf een licentie van de vendor moet verkrijgen en vervolgens aan de deelnemer een sublicentie verstrekt. De Staat heeft echter onvoldoende met deugdelijk marktonderzoek onderbouwd dat vendoren bereid zijn aan dat model mee te werken. Daartegenover hebben Protinus en SoftwareONE verklaringen van tientallen vendoren overgelegd waaruit juist blijkt dat veel vendoren niet bereid zijn sublicentiëring toe te staan. Daarom moet er voorshands van worden uitgegaan dat een aanzienlijk deel van de vendoren niet aan het uitgevraagde model wil meewerken, zodat resellers na inschrijving in beginsel mogelijk niet kunnen leveren waartoe zij gehouden zullen zijn. Dat maakt de uitvraag in haar huidige vorm disproportioneel.