IT 3255

Vacature: advocaat-medewerker IE en reclamerecht bij Holla

Holla zoekt een gevorderd advocaat-stagiair(e) / beginnend advocaat-medewerker intellectuele eigendom (IE) en reclamerecht.
Standplaats: Eindhoven.

Heb jij inmiddels enkele jaren ervaring met het rechtsgebied IE en/of het reclamerecht? Of zou je je graag willen ontwikkelen op dit gebied? We komen graag met je in contact!

De Business Unit Intellectuele Eigendom, ICT & Privacy van Holla bestaat uit een team van acht advocaten. Het team is gespecialiseerd in onder andere het merken-, auteurs- en modellenrecht, ICT-recht en nieuwe media. Jij gaat je vooral bezighouden met IE en het (geneesmiddelen) reclamerecht, maar ook met zaken op het gebied van medische hulpmiddelen, cosmetica en voedingsmiddelen. Het team is actief in zowel de adviespraktijk als de specifieke procespraktijk van het intellectuele eigendom als in het procederen voor de codecommissies van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Reclame Code Commissie (RCC).

Lees verder.

IT 3252

Verzoek tot verwijdering beschikking wordt afgewezen

Rechtbank 2 apr 2020, IT 3252; ECLI:NL:RBAMS:2020:2112 (Verzoekster tegen de Staat), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verzoek-tot-verwijdering-beschikking-wordt-afgewezen

Rechtbank Amsterdam 2 april 2020, IT 3252; ECLI:NL:RBAMS:2020:2112 (Verzoekster tegen de Staat) Privacyrecht. De rechtbank Den Haag heeft op 28 juni 2019 een beschikking gegeven in een geschil tussen verzoekster, een AVG-jurist, en Google over de verwijdering van zoekresultaten. De beschikking is gepubliceerd en geanonimiseerd met inachtneming van de anonimiseringsrichtlijnen voor de publicatie van rechtelijke uitspraken. Verzoekster wil dat de beschikking wordt verwijderd van Rechtspraak.nl en beroept zich daarbij op art. 17 AVG. Volgens verzoekster bevat de gepubliceerde beschikking in de beschrijving van haar persoon naar haar herleidbare persoonsgegevens, omdat maar weinig AVG-juristen de daarin genoemde functies combineren. Art. 17 lid 3 onder b AVG staat aan verwijdering in de weg. De rechtbank Den Haag voldoet namelijk met de publicatie van de beschikking aan haar verdragsrechtelijke en grondwettelijke taak dat rechterlijke uitspraken in het openbaar moeten plaatsvinden. Ook is voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het maatschappelijk belang weegt zwaarder dan het belang van verzoekster. De genoemde beschrijving die in de beschikking is opgenomen was noodzakelijk voor de beantwoording van de rechtsvraag of verzoekster een publiek figuur is en derhalve meer dan de gemiddelde burger te dulden heeft met betrekking tot een inbreuk op haar recht op privacy. De verzoeken worden afgewezen.

IT 3253

Verkoop desinfectiemiddel is inbreuk op auteursrecht

Rechtbank 27 jul 2020, IT 3253; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX), http://www.itenrecht.nl/artikelen/verkoop-desinfectiemiddel-is-inbreuk-op-auteursrecht

Vzr. Rechtbank Gelderland 27 juli 2020, IEF 19436, IT 3253, LS&R 1861; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX) Auteursrecht. Handelsnaamrecht. Kort geding. Logic Chemie verhandelt desinfectiemiddelen, waaronder het zogenaamde 'LogicSept'. TRENDX exploiteert een webshop. Partijen zijn een overeenkomst aangegaan op grond waarvan Logic Chemie 2000 liter LogicSept aan TRENDX zou verkopen en leveren en TRENDX de bevoegdheid kreeg de LogicSept onder die naam en met het ter beschikking gestelde etiket te verhandelen. Logic Chemie is haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nagekomen, maar op dat moment had TRENDX al een grote hoeveelheid van het middel verkocht en het product op haar webshop geplaatst. Vervolgens heeft TRENDX zelf een desinfectiemiddel samengesteld met gebruikmaking van het etiket van Logic Chemie en alleen de naam veranderd naar ‘LogiScept2’. Logic Chemie vordert een verbod voor TRENDX om in strijd te handelen met haar auteursrecht en handelsnaamrecht. De vordering ten aanzien van het auteursrecht wordt toegewezen. Hoewel Logic Chemie haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam, stond het TRENDX niet vrij om een ander desinfectiemiddel met het etiket van LogicSept te leveren. TRENDX heeft daarmee inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Logic Chemie. Het onderdeel van de vordering dat ziet op het handelsnaamrecht wordt afgewezen, omdat Logic Chemie niet actief is onder de handelsnaam LogicSept.  

IT 3256

Jurisprudentielunch Octrooirecht

De jaarlijkse update in octrooirechtspraak van Willem Hoyng en Bart van den Broek vindt dit jaar plaats op woensdag 2 december. In slechts drie uur tijd bent u weer volledig op de hoogte. Lunch mee en neem kennis van de recente en relevante jurisprudentie voor uw praktijk!

Programma
12.30 – 13.00 uur: ontvangst met lunch en intekenen
13.00 – 14.30 uur: duopresentatie
Pauze
14.45 – 16.15 uur: duopresentatie

Deze cursus biedt verdieping voor de specialist met voorkennis.
Inschrijven of meer informatie?
Kijk op www.delex.nl/shop/opleidingen of mail naar info@delex.nl. Let op: het aantal plaatsen is beperkt.

IT 3254

HvJ EU: Italiaanse wet in strijd met vrijheid van vestiging

HvJ EU 3 sep 2020, IT 3254; ECLI:EU:C:2020:627 (Vivendi tegen Mediaset), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-italiaanse-wet-in-strijd-met-vrijheid-van-vestiging

HvJ EU 3 september 2020, IEF 19438, IT 3254, IEFbe 3124; ECLI:EU:C:2020:627 (Vivendi tegen Mediaset) Telecommunicatierecht. Mededingingsrecht. Prejudiciële beslissing. Zie eerder [IT 3047]. Het Franse Mediabedrijf Vivendi is de moedermaatschappij van een groep die actief is in de mediasector. In 2016 is Vivendi een vijandige overname van aandelen van Mediaset gestart. Volgens Mediaset handelt Vivendi in strijd met het Italiaanse recht. De Italiaanse wet bepaalt dat het voor een onderneming verboden is om een omzet te behalen die meer bedraagt dan 10% van de totale in het geïntegreerd communicatiesysteem gerealiseerde omzet, wanneer die onderneming een aandeel van meer dan 40% van de totale in die sector gerealiseerde omzet heeft. De bepaling is in strijd met de vrijheid van vestiging, omdat de beperking niet geschikt is om de doelstelling – de bescherming van het pluralisme op informatiegebied en in de media – te verwezenlijken. Bovendien maakt de betreffende bepaling, anders dan het EU-recht, geen onderscheid tussen de productie en de overbrenging van inhoud. Dat de drempel van 10% door Vivendi wordt bereikt is niet noodzakelijkerwijs een aanwijzing dat er een gevaar bestaat voor het pluralisme in de media, omdat die drempel niks zegt over of en in welke mate Vivendi in een positie is om de inhoud van de media te beïnvloeden. De Italiaanse bepaling is in strijd met de vrijheid van vestiging ex art. 49 VWEU.

IT 3251

Dungs.nl maakt inbreuk op merkenrecht Karl Dungs

Hof 21 apr 2020, IT 3251; ECLI:NL:GHDHA:2020:1657 (ITT tegen Karl Dungs), http://www.itenrecht.nl/artikelen/dungs-nl-maakt-inbreuk-op-merkenrecht-karl-dungs

Hof Den Haag 21 april 2020, IEF 19433, IT 3251; ECLI:NL:GHDHA:2020:1657 (ITT tegen Karl Dungs) Domeinnaamrecht. Merkenrecht. Zie eerder [IEF 18133], [IEF 17998], [IEF 17017] en [IEF 15548]. Beslissing na terugverwijzing door de Hoge Raad. Karl Dungs is houdster van het Uniewoordmerk DUNGS. ITT gebruikt de domeinnaam dungs.nl waar producten van het merk DUNGS worden aangeboden. Het uitgangspunt is dat de domeinnaamhouder alleen gedwongen kan worden de domeinnaam aan een ander over te dragen, als hij daartoe rechtens verplicht is. Die plicht kan berusten op een overeenkomst of ontstaan omdat registratie of gebruik van de domeinnaam jegens de ander onrechtmatig is, zoals wanneer daardoor inbreuk wordt gemaakt op een merkenrecht van de ander. Het gaat erom of door het gebruik van het merk DUNGS in de domeinnaam door ITT de indruk kan worden gewekt dat er een commerciële band bestaat tussen ITT en Karl Dungst. De tekst op de website wekt de indruk dat er een bijzondere samenwerkingsverband bestaat tussen ITT en Karl Dungs. ITT heeft met de domeinnaam dungs.nl derhalve inbreuk gemaakt op het Uniemerkenrecht van Karl Dungs. Karl Dungs handelde niet onrechtmatig door de domeinnaam aan zich te laten overdragen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 december 2015 [IEF 15548].

IT 3249

HvJ EU beantwoordt prejudiciële vragen over ‘netneutraliteit’

HvJ EU 15 sep 2020, IT 3249; ECLI:EU:C:2020:708 (Telenor), http://www.itenrecht.nl/artikelen/hvj-eu-beantwoordt-prejudici-le-vragen-over-netneutraliteit

HvJ EU 15 september 2020, IT 3249, IEFbe 3123; ECLI:EU:C:2020:708 (Telenor) Telecommunicatierecht. Zie eerder [IT 2728]. Telenor is een aanbieder van internettoegangsdiensten. Telenor biedt aan haar klanten twee soorten pakketten aan, die – afhankelijk van welke versie je kiest – een bepaalde hoeveelheid data bieden en daarnaast onbeperkt gebruik van bepaalde apps bieden. Het Hof legt voor het eerst de verordening 2015/2120 uit waarin de ‘neutraliteit van het internet’ is verankerd. Artikel 3 verordening 2015/2120 moet aldus worden uitgelegd dat dergelijke pakketten onverenigbaar zijn met lid 2, gelezen in samenhang met lid 1 van dit artikel, voor zover deze pakketten de uitoefening van de rechten van eindgebruikers beperken, en onverenigbaar zijn met lid 3 van dat artikel, voor zoveel de blokkerings- of vertragingsmaatregelen berusten op commerciële overwegingen.

IT 3250

Causaal verband tussen onrechtmatig handelen en gestelde schade ontbreekt

18 sep 2020, IT 3250; (Rainbow tegen Transportinfo en Besade), http://www.itenrecht.nl/artikelen/causaal-verband-tussen-onrechtmatig-handelen-en-gestelde-schade-ontbreekt

Rechtbank Midden-Nederland 18 september 2020, IEF 19431, IT 3250; NL18.5132 (Rainbow tegen Transportinfo en Besade) Eindvonnis. Vervolg op [IEF 19065] en [IEF 18425]. Alhoewel door Transportinfo uitgevoerde werkzaamheden inbreuk hebben gemaakt op auteursrechten van Rainbow, heeft Rainbow geen schade geleden. Vordering tot schadevergoeding van Rainbow is afgewezen. Het ontbrak Rainbow aan de kennis en kunde om onderhoudswerkzaamheden aan de TMS software te verrichten. Het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van Transportinfo en de door Rainbow gestelde schade ontbreekt.

IT 3248

Antwoorden Kamervragen over de onlinedienst Lusha

rijksover

Minister Dekker gaf gisteren antwoord op Kamervragen naar aanleiding van het bericht 'Privénummers van LinkedIn-gebruikers te koop'.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Privénummers van LinkedIn-gebruikers te koop’?
Antwoord op vraag 1
Ja, ik ben bekend met dit artikel.

Vraag 2
Bent u bekend met de signalen uit het bericht, namelijk dat de onlinedienst Lusha telefoonnummers openbaarmaakt van mensen die dat niet weten en niet willen?
Antwoord op vraag 2
Dankzij het artikel ben ik hiervan op de hoogte.

Vraag 3
Deelt u de mening dat voor het openbaar maken van persoonlijke contactgegevens, zoals telefoonnummers, met een commercieel doel altijd toestemming nodig is van de betrokkenen?
Antwoord op vraag 3
De AVG vereist dat iedere verwerking van persoonsgegevens een geldige grondslag heeft. Artikel 6, eerste lid, AVG bevat zes grondslagen, waaronder toestemming. De uitleg van bepalingen uit de AVG is aan de nationale toezichthouder en aan de rechter. Zo ook de vraag welke grondslag in dergelijke gevallen van toepassing is.

IT 3247

Applicatie is geen misleidende of ongeoorloofde vergelijkende reclame

Hof 12 mei 2020, IT 3247; ECLI:NL:GHDHA:2020:1623 (Cosanta tegen Caesar en Chemrade), http://www.itenrecht.nl/artikelen/applicatie-is-geen-misleidende-of-ongeoorloofde-vergelijkende-reclame

Hof Den Haag 12 mei 2020, IEF 19428, RB 3437, IT 3247; ECLI:NL:GHDHA:2020:1623 (Cosanta tegen Caesar en Chemrade) Misleidende reclame. Zie eerder [IEF 17613]. Cosanta levert een softwareapplicatie onder de naam STOFFENMANAGER, waarin informatie wordt gegeven op het gebied van gevaarlijke stoffen. Cosanta meent dat sprake is van misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame door Caesar en Chemrade. In eerste aanleg zijn de vorderingen van Cosanta afgewezen. Cosanta vordert alsnog toewijzing van de door haar ingestelde vorderingen. Het relevante publiek zal het teken ‘stoffenmanager’ niet opvatten als aanduiding voor de door Cosanta afkomstige applicatie, omdat het teken ‘stoffenmanager’ beschrijvend is. Van inburgering is evenmin sprake. Daarnaast legt Cosanta aan de misleiding ten grondslag dat Chemrade onterecht de indruk zou wekken dat haar applicatie over dezelfde functionaliteiten beschikt als die van Cosanta, omdat zij gebruik zou maken van een verouderde versie van het algoritme. Niet kan worden aangenomen dat er meerdere versies van het algoritme bestaan. De uitingen van Chemrade zijn voldoende duidelijk, adequaat en niet misleidend. Er is geen sprake is van misleiding of ongeoorloofde vergelijkende reclame. De vorderingen van Cosanta worden afgewezen en het vonnis wordt bekrachtigd.

IT 3246

Webdesigner schendt auteursrecht op foto

Rechtbank 11 sep 2020, IT 3246; ECLI:NL:RBROT:2020:8047 (Fotograaf tegen Webdesigner), http://www.itenrecht.nl/artikelen/webdesigner-schendt-auteursrecht-op-foto

Rechtbank Rotterdam 11 september 2020, IEF 19425, IT 3246; ECLI:NL:RBROT:2020:8047 (Fotograaf tegen Webdesigner) Auteursrecht. Eiser is professioneel fotograaf. Gedaagde is DJ en webdesigner bij een radiozender. Op de website van de radiozender is een door eiser gemaakte foto bij een nieuwsbericht geplaatst, zonder dat gedaagde hier een licentie voor had. Het eigen logo van de radiozender is over de foto geplaatst alsof de foto van de radiozender is en de naam van eiser die onderaan de originele foto stond, is verwijderd. Gedaagde heeft de foto niet verwijderd. Eiser vordert een schadevergoeding en gedaagde op te dragen de foto te verwijderen van zijn website op straffe van een dwangsom. Het staat onbetwist vast dat eiser auteursrechthebbende is van de foto en dat er geen toestemming is verleend voor het openbaar maken van de foto op de website. Er is dus sprake van inbreuk op het auteursrecht. De openbaarmaking moet worden toegerekend aan degene die verantwoordelijk is voor de website. Gedaagde is bij de SIDN geregistreerd als houder van de domeinnaam en is webdesigner van de site. Gedaagde heeft de stelling dat hij in opdracht van een derde handelde, onvoldoende onderbouwd. De vorderingen van eiser worden toegewezen.

IT 3240

Nationaal Mediarechtcongres op 26 november 2020

Save the date voor een nieuwe editie van het Nationaal Mediarechtcongres op donderdag 26 november. Dagvoorzitters Remy Chavannes en Madeleine de Cock Buning staan ook deze keer voor een inspirerend programma, met experts uit omroep, wetenschap en advocatuur.

Op de agenda onder meer:
- de Digital Services Act; scope en onderwerpen;
- de Stimuleringsmaatregel culturele producties, Wat betekenen quota, investeringsplicht en andere maatregelen voor de sector;
- een paneldiscussie implementatie DSM-richtlijn, contractenrecht en nog veel meer.

Offline waar het kan en online waar nodig. Het volledige programma staat binnenkort op de website.

IT 3245

Rudi Holzhauer: een persoonsnaam als een domeinnaam van iemand anders

Domeinnaam-kapingen zijn een op zich bekend verschijnsel. Domeinnamen van merkproducten worden (soms) gekaapt, en terug gehaald met een beroep op het merkenrecht. Domeinnamen van “bekende instanties” of anderen met een bepaalde mening over iets worden (soms) gekaapt om die instantie of die mening te “weerleggen”.

Persoonsnamen zijn ook een categorie domeinnamen. Mag iemand anders zich een persoonsnaam toeëigenen, en daar iets “mee gaan doen”? Rudi Holzhauer kwam met dit probleem in aanraking toen een oud-collega (emeritus hoogleraar) zich bij hem meldde met de vraag waarom hij zijn website niet onder zijn eigen naam in de lucht kon brengen. Lees hier over Rudi's verbazing.

IT 3244

Geen inbreuk sterk gelijkende domeinnaam als handelsnaam

Rechtbank 3 sep 2020, IT 3244; ECLI:NL:RBLIM:2020:6611 (Terhagen tegen Witran), http://www.itenrecht.nl/artikelen/geen-inbreuk-sterk-gelijkende-domeinnaam-als-handelsnaam

Vzr. Rechtbank Limburg 3 september 2020, IEF 19423, IT 3244; ECLI:NL:RBLIM:2020:6611 (Terhagen tegen Witran) Kort geding. Handelsnaamrecht. De domeinnaam “[domeinnaam 1]” staat sinds 2009 geregistreerd bij de SIDN op naam van een (voormalige) eenmanszaak van de bestuurder en enig aandeelhouder van Terhagen. Terhagen heeft met Witran in 2015 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Witran tot juni 2020 het alleenrecht heeft op exploitatie van [domeinnaam 1]. Witran heeft in juni 2020 [domeinnaam 2] laten registreren bij de SIDN en voert tevens de handelsnaam "[domeinnaam 2]". Terhagen vordert veroordeling van Witran om de handelsnaam [domeinnaam 2], dan wel [domeinnaam 1], te verwijderen van al haar bedrijfsuitingen en deze naam op geen enkele wijze meer te bezigen op grond van art. 5 Hnw. Centraal staat de vraag of Witran met het gebruik van [domeinnaam 2] en de handelsnaam “[domeinnaam 2]” inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van Terhagen. Terhagen heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij het handelsnaamrecht op [domeinnaam 1] heeft verworven, noch heeft zij aangetoond dat de handelsnaam ooit door haar zelf is gevoerd, zodat de vorderingen worden afgewezen.

IT 3242

Consultatie nieuwe richtlijnen van de EDPB

Autoriteit persoonsgegevens

De European Data Protection Board (EDPB) heeft twee nieuwe richtlijnen opgesteld: over de begrippen ‘verantwoordelijke’ en ‘verwerker’ en over targeting van gebruikers van sociale media. Beide guidelines staan nu open voor consultatie, zo meldt de Autoriteit Persoonsgegevens. De begrippen ‘verantwoordelijke’ en ‘verwerker’ roepen veel vragen op sinds de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking is getreden. De nieuwe guidelines bieden toelichting op de verschillende begrippen en gaan in op de belangrijkste gevolgen van deze begrippen voor verantwoordelijken, verwerkers en gezamenlijke verantwoordelijken. De guidelines met betrekking tot de targeting van gebruikers van sociale media zijn gericht op de rollen en verantwoordelijkheden van adverteerders en aanbieders. De richtlijnen gaan onder meer in op de privacyrisico’s voor sociale media-gebruikers en op de belangrijkste vereisten uit de privacywetgeving, zoals de juridische basis voor de verwerking.

Opmerkingen of suggesties bij de ‘Guidelines 07/2020 on the conceprts of controller and processor in the GDPR’ en/of de ‘Guidelines 08/2020 on the targeting of social media users’ kunnen tot en met 19 oktober 2020 worden doorgegeven aan de EDPB.

IT 3243

Overeenkomst rechtsgeldig ontbonden door leverancier

, IT 3243; (Leverancier tegen Afnemer), http://www.itenrecht.nl/artikelen/overeenkomst-rechtsgeldig-ontbonden-door-leverancier
SGOA

SGOA arbitraal vonnis 2019, IT 3243; (Leverancier tegen Afnemer) Telecommunicatierecht. Contractenrecht. Afnemer en Leverancier zijn een overeenkomst aangegaan voor de implementatie van Microsoft Dynamics NAV. Op een bepaald moment stopt Afnemer met de betaling van de facturen van Leverancier, omdat Leverancier te kort zou zijn gekomen in de nakoming van de overeenkomst. Leverancier vordert veroordeling van Afnemer tot betaling van de facturen en vergoeding van de schade, onder meer vanwege gederfde omzet. De ingebrekestelling van Afnemer bevatte geen termijn en was onvoldoende concreet geformuleerd, waardoor Leverancier niet in verzuim is geraakt. Bovendien waren de tekortkomingen door Leverancier niet wezenlijk genoeg om de betalingsverplichting op te schorten. De overeenkomst is door Leverancier rechtsgeldig ontbonden. De vorderingen van Leverancier worden toegewezen. Afnemer zal worden veroordeeld in de kosten van arbitrage.

IT 3241

YouTube mocht video’s met desinformatie Covid-19 verwijderen

Rechtbank 9 sep 2020, IT 3241; ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (Eisers tegen YouTube), http://www.itenrecht.nl/artikelen/youtube-mocht-video-s-met-desinformatie-covid-19-verwijderen

Vzr. Rechtbank Amsterdam 9 september 2020, IT 3241; ECLI:NL:RBAMS:2020:4435 (Eisers tegen YouTube) Mediarecht. Vrijheid van meningsuiting. Kort geding. Eiser 1 heeft interviews gehouden met eiser 2, een huisarts, die op het YouTube-kanaal van burgerjournalistiek platform Café Weltschmerz zijn geplaatst. In de video’s wordt gesteld dat het geneesmiddel Hydroxychloroquine werkt tegen Covid-19. YouTube heeft de interviews verwijderd op grond van het door haar opgestelde ‘Beleid tegen misleidende medische informatie over COVID-19’. Eisers vorderen samengevat YouTube te veroordelen de video’s terug te plaatsen. Volgens eisers grijpt YouTube te diep in op hun vrijheid van meningsuiting en pleegt zij daarmee censuur. Strikte toepassing door YouTube van haar beleid om uitsluitend content die in lijn is met de WHO en het RIVM toe te laten wordt te beperkt geacht, maar het gaat erom hoe YouTube haar beleid inzet. De interviews worden als desinformatie aangemerkt en mochten derhalve door YouTube worden verwijderd. De vorderingen van eisers worden afgewezen.

IT 3239

Vonnis bekrachtigd voor zover dit ziet op cartridge-octrooi EP 537

Hof 21 apr 2020, IT 3239; ECLI:NL:GHDHA:2020:1624 (DR en Maxperian tegen Samsung), http://www.itenrecht.nl/artikelen/vonnis-bekrachtigd-voor-zover-dit-ziet-op-cartridge-octrooi-ep-537

Hof Den Haag 21 april 2020, IEF 19415, IT 3239; ECLI:NL:GHDHA:2020:1624 (DR en Maxperian tegen Samsung) Octrooizaak, vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2014:10647 en ECLI:NL:RBDHA:2014:10645. Samsung is een elektronicaconcern en was houdster van diverse octrooien en gemeenschapsmodellen van tooncartridges voor laserprinters, onder meer Europees octrooi 2 357 537 (EP 537). Maxperian en DR exploiteren beide webwinkels in printers en tonercartridges. Zij verhandelen onder hun huismerk tonercartridges die compatibel zijn met de CLP-, ML- en/of SCX-printers van Samsung en gebruiken daarbij de typenummers van de Samsung cartridges. Er wordt geoordeeld dat de grieven van DR c.s. met betrekking op EP 537 niet slagen en dat het vonnis in zoverre zal worden bekrachtigd. De grieven die zien op de toewijzing van de vorderingen van Samsung in conventie voor zover gebaseerd op EP 744, GM 687 en GM 551, als ook de grieven die zien op de afwijzing van de vorderingen in reconventie van DR c.s. strekkende tot vernietiging respectievelijk nietigverklaring van EP 744, GM 687 en GM 551 slagen. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Dat een consument zich bij de aankoopbeslissing van een cartridge zal laten leiden door vormgevingsaspecten is niet aannemelijk. Alle uiterlijke kenmerken van GM 687 en GM 551 zijn uitsluitend technisch bepaald, zodat deze van bescherming op grond van het gemeenschapsmodellenrecht zijn uitgesloten. Ook het beroep op slaafse nabootsing strandt.

IT 3238

Save the date: november kunstmaand

Save the dates! In november organiseert deLex een expositie bij Pulchri Studio in Den Haag en een serie (online) flitsseminars over Kunst & IE, onder de noemer 'The Return'. Met Brigitte Spiegeler als curator bespreken verschillende (internationale) experts de juridische, praktische en IE-aspecten van het maken, verhandelen en verzamelen van kunst. De opening in Pulchri is op 14 november 2020 in Den Haag.

Onderwerpen van de seminars:

Deelseminar 1, Return to the owner
Restitutie van Kunst , belangrijke beslissingen van de Restitutie Commissie
Deelseminar 2, Return the money
Droit de Suite – Volgrecht – remuneration returns back to the maker
Deelseminar 3, Return to the source, 'the making of' 
Auteursrecht en de kunstpraktijk
Deelseminar 4, Return to the future
Artificial Intelligence, law & art
Deelseminar 5, New ways of dispute resolution in Art matters 

Data: donderdag 19 november, vrijdag 20 november, dinsdag 24 november, woensdag 25 november, vrijdag 27 november*
Binnenkort publiceren we meer details!

* Data en programmering onder voorbehoud

IT 3237

Dirk Visser: Szpunar gooit BestWater uit het raam

Maciej Szpunar is een held. Hij verdient een standbeeld en een eredoctoraat. Of je het er nu helemaal mee eens bent of niet, de manier waarop hij de rechtspraak van het HvJ EU over hyperlinken in zijn conclusie in de zaak VG Bild-Kunst [IEF 19408] probeert de goede kant op te buigen is meesterlijk. Lees de conclusie van hem, lees ‘m helemaal. (zie ook het persbericht).


“72.      Stelt u zich namelijk eens voor wat de gevolgen zijn van het arrest Svensson e.a.(61) in een soortgelijke situatie als die welke tot het arrest Renckhoff heeft geleid. Volgens laatstgenoemd arrest is er sprake van schending van de rechten van een auteursrechthebbende wanneer zijn beschermde werk is gedownload van een website waarop het met diens toestemming voor het publiek beschikbaar was gesteld, en op een andere website wordt geplaatst. Het plaatsen van een link op de tweede website naar hetzelfde werk dat op de eerste site beschikbaar is, zelfs door middel van framing, zodat het werk wordt weergegeven alsof het op de tweede site is geplaatst, zou evenwel niet onder het alleenrecht van de auteur vallen en dus geen inbreuk op dat alleenrecht maken.(62) Het publiek van de oorspronkelijke beschikbaarstelling zou in beide gevallen echter hetzelfde zijn: alle internetgebruikers!

73.      In navolging van het Hof in het arrest Renckhoff(63) moet dus worden geoordeeld dat het publiek dat de auteursrechthebbende bij de beschikbaarstelling van een werk op een website in aanmerking heeft genomen, bestaat uit het publiek dat die website raadpleegt. Een dergelijke definitie van het publiek dat door de houder van het auteursrecht in aanmerking is genomen, vormt mijns inziens een goede afspiegeling van de werkelijkheid van internet. Een vrij toegankelijke website kan in theorie immers door iedere internetgebruiker worden bezocht. In de praktijk echter is het aantal potentiële gebruikers dat zich daar toegang toe verschaft dan wel variabel in grootte, maar het ligt bij benadering vast. Bij het verlenen van toestemming voor de beschikbaarstelling van zijn werk neemt de houder van het auteursrecht de omvang van deze kring potentiële gebruikers in aanmerking. Dit is met name van belang wanneer deze beschikbaarstelling onder licentie plaatsvindt, omdat het potentiële aantal vermoedelijke bezoekers een belangrijke factor kan vormen bij de vaststelling van de prijs van die licentie”.