IT 3658

Sms- en WhatsApp-berichten zijn documenten

Rechtbank Midden-Nederland 15 dec 2020, IT 3658; ECLI:NL:RBMNE:2020:5875 (Eiseres tegen minister van VWS), http://www.itenrecht.nl/artikelen/sms-en-whatsapp-berichten-zijn-documenten

Rechtbank Midden-Nederland 15 december 2020, IT 3658; ECLI:NL:RBMNE:2020:5875 (Eiseres tegen minister van VWS) Bestuursrecht. Deze uitspraak gaat over een Wob-verzoek dat eiseres op 9 maart 2016 bij verweerder heeft ingediend, betreffende de openbaarmaking van alle documenten die gaan over acties die zijn ondernomen tegen een derde partij naar aanleiding van financiële moeilijkheden. Eiseres stelt dat verweerder verplicht was om de aanwezige SMS- en WhatsApp-berichten die onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vielen, veilig te stellen. De ABRvS oordeelt hier anders over. Het beroep dat eiseres vervolgens instelde, acht de rechtbank gegrond. Verweerder heeft er na de uitspraak van de rechtbank over het eerste deelbesluit onvoldoende voor gezorgd dat de sms- en WhatsApp-berichten die onder het Wob-verzoek vielen, niet vernietigd zouden worden. Daarmee is er niet voldaan aan de bewaarplicht die op verweerder rust. 

IT 3659

Interview met scheidend hoogleraar Bernt Hugenholtz

Bernt Hugenholtz, hoogleraar informatierecht en mede-oprichter van het Instituut voor Informatierecht (IViR) aan de UvA, is met pensioen. In Folia, het online medium van de UvA, verscheen een afscheidsinterview met de emeritus hoogleraar. "Sinds de opkomst van het internet is het vakgebied geëxplodeerd. Deelgebieden zoals privacy, uitingsvrijheid, cybersecurity, telecommunicatieregulering en later desinformatie en hate speech zijn enorm belangrijk geworden. Dat geldt ook voor het auteursrecht."
Lees verder >>

 

IT 3660

Beantwoording prejudiciële vragen over levering software

HvJ EU 16 sep 2021, IT 3660; ECLI:EU:C:2021:742 (The Software Incubator tegen Computer Associates), http://www.itenrecht.nl/artikelen/beantwoording-prejudici-le-vragen-over-levering-software

HvJ EU 16 september 2021, IT 3660, IEF 20196, IEFbe 3282; ECLI:EU:C:2021:742 (The Software Incubator tegen Computer Associates) De Supreme Court of the United Kingdom heeft het Hof verzocht een prejudiciële beslissing te nemen. Hierbij werden twee vragen gesteld:
1) Als computersoftware elektronisch wordt geleverd, valt dit dan onder 'goederen' volgens de betekenis van dat begrip zoals dit staat in de definitie van een handelsagent in richtlijn 86/653? 2) Indien de software aan klanten van een principaal wordt geleverd door een licentie van onbepaalde tijd toe te kennen, valt dit dan onder 'verkoop van goederen' volgens richtlijn 86/653?

IT 3657

Gevangenisstraffen voor datadiefstal uit CoronIT-systeem

Rechtbank Midden-Nederland 14 sep 2021, IT 3657; ECLI:NL:RBMNE:2021:4419http://www.itenrecht.nl/artikelen/gevangenisstraffen-voor-datadiefstal-uit-coronit-systeem

Rechtbank Midden-Nederland 14 september 2021, IT 3657; ECLI:NL:RBMNE:2021:4419 Verdachte in deze zaak wordt ten laste gelegd dat hij computervredebreuk heeft gepleegd en vervolgens persoonsgegevens heeft overgenomen uit het CoronIT-systeem. In een onderzoek naar een gemeld data-lek bij de GGD werden op de telefoon van verdachte foto's aangetroffen van persoonsgegevens. Daarnaast had hij in diverse Telegram groepen geplaatst dat hij op verzoek persoonsgegevens zoals adres en BSN zou kunnen opzoeken. Ondanks dat verdachte niet is 'binnengedrongen', omdat hij als medewerker toegang had tot het CoronIT-systeem, is de rechtbank van mening dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk. De gegevens van personen die niet via de test- en vaccinatielijn met verdachte in contact werden gebracht, behoefde en behoorde verdachte niet in te zien. Dezelfde beredenering wordt ook in een soortgelijke zaak betreffende data-diefstal toegepast, waarbij een verdachte specifieke persoonsgegevens opzocht in het systeem. Beide verdachten worden veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf.

IT 3655

Ontbinding na niet nakoming implementatie software

, IT 3655; (Afnemer tegen leverancier ), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ontbinding-na-niet-nakoming-implementatie-software
SGOA

SGOA 2021, vonnis 43, IT 3655; (Afnemer tegen leverancier) Afnemer drijft haar onderneming in de vorm van een groothandel in de sector 'automotive'. Leverancier levert softwareoplossingen, waaronder het ERP product 'softwarepakket X'. Derde betrokkene is Bedrijf F. Zowel Afnemer als Bedrijf F aanvaarden een offerte en sluiten een overeenkomst met Leverancier, met als doel het invoeren van de nieuwe software, het onderdeel 'Projectsamenstelling'. Oorspronkelijk zou Leverancier de software tegelijk bij beide bedrijven invoeren, maar dit bleek complexer dan partijen hadden voorzien. Bedrijf F nam in 2018 als eerst de software in gebruik. Aan Afnemer levert Leverancier echter niet, ook niet na sommatie. Afnemer vordert dat Leverancier wordt veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde aankoopsom voor het onderdeel Projectsamenstelling. Leverancier stelt in haar verweer dat de projecten bij Bedrijf F en Afnemer onterecht vermengd worden. De schuld van het uitstel van de livegang van de nieuwe software ligt volgens Leverancier bij Afnemer. Het scheidsgerecht oordeelt dat Leverancier tekort is geschoten in het nakomen van het onderdeel Projectsamenstelling van de overeenkomst. Dit wordt dan ook ontbonden. 

IT 3656

Belang vrijheid van meningsuiting weegt zwaarder

Rechtbank 13 sep 2021, IT 3656; ECLI:NL:RBAMS:2021:5058 (Kroongetuige tegen DPG Media), http://www.itenrecht.nl/artikelen/belang-vrijheid-van-meningsuiting-weegt-zwaarder

Vzr. Rechtbank Amsterdam 13 september 2021, IEF 20187, IT 3656; ECLI:NL:RBAMS:2021:5058 (Kroongetuige tegen DPG Media) Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in een kort geding tussen de kroongetuige in het Marengo-proces en DPG Media over de publicatie van een krantenartikel. Het AD, onderdeel van DPG, wil op 14 september 2021 in de krant en op haar website een artikel publiceren over de kroongetuige, waarin wordt geciteerd uit WhatsApp-berichten die afkomstig zijn van een iPhone waarover hij in detentie enige tijd heeft beschikt. Eisers stellen dat het artikel tendentieus, vals en onjuist is en dat zij daarmee worden aangetast in hun eer en goede naam. Zij vorderen daarom (i) DPG te verbieden op welke wijze dan ook feitelijke beschuldigingen jegens eisers te uiten en/of berichten te verspreiden, en (ii) DPG te verbieden het concept-artikel op welke wijze dan ook te openbaren, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van DPG in de proceskosten. Bepaald wordt dat het artikel mag worden gepubliceerd. Het belang van de vrijheid van meningsuiting weegt hier zwaarder dan het belang van de bescherming van de eer en goede naam van eisers.

IT 3654

YouTube video van FvD hoeft niet teruggeplaatst te worden

Rechtbank Amsterdam 15 sep 2021, IT 3654; ECLI:NL:RBAMS:2021:5117 (FvD tegen Google ), http://www.itenrecht.nl/artikelen/youtube-video-van-fvd-hoeft-niet-teruggeplaatst-te-worden

Rechtbank Amsterdam 15 september 2021, IEF 20186, IT 3654; ECLI:NL:RBAMS:2021:5117 (FvD tegen Google) Forum voor Democratie is kritisch ten aanzien van het regeringsbeleid betreffende de COVID-19 pandemie. De partij plaatst op het platform YouTube video's waarin deze opvatting duidelijk doorschemert. Het Covid-beleid is onderdeel van de rechtsverhouding tussen YouTube en haar gebruikers, waaruit voortvloeit dat het platform geen content toestaat die misleidende informatie verspreidt. Op 2 juni 2021 heeft YouTube op grond hiervan een video van FvD verwijderd. FvD vordert terugplaatsing van de video en beroept zich hierbij op vrijheid van meningsuiting. Al in eerdere uitspraken over het Covid-beleid van YouTube [zie IEF 20145] is overwogen dat, ondanks dat artikel 10 EVRM door kan werken in private overeenkomsten, dit niet onbegrensd is. YouTube heeft voor kritische geluiden en politieke uitingen geen maatschappelijke ‘must-carry’-verplichting. Pas als elke effectieve uitoefening van de uitingsvrijheid wordt tegengegaan, of als de essentie van het recht op vrijheid van meningsuiting wordt vernietigd, is er aanleiding voor de rechter om in te grijpen. Dat is een hoge eis, waaraan niet voldaan wordt. Het verwijderen van de video is dan ook niet onrechtmatig, de video hoeft niet terug te worden geplaatst. 

IT 3533

Vacature: gevorderd advocaat-stagiair(e) Soft IP bij Hogan Lovells

Ter versterking van de unit Intellectual Property, Media & Technology (IPMT) zoekt Hogan Lovells naar een ambitieuze gevorderd advocaat-stagiair(e).

De IPMT praktijk van Hogan Lovells is toonaangevend in Nederland en maakt onderdeel uit van de vooraanstaande internationale IPMT praktijk. Het team adviseert en procedeert op het gebied van het intellectueel eigendoms-, media- en reclamerecht. De soft IP praktijk richt zich in het bijzonder op het merkenrecht, auteursrecht en reclamerecht. Zowel in Nederland als internationaal werken we persoonlijk en intensief met elkaar samen in een informele sfeer.
Lees verder.

IT 3653

Vrijspraak computervredebreuk in hoger beroep

Gerechtshof Amsterdam 22 jan 2021, IT 3653; ECLI:NL:GHAMS:2021:103http://www.itenrecht.nl/artikelen/vrijspraak-computervredebreuk-in-hoger-beroep

Hof Amsterdam 22 januari 2021, IT 3653; ECLI:NL:GHAMS:2021:103 Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter in een strafzaak betreffende computervredebreuk. Hem is ten laste gelegd dat hij opzettelijk en wederrechtelijk in een computer en/of iPad is binnengedrongen met behulp van valse signalen of een valse sleutel. De raadsvrouw van de verdachte stelt zich in dit hoger beroep op het standpunt dat het inloggen wel heeft plaatsgevonden vanaf het IP-adres dat in zijn woning in gebruik is, maar dat dit nog niet wil zeggen dat hij ook degene is geweest die daadwerkelijk heeft ingelogd. Immers hebben ook alle vrienden van verdachte het wifi-wachtwoord van het woonadres. Het hof ziet nog meer contra-indicaties. Bij enkele andere pogingen om in te loggen is er ook gebruik gemaakt van een geheel ander, onherleidbaar IP-adres. Bovendien is er ingelogd vanaf een ASUS telefoon, die niet bij de verdachte is gevonden. Dit alles maakt dat het hof niet met de vereiste mate van zekerheid kan vaststellen dat de verdachte degene was die zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde computervredebreuk. 

IT 3652

Uber-chauffeurs vallen onder CAO Taxivervoer

Rechtbank Amsterdam 13 sep 2021, IT 3652; ECLI:NL:RBAMS:2021:5029 (FNV tegen Uber), http://www.itenrecht.nl/artikelen/uber-chauffeurs-vallen-onder-cao-taxivervoer

Rechtbank Amsterdam 13 september 2021, IT 3652; ECLI:NL:RBAMS:2021:5029 (FNV tegen Uber) FNV is partij bij de CAO Taxivervoer. De CAO Taxivervoer is de afgelopen jaren op verschillende momenten algemeen verbindend verklaard geweest. Uber beheert een digitale applicatie waarmee wordt bemiddeld rond het personenvervoer per auto tegen betaling. Hierbij richt Uber zich op de 'bel- en bestelmarkt'. FNV heeft Uber aangesproken op het naleven van de CAO Taxivervoer. Uber heeft dat geweigerd. In deze rechtszaak vordert FNV dat verklaard wordt dat de CAO Taxivervoer ook voor Uber algemeen verbindend is (geweest). Hier vloeit het verzoek uit voort om aan chauffeurs het achterstallig salaris te voldoen waarop zij ingevolge deze CAO recht op hebben. FNV stelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van 7:610 BW, aangezien er wordt voldaan aan de eisen van arbeid, loon en gezag. Uber voert als verweer dat zij geen werkgever is, maar een technologiebedrijf. Dit verweer wordt verworpen, aangezien chauffeurs akkoord moeten gaan met voorwaarden en hierbij een overeenkomst sluiten. Ook aan de andere vereisten voor een arbeidsovereenkomst wordt voldaan. De kantonrechters veroordelen Uber om voor de periodes dat de CAO Taxivervoer algemeen verbindend verklaard is (geweest), deze integraal na te leven jegens de chauffeurs.

IT 3651

Roddelpraat hoeft niet toegelaten te worden tot kwalificatieronde

Rechtbank Midden-Nederland 6 sep 2021, IT 3651; ECLI:NL:RBMNE:2021:4305 (Eisers tegen Bindinc), http://www.itenrecht.nl/artikelen/roddelpraat-hoeft-niet-toegelaten-te-worden-tot-kwalificatieronde

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 6 september 2021, IEF 20179, IT 3651; ECLI:NL:RBMNE:2021:4305 (Eisers tegen Bindinc) Kort geding. Op 7 april van dit jaar kregen Jan Roos en Dennis Schouten te horen dat hun online programma in de top 20 stond voor de Televizier-Ster online videoserie. De serie stond niet op de door de jury samengestelde longlist, maar via het open invoerveld hebben veel mensen het programma Roddelpraat ingevoerd. Hierdoor is het programma alsnog in een tussentijdse lijst opgenomen. Op 21 april is een lijst met 20 winnaars van de kwalificatieronde voor de Televizier-Ster gepubliceerd. Roddelpraat stond op die lijst. Sinds 17 augustus kan het publiek (online) stemmen op één van die 20 programma’s. Op die dag kregen de makers van Roddelpraat te horen dat zij alsnog uitgesloten waren van de verkiezing.

IT 3650

Stichting Massaschade & Consument daagt TikTok voor rechter

Stichting Massaschade & Consument is begonnen aan een collectieve actie tegen TikTok. Dit is een Chinees mediaplatform waarbij gebruikers, waaronder minderjarigen, video's kunnen posten. Volgens de Stichting overtreedt TikTok uiteenlopende wetten en regels. Het gaat hier met name over de verzameling van persoonlijke informatie van de gebruikers. Deze gegevens worden door TikTok doorgegeven aan landen met een onveilig beschermingsregime voor persoonsgegevens. Daarnaast wordt er in de app geen onderscheid gemaakt tussen advertenties en video's. De Stichting wil deze onrechtmatige handelswijze een halt toe te roepen en vordert daarnaast een schadevergoeding voor gedupeerde gebruikers van het platform. TikTok is door de stichting gedagvaard om op 6 oktober 2021 in de procedure voor de rechtbank te Amsterdam te verschijnen.

IT 3649

Online programma uitgesloten van Televizier

Rechtbank Midden-Nederland 6 sep 2021, IT 3649; ECLI:NL:RBMNE:2021:4305 (Eisers tegen Bindinc), http://www.itenrecht.nl/artikelen/online-programma-uitgesloten-van-televizier

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 6 september 2021, IT 3649; ECLI:NL:RBMNE:2021:4305 (Eisers tegen Bindinc) Eisers maken samen een online programma waarin zij roddels bespreken. Door kijkers zijn zij opgegeven voor de Televizier-Ster Online-videoserie, waardoor ze op de lijst van 20 gekwalificeerden terecht zijn gekomen. Kort daarop kregen de programmamakers het bericht dat zij werden uitgesloten van deelname aan de verkiezing. Eisers zijn het niet eens met dit besluit. Bindinc weerspreekt dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, zodat wanprestatie wat haar betreft niet aan de orde is. De voorzieningenrechter bevestigt dit. Wel heeft Bindinc onrechtmatig gehandeld door haar uitsluitingsbevoegdheid onzorgvuldig te gebruiken. Dit is echter geen grond om te vorderingen toe te wijzen. 

IT 3648

Prejudiciële vraag over de uitleg van verordening nr. 531/2012

HvJ EU 2 sep 2021, IT 3648; ECLI:EU:C:2021:675 (Vodafone tegen Duitsland), http://www.itenrecht.nl/artikelen/prejudici-le-vraag-over-de-uitleg-van-verordening-nr-531-2012

HvJ EU 2 september 2021, IT 3648; IEFbe 3273; ECLI:EU:C:2021:675 (Vodafone tegen Duitsland) Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de verordening nummer 531/2012. Deze gaat over roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie. In artikel 3 staat onder andere dat telecombedrijven diensten moeten aanbieden zonder discriminatie. Vodafone is actief in deze branche en stelt haar klanten voor om bij het basistarief gratis „zero-rating”-tariefopties te nemen. De algemene contractvoorwaarden bepalen dat deze tariefopties alleen geldig zijn op het nationale grondgebied.  Daarop heeft het Verwaltungsgericht Köln het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing te nemen over de vraag of dit verenigbaar is met Unierecht. Gelet op een en ander dient op de gestelde vragen te worden geantwoord dat artikel 3 van verordening 2015/2120 aldus moet worden uitgelegd dat een beperking van het roaminggebruik wegens de activering van een „zero-rating”-tariefoptie onverenigbaar is met de verplichtingen die voortvloeien uit lid 3 van dat artikel.

IT 3646

Schoonmaker die stiekem beelden opnam veroordeeld

Rechtbank Amsterdam 26 aug 2021, IT 3646; ECLI:NL:RBAMS:2021:4470http://www.itenrecht.nl/artikelen/schoonmaker-die-stiekem-beelden-opnam-veroordeeld

Rechtbank Amsterdam 26 augustus 2021, IT 3646; ECLI:NL:RBAMS:2021:4470 Aan de verdachte in deze strafzaak wordt computervredebreuk, het opnemen van beelden, het plaatsen van afluisterapparatuur en het opzettelijk vervaardigen van seksuele afbeeldingen ten laste gelegd. Verdachte is in dienst geweest als schoonmaker bij aangeefster. Tijdens de uitvoering hiervan zou hij een spy-camera hebben verborgen in de slaapkamer van aangeefster, met zicht op het bed. Op zijn telefoon zijn meerdere video's aangetroffen waarop aangeefster te zien is met haar vriend. Verdachte heeft verklaard dat hij de camera heeft opgehangen en deze heeft gekoppeld aan de wifi door middel van het wachtwoord dat hij van aangeefster heeft gekregen om muziek te kunnen luisteren. Hierbij gaf hij aan de beelden alleen live te willen kijken. Dat er filmpjes zijn opgeslagen zou volstrekt onvrijwillig gebeurd zijn. Dit verweer vindt de rechtbank niet aannemelijk en verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

IT 3647

Ontbinding arbeidsovereenkomst na plaatsen LinkedIn berichten

Rechtbank Gelderland 24 aug 2021, IT 3647; ECLI:NL:RBGEL:2021:4701 (De Waalboog tegen verweerder ), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ontbinding-arbeidsovereenkomst-na-plaatsen-linkedin-berichten

Rechtbank Gelderland 24 augustus 2021, IEF 20174, IT 3647; ECLI:NL:RBGEL:2021:4701 (De Waalboog tegen verweerder) Verweerster is werkzaam bij zorginstelling De Waalboog. Tijdens de pandemie heeft zij zich op LinkedIn negatief uitgelaten over getroffen maatregelen en het vaccinatiebeleid. Hierbij is het zichtbaar waar verweerster in dienst is, terwijl deze uitingen haaks staan op het beleid dat De Waalboog zelf voert. Een betrokkene is van mening dat verweerster als privé persoon alle recht heeft op haar eigen mening, maar dat in tegenstelling tot media als Facebook en Twitter, LinkedIn een professioneel netwerk is, waar ze als medewerker van De Waalboog opereert. Verweerster ziet dit anders en weigert de posts te staken. Als reactie hierop is een beëindigingsvoorstel gedaan, die verweerster niet aanvaard heeft. De rechtbank ontbindt de arbeidsovereenkomst op grond van strijdigheid met goed werknemerschap. De berichten van verweerster hebben daadwerkelijk schadelijke gevolgen gehad binnen De Waalboog en dus kan er redelijkerwijs niet van de instelling verwacht worden dat ze het dienstverband voortzetten.

IT 3645

Afbeeldingen dierenleed moeten worden verwijderd

Rechtbank Amsterdam 23 aug 2021, IT 3645; ECLI:NL:RBAMS:2021:4432 (Stichting Agractie tegen Stichting Dierenrecht), http://www.itenrecht.nl/artikelen/afbeeldingen-dierenleed-moeten-worden-verwijderd

Rechtbank Amsterdam 23 augustus 2021, IE 20173, IT 3645, RB 3553; ECLI:NL:RBAMS:2021:4432 (Stichting Agractie tegen Stichting Dierenrecht) In zeven grote steden heeft Stichting Dierenrecht posters opgehangen waarop een zuivelproduct wordt afgebeeld als een pakje tabak. Daarop staat de tekst: ‘Zuivel veroorzaakt ernstig dierenleed. Kalfjes worden direct na de geboorte weggehaald bij hun moeder.’ Stichting Agractie vordert om Stichting Dierenrecht op straffe van een dwangsom te veroordelen iedere billboard en reclame-uiting in openbare ruimtes te verwijderen. Om de onrechtmatigheid van de billboards te beoordelen kijkt de rechtbank naar de juistheid van de uitingen. Uit de overgelegde stukken en gegeven toelichting blijkt dat het niet direct duidelijk is wanneer een kalf van de moeder gescheiden zou moeten worden. Er mag hier debat over gevoerd worden, maar hierbij mag er niet onrechtmatig gehandeld worden jegens melkveehouders. Stichting Dierenrecht moet de billboards en soortgelijke uitlatingen op de website verwijderen.  

IT 3644

Nederlands Octrooicongres op 7 oktober

Op donderdag 7 oktober vindt het tweede deel van het Nederlands Octrooicongres 2021 plaats. Aanmelden voor dit middagprogramma is nog mogelijk. Op de agenda staan onder meer:

- Beslissingen van het EOB 2020-2021, Frederic Bostedt
- Nawerkbaarheid (Regeneron-arrest), Simon Dack
- Varia octrooipraktijk  – (n.a.v. Biogen/Richter), Interactief deel
- UPC, stand van zaken en nieuwe ontwikkelingen, Paul van Beukering

IT 3643

Kamervragen over privacy van Burgernet

Op 30 augustus jl. heeft minister Grapperhaus Kamervragen beantwoord over de privacy van deelnemers van Burgernet. Gesteld wordt dat het niet duidelijk is wie er precies verantwoordelijk is voor Burgernet en wat er met de gegevens gebeurt die Burgernet opvraagt. Grapperhaus antwoordt hierop dat Burgernet eigendom is van de politie. De app volgt mensen niet en het delen van GPS gegevens is niet noodzakelijk. De persoonsgegevens worden gebruikt om potentiële getuigen te kunnen benaderen, waarbij het aan de deelnemer zelf is om te bepalen hoeveel persoonsgegevens er worden verwerkt. Daarnaast is er eind 2019 is door een extern adviesbureau een privacy-scan uitgevoerd in het kader van de toepassing van de Wet politiegegevens (Wpg) en de AVG. 

Lees verder op Rijksoverheid.nl

IT 3642

Gerecht EU verwerpt beroep nietigverklaring e*message

Overige instanties 1 sep 2021, IT 3642; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gerecht-eu-verwerpt-beroep-nietigverklaring-e-message

Gerecht EU 1 september 2021, IEF 20165, IT 3642, IEFbe 3270; ECLI:EU:T:2021:522 (eMessage tegen EUIPO en Apple) eMessage Wireless Information Services heeft een aanvraag tot inschrijving van het Gemeenschapsmerk 'e*message' ingediend bij het EUIPO. Op verzoek van interveniënte Apple Inc. werd de inschrijving nietig verklaard. eMessage voert in beroep zeven middelen aan. Het eerste middel betoogt dat er geen geldige bepaling bestaat om het litigieuze merk ongeldig te verklaren. Het tweede middel klaagt over een onjuiste toepassing van de huidige uitlegging van artikel 7, lid 1, onder b) en c), van verordening 2017/1001. Het derde en het vierde middel gaan over fouten in de beoordeling van de figuratieve elementen van het litigieuze merk bij het onderzoek van het beschrijvende karakter ervan. Het vijfde middel klaagt over een onjuiste beoordeling van het onderscheidend vermogen van het litigieuze merk. Het zesde en het zevende middel gaan over een schending van artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van de beginselen van bescherming van het gewettigd vertrouwen en van de rechtszekerheid. De middelen worden afgewezen.