IT 3007

Verjaring domeinzaak Bulldog.com

14 jan 2020, IT 3007; (X tegen Bulldog), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verjaring-domeinzaak-bulldog-com

Hof Amsterdam 14 januari 2020, IEF 18915; IT 3007; 200.233.941/01 (Appellant tegen Leidseplein Beheer). Zie ook [IEF 17089] en [IEF 15198]. Appellant is eigenaar en houder van de domeinnamen Bulldog.com en Buldog.com. Leidseplein Beheer is exploitant van “The Bulldog”, vooral bekend van de coffeeshops in Amsterdam. Tevens beschikt Leidseplein Beheer over de rechten van diverse intellectuele eigendommen omtrent The Bulldog. In 2004 is een geschil ontstaan over het gebruik van de genoemde domeinnamen. Er is toen een geschillenprocedure gestart bij de World Intellectual Property Organization. Daarna is een bodemprocedure gestart bij de rechtbank Den Haag, waarin is geoordeeld dat partijen niet gehouden zijn aan het oordeel van het WIPO. Dit is later bekrachtigd door het hof Den Haag. In de periode van augustus 2004 tot augustus 2009 heeft appellant zijn domeinnamen niet kunnen gebruiken en stelt dat er daardoor schade is geleden. De rechtbank oordeelde dat de vorderingen zijn verjaard.

IT 3009

Publicaties over Soliditry van De Persgroep zijn onrechtmatig

Hof 14 jan 2020, IT 3009; ECLI:NL:GHARL:2020:177 (De Persgroep tegen Soliditry), http://www.itenrecht.nl/artikelen/publicaties-over-soliditry-van-de-persgroep-zijn-onrechtmatig

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 januari 2020, IEF 18950, IT 3009; ECLI:NL:GHARL:2020:177 (De Persgroep tegen Soliditry) De Persgroep heeft artikelen gepubliceerd over dat Soliditry criminele activiteiten zou hebben gepleegd. De rechtbank oordeelde eerder dat de artikelen over Soliditry verwijderd dienden te worden. De Persgroep gaat hiertegen in beroep. Er wordt een belangenafweging gemaakt tussen twee fundamentele rechten: het recht op vrijheid van meningsuiting van De Persgroep en het recht op eerbiediging van de eer, goede naam en reputatie van Soliditry en de persoonlijke levenssfeer van de juridisch adviseur. Een belangrijk onderdeel bij deze afweging is journalistieke zorgvuldigheid, die voor accurate en betrouwbare berichtgeving moet zorgen, in het bijzonder wanneer de pers beschuldigingen uit. Die zullen een duidelijke feitelijke basis moeten hebben. Uit de vaststaande feiten wordt geconcludeerd dat de artikelen onrechtmatig gepubliceerd zijn door De Persgroep.

IT 3008

Open het jaar met het IE diner op 30 januari

Onderhoudend, uniek en sfeervol: het jaarlijkse IE-diner van deLex vindt binnenkort weer plaats in de Kapel van Hotel Arena. Vier de start van 2020 met uw collega's en vakgenoten, onder de bezielende leiding van ceremoniemeester Bernt Hugenholtz.

Ook deze editie belooft speciaal te worden, met een lijst van uitzonderlijke - internationale - sprekers. Meld u tijdig aan!

Waar en wanneer?
Donderdag 30 januari 2020, Hotel Arena, Amsterdam
Ontvangst vanaf 1800 uur

Dresscode: feestelijk

Inschrijven of meer informatie? Mail naar info@delex.nl, of schrijf je direct in.

IT 3006

Conclusie A-G in publicatiezaak

Hoge Raad 20 dec 2019, IT 3006; ECLI:NL:PHR:2019:1362 (Echtpaar tegen auteur), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-publicatiezaak

Conclusie AG HR 12 december 2019, IEF 18942; ECLI:NL:PHR:2019:1362 (Echtpaar tegen Auteur) Een echtpaar is in Panama betrokken geweest bij een commercieel herbebossingsproject. Over dit echtpaar zijn op internet meerdere publicaties verschenen. De auteur van deze verhalen is in Panama veroordeeld wegens ‘misdrijven tegen de persoonlijke eer’. Thans heeft het echtpaar ook de auteur gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam. Volgens de dagvaarding, die openbaar is betekend, had de auteur geen bekende woon- of verblijfplaats. De vorderingen werden bij verstek toegewezen. Nadat dit vonnis openbaar was betekend is de auteur in verzet gekomen en heeft reconventionele vorderingen ingesteld. De rechtbank heeft het verstekvonnis vernietigd en zichzelf onbevoegd verklaard, nu onvoldoende gesteld en onderbouwd is dat de schade in Nederland is geleden. Het Hof heeft in dezelfde lijn geoordeeld. 

IT 3003

Gerechtvaardigd belang om BKR-registratie in stand te houden

13 dec 2019, IT 3003; ECLI:NL:RBDHA:2019:13444 (X tegen Hoist Finance), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gerechtvaardigd-belang-om-bkr-registratie-in-stand-te-houden

Rechtbank Den Haag 13 december 2019, IT 3003; ECLI:NL:RBDHA:2019:13444 (X tegen Hoist Finance) Verzoeker heeft gedurende langere periode schulden opgebouwd, onder andere bij de Voorschotbank. Met toestemming van zijn gemeente wordt verzoeker in 2014 toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject voor de duur van tien maanden. Op enig ander moment datzelfde jaar wordt de vordering van de Voorschotbank overgenomen door Hoist Finance. Bij Stichting Bureau Kredietregistratie (BKR) staan meerdere registraties op naam van verzoeker. Dit heeft tot gevolg dat verzoeker geen hypothecaire lening kan afsluiten. Er wordt een beroep gedaan op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) om Hoist Finance te bevelen de BKR-registraties te verwijderen. Dit verzoek wordt niet toegewezen. Geoordeeld wordt dat het belang van handhaving van deze BKR-registratie zwaarder weegt dan de door verzoeker gestelde belangen tot verwijdering ervan. 

IT 3005

Nieuwjaarsbijeenkomst the FIPE op 20.1.2020

, IT 3005; http://www.itenrecht.nl/artikelen/nieuwjaarsbijeenkomst-the-fipe-op-20-1-2020
the fipe

Op maandagmiddag 20 januari 2020 is de nieuwjaarsbijeenkomst van the FIPE bij Barents Krans in Den Haag. Er vindt een duo interview plaats met Xandra Kiers-Becking (raadsheer Hof Den Haag) en Marleen van der Horst (partner BarentsKrans). De aansluitende borrel wordt ons aangeboden door BarentsKrans.
 
Het programma ziet er als volgt uit:
16.00 uur – binnenkomst en koffie
16.30 – 17.15/17.30 duo interview
17.30 uur – borrel
 
Je kunt je aanmelden op hi@thefipe.nl
 
Hopelijk tot de 20 ste ,
 
Vivien, Claudia, Ady en Judith

IT 3004

Verwerking persoonsgegevens in BKR-registratie is rechtmatig

Rechtbank 16 dec 2019, IT 3004; ECLI:NL:RBZWB:2019:5681 (Verzoeker tegen Fideaal), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verwerking-persoonsgegevens-in-bkr-registratie-is-rechtmatig
hamer CC0

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 december 2019, IT 3004; ECLI:NL:RBZWB:2019:5681 (Verzoeker tegen Fideaal) Verzoeker stelt dat Fideaal inbreuk heeft gemaakt op zijn privacy door het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens in de BKR-registratie. Fideaal stelt zich echter op het standpunt dat de verwerking van persoonsgegevens heeft plaatsgevonden op grond van artikel 6 lid 1 aanhef en onder c AVG, zodat artikel 21 lid 1 AVG niet van toepassing is. De onderhavige verwerking van persoonsgegevens vloeit voort uit een op artikel 4:32 Wft rustende verplichting van verweerster als kredietaanbieders om deel te nemen aan een stelsel van kredietregistratie, hetgeen noodzakelijkerwijs het verwerken van persoonsgegevens meebrengt. De taak om een wettelijke verplichting uit te voeren rechtvaardigt echter niet iedere gegevensverwerking.

IT 3002

Ontbinding contract telecommunicatiediensten gerechtvaardigd

Rechtbank 30 okt 2019, IT 3002; ECLI:NL:RBDHA:2019:12426 (Ontbinding contract telecommunicatiediensten), http://www.itenrecht.nl/artikelen/ontbinding-contract-telecommunicatiediensten-gerechtvaardigd

Ktr. Rechtbank Den Haag 30 oktober 2019, IT 3002; ECLI:NL:RBDHA:2019:12426 (Ontbinding contract telecommunicatiediensten) Gedaagde heeft in 2017 een contract afgesloten met eiser voor het leveren van telecommunicatiediensten. Gedaagde wil graag van het contract af, omdat de geleverde telecommunicatiediensten niet naar behoren werken. Eiser stelt echter dat de door gedaagde gemelde storing niet zo ernstig is als hij beweert. Dit verweer van eiser wordt verworpen. Uit de feiten blijkt wel degelijk dat de telecommunicatiediensten niet naar behoren werken en dat gedaagde klaarblijkelijk meerdere malen kenbaar heeft gemaakt de overeenkomst niet langer te willen voortzetten. Hiermee heeft gedaagde terecht en op goede gronden de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en hoeft hij het door eiser gevorderde bedrag niet te betalen.

IT 3001

Conclusie A-G overeenkomst Facebook Ireland en Facebook Inc.

HvJ EU 19 dec 2019, IT 3001; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximillian Schrems), http://www.itenrecht.nl/artikelen/conclusie-a-g-overeenkomst-facebook-ireland-en-facebook-inc
Facebook

Conclusie A-G bij HvJ EU 19 december 2019, IT 3001, IEFbe 3109; C-311/18 (Facebook Ireland en Maximilian Schrems) De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat persoonsgegevens mogen worden doorgegeven aan een derde land wanneer dat land een passend niveau van bescherming van die gegevens waarborgt. Bij besluit 2010/87/EU heeft de Commissie modelcontractbepalingen vastgesteld voor de doorgifte van persoonsgegevens aan verwerkers die gevestigd zijn in derde landen. Facebook Ireland geeft persoonsgegevens van Facebookgebruikers uit alle Unielanden geheel of gedeeltelijk door aan servers in de Verenigde Staten, waar ze worden verwerkt. Facebook Ireland waarborgt naar eigen zeggen de privacy van deze gegevens in haar overeenkomst met Facebook Inc, die sinds 20 november 2015 van toepassing is, en beroept zich daarbij op besluit 2010/87. Schrems betwist echter dat de in die overeenkomst vervatte bepalingen in overeenstemming zijn met de modelcontractbepalingen die zijn vastgesteld in besluit 2010/87 en wendt zich daarom naar de toezichthoudende autoriteit. Deze autoriteit is van oordeel dat Schrems’ verzoek afhangt van de vraag of besluit 2010/87 geldig is en vraagt dit aan het Europese Hof van Justitie.

IT 3000

Géén inbreuk op auteursrechten bij publiceren van foto's

Rechtbank 5 dec 2019, IT 3000; ECLI:NL:RBROT:2019:10366 (Luxury Bedding tegen Sefa), http://www.itenrecht.nl/artikelen/g-n-inbreuk-op-auteursrechten-bij-publiceren-van-foto-s
hamer CC0

Vzr. Rechtbank Rotterdam 5 december 2019, IEF 18938, IT 3000; ECLI:NL:RBROT:2019:10366 (Luxury Bedding tegen Sefa) Luxury Bedding en Sefa handelen allebei in bedden. Luxury Bedding heeft foto’s laten maken van bedden en matrassen van het merk Serta. De fotograaf heeft de op de foto’s rustende auteursrechten overgedragen aan Luxury Bedding. Sefa heeft foto’s daarvan gepubliceerd op haar openbare Facebook-pagina. Luxury Bedding stelt dat Sefa hiermee een inbreuk maakt op de op de foto’s rustende auteursrechten, omdat zij Sefa geen toestemming had verleend voor publicatie van die foto’s. Sefa stelt echter dat zij wel mondeling toestemming had verkregen van Luxury Bedding. Wegens de aard van de procedure is er geen plaats voor bewijslevering van Sefa. Er wordt geoordeeld dat Sefa met betrekking tot de feitelijke gang van zaken concreet en aannemelijk heeft aangevoerd dat zij wel mondeling toestemming heeft verkregen om de foto’s te gebruiken. Hiermee is de vordering van Luxury Bedding afgewezen.

IT 2998

Website-eigenaar schendt auteursrecht op foto

Rechtbank 10 jan 2020, IT 2998; ECLI:NL:RBROT:2020:124 (ANP tegen gedaagde), http://www.itenrecht.nl/artikelen/website-eigenaar-schendt-auteursrecht-op-foto

Ktr. Rechtbank Rotterdam 10 januari 2020, IEF 18935, IT 2998; ECLI:NL:RBROT:2020:124 (ANP tegen gedaagde) Gedaagde heeft zonder toestemming een auteursrechtelijk beschermde foto uit het fotoarchief van ANP op haar website geplaatst. ANP is bij ontdekking hiervan een samenwerkingsverband aangegaan met het Belgische bedrijf Permission Machine. Permission Machine heeft aan gedaagde kenbaar gemaakt dat hij met het plaatsen van de foto een auteursrecht schendt. Gedaagde betwist deze bevoegdheid van Permission Machine. Er wordt geoordeeld dat op ANP een stelplicht en bewijslast rust en dat zij eerder en duidelijker op deze kwestie toegespitste concrete informatie aan de organisatie had kunnen verschaffen. Dit neemt niet weg dat gedaagde verder onvoldoende heeft betwist dat de foto gedurende een aanzienlijke tijd op haar website publiekelijk zichtbaar was zonder toestemming van de auteursrechthebbende. Dit is een onrechtmatige openbaarmaking van een auteursrechtelijk beschermd werk. Gedaagde wordt veroordeeld in het betalen van een fortfaitaire schadevergoeding, waarbij wordt gekeken naar wat ANP in redelijkheid had kunnen vragen indien gedaagde vooraf toestemming had gevraagd voor het gebruik zoals hier aan de orde.

IT 2999

Digital Single Market: new challenges for European copyright, innovation and creativity

Save the dates and apply today! I 5- 6 March 2020 I European University Institute, Florence I Application Deadline: 3 february 2020 I 10% Discount on Early Bird Application Deadline: 16 january 2020

This Executive Training Course focuses on the Digital Single Market and its new challenges for European copyright, innovation and creativity. It will analyse the New Directive Copyright in the Digital Single Market and the challenges brought by innovation in creation by Artificial Intelligence (AI).

Overview:

The informed audience will be actively involved in hands-on training sessions, which will span the new instruments in the Directive and their impact and includes a “lab analysis” on these instruments.

IT 2995

Vergeetrecht huisjesmelker afgewezen

Hof 24 dec 2019, IT 2995; ECLI:NL:GHDHA:2019:3539 (Huisjesmelker tegen Google), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vergeetrecht-huisjesmelker-afgewezen

Gerechtshof Den Haag 24 december 2019, IT 2995; ECLI:NL:GHDHA:2019:3539 (Huisjesmelker tegen Google) Appellant beroept zich op het vergeetrecht in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en verzoekt Google om 36 weblinks, waarin bijzondere en strafrechtelijke gegevens worden verwerkt en die voortkomen uit de zoekopdracht naar zijn naam, uit de zoekresultaten te verwijderen. Het verzoek wordt afgewezen. Hierbij wordt overwogen dat volgens het GC/CNIL-arrest en artikel 17, derde lid, onder a) AVG het recht op gegevenswissing is uitgesloten wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van het recht op vrijheid van informatie. In deze uitspraak is het strikt noodzakelijk, omdat de publicaties melden dat appellant een “huisjesmelker” is en dat hij strafrechtelijk, bestuursrechtelijk en/of civielrechtelijk is aangepakt en/of veroordeeld voor een aantal huurproblemen. Gelet op de actuele discussie in het maatschappelijk en politiek debat over misstanden met huisjesmelkers in de huursector is de informatie die is gepubliceerd over appellant relevant en valt zonder meer onder vrijheid van informatie van het publiek. Tot slot hebben de gegevens die gaan over het contactverbod die appellant aanvoert als strafrechtelijke gegevens geen punitief karakter en gaat het om een civielrechtelijke maatregel.

IT 2997

Gebruik stemgeluid in theatershow is rechtmatig

Rechtbank 9 jan 2020, IT 2997; ECLI:NL:RBMNE:2020:24 (Eiseres tegen Artiest), http://www.itenrecht.nl/artikelen/gebruik-stemgeluid-in-theatershow-is-rechtmatig

Rechtbank Midden-Nederland 9 januari 2020, IE 18929, IT 2997; ECLI:NL:RBMNE:2020:24 (Eiseres tegen Artiest) Verweerder heeft in zijn theater-show een fragment van Opsporing Verzocht laten zien waarin de stem van eiseres te horen was. Eiseres stelt dat verweerder haar portretrecht heeft geschonden, onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van haar persoonsgegevens en haar persoonlijke levenssfeer ex artikel 8 EVRM heeft geschonden. Het portretrecht ziet op een afbeelding van (een deel van) het gelaat van een persoon, zodanig dat de geportretteerde kan worden herkend. De stem valt hier niet onder, waardoor het beroep op het portretrecht in de zin van artikel 21 Auteurswet niet slaagt. De stem is wel te kwalificeren als biometrisch persoonsgegeven en is in dit geval ook te herleiden naar de identiteit van eiseres. De huidige verwerking van dit biometrisch persoonsgegeven valt echter onder de vrijheid van de artistieke uitdrukkingsvorm. Hierdoor kan eiseres geen beroep doen op het vergeetrecht in de zin van artikel 17 Algemene verordening gegevensbescherming. Ten slotte slaagt het beroep op een schending van haar persoonlijke levenssfeer ook niet, omdat dit niet opweegt tegen het recht op vrijheid van meningsuiting in de zin van artikel 10 EVRM. Bepalend hiervoor was het feit dat eiseres geen bezwaar had gehad als er een andere stem werd gebruikt bij dezelfde beelden, terwijl eiseres dan nog steeds wordt geconfronteerd met de herinneringen van de overval.

IT 2996

Betaalde samenwerking vlogger en Hoeksche Hoeve resulteert wél in reclame-uiting

Overige instanties 20 dec 2019, IT 2996; 2019/00696 (Aanklager tegen Vlogger en Hoeksche Hoeve), http://www.itenrecht.nl/artikelen/betaalde-samenwerking-vlogger-en-hoeksche-hoeve-resulteert-w-l-in-reclame-uiting

Reclame Code Commissie 20 december 2019, IE 18928, IT 2996; 2019/00696 (Aanklager tegen Vlogger en Hoeksche Hoeve) Vlogger en Hoeksche Hoeve worden aangeklaagd omdat zij volgens aanklager in een vlog reclame maken voor het merk Boerderijchips, zonder te vermelden dat er sprake is van een betaalde samenwerking. Hoeksche Hoeve verweert zich met de stelling dat de vlog een informatief karakter heeft. Dit treft echter geen doel, omdat voor de vraag of er sprake is van reclame niet relevant is of er continu of alleen op bepaalde momenten in de vlog reclame in de zin van artikel 1 Nederlandse Reclame Code wordt gemaakt. De vlog is meer dan alleen informatief, omdat het Boerderijchips-logo meerdere malen duidelijk zichtbaar is. Daarnaast volgt uit de overeenkomst tussen vlogger en Hoeksche Hoeve dat vlogger een bepaald geldbedrag zou ontvangen voor de gemaakte reclame. Dit toont aan dat er sprake is van een Relevante Relatie in de zin van artikel 3 Reclame Code Social Media (RSM) tussen vlogger en Hoeksche Hoeve. Deze relatie moet volgens datzelfde artikel worden genoemd in de vlog of in de beschrijving ervan. Tot slot heeft Hoeksche Hoeve zich niet gehouden aan de zorgplicht beschreven in artikel 6 RSM. Dat Hoeksche Hoeve naar eigen zeggen geen invloed heeft kunnen uitoefenen op de inhoud van de vlog doet hier niet aan af.

IT 2994

Wim Maas: reactie op AD-artikel 'Studenten TU/e moeten rechten van uitvinding afstaan'

, IT 2994; http://www.itenrecht.nl/artikelen/wim-maas-reactie-op-ad-artikel-studenten-tu-e-moeten-rechten-van-uitvinding-afstaan

De artikelen Studenten TU/e moeten rechten van uitvinding afstaan en TU/e wil uitvindingen claimen, gepubliceerd in het Algemeen Dagblad resp. het Eindhovens Dagblad vragen om een reactie. De teneur van zowel deze bijdragen als van het tv-programma 'NOS op 3' geeft blijk van een miskenning van de publieke taken van een universiteit. Ook de (in de artikelen aangehaalde) masterscriptie van Frank Rutgers getuigt van een beperkte kijk op wat de taak van een universiteit is.

Laten we in de eerste plaats vaststellen dat universiteiten grotendeels worden gefinancierd met ons belastinggeld (de  Rijksbijdrage). Het collegegeld dat de studenten moeten betalen is – zeker vergeleken met het publieke geld dat jaarlijks naar universiteiten gaat – maar een beperkte bron van inkomsten. Kortom, wij betalen met zijn allen voor wetenschappelijk onderwijs. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat goed wetenschappelijk onderwijs voor onze maatschappij van groot belang is, en dat we daar dus graag voor zouden moeten willen betalen via de belastingen. Het maakt echter wel extra duidelijk dat de universiteit publieke taken heeft.

Lees hier het gehele artikel van Wim Maas.

IT 2975

Open het jaar met het IE diner op 30 januari!

Niets mis met tradities, en zeker niet met deze: het jaarlijkse IE diner van deLex! De prachtige kapel van Hotel Arena staat op 30 januari voor u klaar om het nieuwe jaar in te luiden. Geen betere tijd en plaats om - all dressed up - met vakgenoten terug te kijken op mooie en minder mooie momenten uit 2019 en te anticiperen op een nog beter 2020!

De ceremoniemeester en de sprekers? Die houden we nog even voor onszelf.

Waar en wanneer?
Donderdag 30 januari 2020, Hotel Arena, Amsterdam

Dresscode: feestelijk

IT 2993

Airbnb is een informatiedienst en geen vastgoedbedrijf

HvJ EU 19 dec 2019, IT 2993; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb), http://www.itenrecht.nl/artikelen/airbnb-is-een-informatiedienst-en-geen-vastgoedbedrijf

HvJ EU 19 december 2019, IEF 18925, IT 2993, IEFbe 3017; ECLI:EU:C:2019:1112 (AHTOP tegen Airbnb) De Franse vereniging voor accommodatie en toerisme klaagt Airbnb aan wegens het verrichten van vastgoedactiviteiten zonder beroepskaart die volgens de wet-Hoguet verplicht is. Airbnb ontkent dat zij activiteiten van een vastgoedmakelaar uitoefent. Bovendien stelt zij dat de wet-Hoguet onverenigbaar is met de richtlijn 2000/31, de wet zou niet van toepassing zijn op de onderhavige zaak. Het Hof van Justitie gaat mee met de standpunten van Airbnb en stelt dat Airbnb hoofdzakelijk een tool is om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Er wordt vastgesteld dat Airbnb de prijzen van de aangeboden accommodaties niet bepaalt, en evenmin een selectie maakt van verhuurders of accommodaties die worden aangeboden op haar website. Airbnb moet daarom worden gekwalificeerd als “dienst van de informatiemaatschappij” in de zin van richtlijn 2000/31. Verder wordt gesteld dat de wet-Hoguet niet van toepassing is op de zaak, omdat de Frankrijk heeft verzuimd kennis te geven van de betreffende wet aan Airbnb Ireland, waardoor er niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, lid 4 van richtlijn 2000/31.

IT 2992

Alfredo dos Santos Gil: commentaar bij Warner Music en Sony Music Entertainment tegen TuneIn

Opmerkingen door Alfredo dos Santos Gil bij de uitspraak van de High Court of Justice, Business and Property Courts of England and Wales (Warner Music en Sony Music Entertainment/TuneIn), 1 november 2019, [2019] EWHC 2923 (Ch)

Afgelopen najaar is een opzienbarende uitspraak gewezen over de auteursrechtelijke aansprakelijkheid van een zogenoemde aggregator van online (lineaire) radiokanalen, TuneIn. De platenmaatschappijen Warner en Sony Music traden in het Verenigd Koninkrijk (hierna: “VK”)  op tegen TuneIn vanwege het gebruik van hun muziekopnamen in diverse online radiokanalen van wereldwijde komaf. De kanalen waren via de website en app van de dienst TuneIn online vindbaar en via links afspeelbaar, onder andere in het VK. In de gratis versie van TuneIn worden advertenties toegevoegd en daarnaast wordt tegen betaling een advertentievrij premium-abonnement aangeboden met extra opneemfunctionaliteiten. De uitspraak biedt fascinerende redeneringen, die ik zal langsgaan. Daarnaast leent hij zich voor nadere beschouwingen over de mogelijke gevolgen voor vergelijkbare online platforms.

Lees hier het gehele artikel.

IT 2991

Wiko maakt inbreuk op octrooi EP 525

Hof 24 dec 2019, IT 2991; (Philips tegen Wiko), http://www.itenrecht.nl/artikelen/wiko-maakt-inbreuk-op-octrooi-ep-525

Hof Den Haag 24 december 2019, IEF 18922; IT 2991; C/09/508681 /HA ZA 16-411 (Philips tegen Wiko) Philips is houdster van het Europese octrooi 1440525 (hierna: EP 525), getiteld “Radio Communication System”. Bij de rechtbank vorderde Philips op basis van EP 525 een verbod jegens Wiko om inbreuk te maken en schadevergoeding, stellende dat EP 525 is geïncorporeerd in het HSDPA-protocol van de UMTS standaard zoals gepubliceerd en dat Wiko in onder meer Nederland mobiele telefoons, smartphones en laptops verhandelt waarin de HSDPA functionaliteit wordt toegepast. Wiko weet onvoldoende aannemelijk te maken dat er sprake is van een gebrek geldigheid van het octrooi. Tevens hebben zij inbreuk gemaakt op de octrooirechten van Philips. Het bestreden vonnis wordt vernietigd.

4.126 Gelet op het voorgaande kan Wiko’s op US 174 gebaseerde niet-nieuwheidsaanval op EP 525 niet slagen. Gebrek aan inventiviteit uitgaande van deze publicatie is door Wiko niet aangevoerd.

4.143 Voor zover de aanvallen van Wiko op de geldigheid van EP 525 tevens zijn gericht op andere conclusies van het octrooi dan conclusies 10, 11 en 14, moeten die op dezelfde gronden worden verworpen. De slotsom van al het voorgaande is dat de conclusies van EP 525 naar het oordeel van het hof geldig zijn te achten. In zoverre slagen de grieven van Philips tegen het andersluidende oordeel van de rechtbank. Het vonnis waarvan beroep zal daarom worden vernietigd.

4.158 De slotsom is dat Wiko inbreuk maakt op in elk geval conclusies 10, 11 en 14. Bij die stand van zaken is er geen belang bij beoordeling van de door Philips gestelde indirecte inbreuk op andere conclusies van het octrooi.